Golven van Dagelijks Leven—Internet Experimenten van de Amsterdamse Vrije Radio Beweging
De toekomst van radio in Nederland kan al snel een moeizaam verhaal worden. De commerciële, juridische en politieke modellen kloppen van geen kanten meer. Maar al te snel wordt de taaie Hilversumse werkelijkheid een spiegel voorgehouden. Podcast gelovigen komen dan het techno-deterministisch evangelie van de ‘dood van radio’ als bevrijdend moment prediken.[i] Uitkomst van dit binaire schema is het gevoel dat de waarheid wel ergens in het midden zal liggen—waarna we overgaan tot de orde van dag. Het poldermodel vindt heus wel een plekje voor dat internet. Nu al kan iedereen via internet naar de publieke omroepen luisteren. Wat wil je nog meer?
Het punt is dat het heruitzenden van het bestaande de fantasie niet prikkelt. De kunstenaars en geeks die internet radio zien als een gemeenschappelijke ervaring trekken zich weinig van kortademige trends als blogs en Twitter aan. Ondanks de doemscenario’s over de ondergang van het medium blijft de belofte van radio als imaginaire lokale audio-extase zijn aantrekkingskracht behouden. Stel je voor hoe de FM golven neerstralen op de stad. Zie ze kaatsen en dansen. Dat is een krachtig beeld. Maar hoe vertaalt zich dat in nieuwe media metaforen? In de afgelopen decennia kwam deze energie samen in een rijke ecologie van vrije radiozenders die nu vrijwel is opgedroogd. Wat betekent het dat we ‘samen alleen’ surfen van de ene soundscape naar de andere? Hoe ontstaan nieuwe sociale structuren? Kortom, wat is radio na radio?
Nederland kent een rijke geschiedenis van vrije radiozenders. Van piratenschepen zoals Radio Veronica en Radio Mokum in de roerige jaren 70 loopt een directe lijn door naar de vrije radiozenders die in de jaren 80 en 90 vanuit kraakpanden uitzonden. Daarnaast waren talloze meer en minder commerciele dance en popzenders actief. Alhoewel zulke lokale zenders overal bestonden, van Rotterdam, Den Haag tot Nijmegen en Groningen, beperk ik me hier uit biografische redenen tot Amsterdam. Een van de mogelijke beginpunten ligt bij Radio de Vrije Keyser die begin 1980 begon uit te zenden vanuit het gebarrikadeerde symboolpand De Groote Keyser. Na een politiek getinte, activistische fase ontstond vanuit de Vrije Keyser een hele stamboom aan vrije radiozenders die gekenmerkt werden door een grote experimenteerlust met muziek stijlen en formats. Begin jaren ’80 was ikzelf opgeslorpt door het Weekblad Bluf!, een studie politicologie en het uitgeven van boeken. Maar vanaf 1987 kon ik het ook niet laten en begon de Bilwet Portrettengalerij op Radio 100, een serie van uiteindelijk 130 interviews met gepassioneerde intelligentsia die in de Nederlandse ADHD media niet aan het woord kwamen.[ii] Een van de thema’s was het filosoferen over de Amsterdamse radiotechnieken. Tesamen vormden De Vrije Keyser, Radio 100, Radio Dood en later Radio Patapoe plus wat (ethnische) programma’s her en der op de legale SALTO frequenties op de kabel en de in ether een hechte scene van 120 tot 150 makers. Men luisterde naar elkaars programma’s en ontwikkelde het medium radio verder. Anders gezegd: na een kritische massa bereikt te hebben ontstond een zelf-referentiele dynamiek, een geïntegreerde radiocultuur.
Aan het eind van deze reeks interviews boordevol wilde radiotheorie heb ik het gedachtegoed vastgelegd in het essay “De Theorie van het Mixen” dat oorspronkelijk in 1992 in het tijdschrift Mediamatic verscheen.[iii] Hierin leg ik uit dat het karakteristieke aan het Amsterdamse geluid de cut-up en de live mix is. Deze techniek is vele malen radicaler dan het mixen van de DJs zoals dat ook toen al in het uitgaansleven te horen was. Het ging hier juist niet om de het onhoorbaar aan elkaar lassen van twee tracks. Kenmerkend is de onderbreking, de scratch en het knarsende contrast tussen de genres: Giuseppe Verdi crashing into Crass. De Amsterdamse sound ging verder dan het mixen van muziek. Het ging om het remixen van informatiestromen. Zo beschreef ik het in ’92: “De kracht zit ‘m in het ‘live’ aspect en niet in professionele apparatuur of een journalistieke aanpak.” In tegenstelling tot de tijdslimiet van de CD neemt de vrije radiomaker alle tijd. “Mixers scheppen eigen geluidsuniversums, die zich zowel in de lengte als de breedte oneindig ver uitstrekken. Ze dobberen rond in een zee van vrije tijd.” Deze intensieve studie leidde uiteindelijk tot de Bilwet theorie van souvereine media die zich niet langer richten op actievoerders of pretenderen de Waarheid uit te zenden.[iv] Dit is Chris Anderson’s Long Tail[v] avant-la-lettre. “De voorliefde voor het mixen geeft de overgang aan van alternatieve media, die nog een lacune in het bestaande aanbod willen aanvullen, naar soevereine media, die zich hebben losgemaakt van al het potentiële luisterpubliek.” Dit gaat verder dan democratisering, dit is ultieme radio vrijheid.
Eind jaren negentig was de vrije radiobeweging over haar hoogtepunt heen. Dit is tevens het moment dat het Internet commercieel doorbreekt. Het is de tijd van Paars, dotcoms, economische groei, de opmars van onroerend goed, het marktdenken en privatisering. Dit betekent ook een afname van het zorgeloze leven van de bijstand, de chronische werkloosheid, leegstand en het intrede van geld in secties van cultuur en maatschappij die decennia lang buiten het maaiveld van de commercie een schaduwbestaan hadden.
De radiofanaten kunnen niet beschuldigd worden van monomediaal fetisjisme. Al sinds eind jaren tachtig bestonden er banden met hackers groepen als Hacktic en werden geluidsbestanden via bulletin boards uitgewisseld. Experimenten van Internet plus radio gaan terug tot 1996 toen de Real Player applicatie werd gelanceerd die het mogelijk maakte via het Internet een radiostation te beluisteren. De Real software luidde het tijdperk van ‘streamen’ in. Tot dan toe was dat alleen point-to-point mogelijk via een dure verbinding. VPRO Digitaal was er vroeg bij, net als de groep DFM die een belangrijke rol speelde binnen Radio 100. Bijgestaan door De Balie, xs4all en De Waag werd de kennis in die tijd ook ingezet bij de solidariteitscampagne voor het Servische radiostation B92 dat naar het internet moest uitwijken. Zo werden de internetdata uit Belgrado uitgezonden via een piratenzender boven de Waag in de Nieuwmarkt. De meeste computers waren in die tijd nog niet sterk genoeg voor het ontvangen van streams. De 14.4K modems waren te langzaam en te instabiel, hetgeen pas begin 2000 veranderde met de verspreiding van ADSL en snellere computers. Een ander obstakel was de beperkte uitgaande capaciteit van de zogenaamde streaming servers. Het was al heel wat als een online zender een paar honderd luisteraars tegelijkertijd kon bedienen.
Het doek voor de vrije radio in Amsterdam viel symbolisch met de dood van de technicus Rob van Limburg in juli 2003. Volgens insider Mauzz was deze alleskunner zo ongeveer de enige die zonder enige hoogtevrees de wiebelende masten van zowel de legale als illegale radiozenders beklom om antennes op te hangen, te repareren of te vervangen. In die periode werd Radio100 zijn frequentie afgenomen bij de ether herindeling en bij de Vrije Keyser geschiedde dit zelfs twee keer. De Radio100 antenne werd vervolgens getroffen door een storm. Iets dergelijks gebeurde ook met De Vrije Keyser nadat hun nieuw gekozen frequentie alsnog werd ingenomen door het commerciële 100%NL. Mauzz: “Bij een nieuwe frequentie moet altijd de antenne aangepast worden, en bij de uistervende groep radio-vrijwilligers was blijkbaar niet de expertise en durf aanwezig om na alle tegenslagen zulke stunts uit te halen.”
Tegenwoordig is muziek bovenal lifestyle en niet langer een tegencultuur. Vrije Keyser en Radio 100 radiomaker Francois Laureys, thans werkzaam bij het Haagse IICD dat nieuwe mediaprojecten doet in West-Afrika, denkt dat dat nog veel creatievelingen audio/radio gebruiken als expressiekanaal maar dat een collectieve beweging niet meer vanzelf tot stand komt. “Destijds dwong de schaarste van de communicatie-middelen ons tot een mate van samenwerking en organisatie. Amsterdamse zenders zoals WHS, Rabotnik, DFM en RVZ zijn pas met radio GOT gaan fuseren tot radio 100 nadat ze flink door de opsporingsdiensten achterna waren gezeten.” Tegenwoordig kan een ieder voor bijna geen geld z’n eigen webradio beginnen. Voor een scene heb je ontmoetingsplekken nodig zoals een studio, kantoor en café. Voormalig Patapoe radiomaakster en netkunstcritica Josephine Bosma beaamt dit: “Met de sluiting van Proeflokaal Marconi, later omgedoopt tot Tesla verdween een ontmoetingsruimte voor vrije radiomakers en publiek, een plek die eenheid creëerde. Hierdoor werd radio ineens weer onzichtbaar; het had geen duidelijke verbintenis meer met haar publiek. Toen daarna de kabelradio een defacto standaard werd, nog voor internetradio en Mp3 downloads, vergaten mensen hoe ze een etherzender konden vinden, laat staan dat ze begrepen dat de kabel een heel ander medialandschap introduceerde. Zonder het verdwijnen van fysieke connecties met het publiek hadden de technische veranderingen er minder hard had ingehakt.” Hetzelfde kan gezegd worden van de wilde zondagavonden in de Patapoe Bar, begin jaren negentig in een kraakpand nabij de Zeedijk, die Radio Patapoe bijeenhielden.
Vrije radiomensen zijn van huis uit niet nostalgisch ingesteld. Om het even hoe, we produceren allemaal voor het Universele Archief. Toch is het niet moeilijk te observeren dat de passie, laten we zeggen, verschoven is, van het waanzinnige live mixen als doel op zich naar het distributiepotentieel van het internet en de bijbehorende sociale rituelen van het netwerken. De vrije radiocultuur anno 1989 was een radicaal locale mythe; een gift à la Baudrillard aan de bewoners van de stad. Niemand had dit besteld. Gouden geluiden voor het grote Niets. Wat rest is een doos vol casettes, een folder met files. En dat maakt ook niets uit want radio is een vluchtig, vergankelijk medium. Josephine Bosma: “Wat blijft er over? Ik denk dat radio net als andere media veranderd is door de nieuwe media, en wel in een individuelere ervaring. Ik zeg met opzet niet fragmentarisch, omdat ik dat te negatief vind, en teveel gedacht vanuit oude machtsstructuren en de strijd daartegen. Radiomaken in de Amsterdamse scene was altijd al zeer individualistisch en vrijzinnig.De reden dat ik niet over fragmentarische ervaring wil spreken is dat radio voor mij niet gaat om met een stem iedereen te bereiken, of enorme massa’s te mobiliseren. Het gaat om pluriformiteit te hebben—en te behouden—in het ‘medialandschap’. Wat dat betreft is er niets veranderd. Tegenwoordig is het publiek niet groter, maar meer verspreid. We moeten zorgen dat het publiek blijft, en dat er nieuwe ‘radiomakers’ en ‘publieken’ komen.”
Voor Josephine Bosma was radio maken, net als kunst, eerder expressief dan communicatief. Die tendens zet zich door, zeker bij Radio Patapoe, die nog steeds uitzendt, zij het met een kleiner bereik dan voorheen, aangevuld door een live stream op het internet. Josephine: “Het dondert niet dat er minder mensen luisteren, men gaat gewoon door. Patapoe maakt nog steeds hetzelfde soort programma’s en dat is niet alleen omdat ze niet anders kunnen, maar omdat ze altijd radio hebben gemaakt op die manier: als kunstwerk of dagboek. Ik zie nu de oude situatie (met groot etherbereik en meer publiek) als een soort verzameling ‘radioblogs’ avant la lettre, een portal als het ware.”
De situatie ligt anders voor aktiezenders als de Vrije Keyser.[vi] Mauzz: “De VK was bovenal een alternatieve informatie bron voor activisten en de kraakbeweging. Dit werk is op het internet voortgezet door sites als Squat.net, kraken-post.nl, kraakforum.tk en vooral indymedia.nl.” Volgens Lizet, die vanaf 1986 bij de Vrije Keyser betrokken was is het radiomaken breder geworden. “Sinds het internet is werken onder de noemer van een collectief niet meer noodzakelijk. Sporadisch zijn er nog wel etherradio projecten met een divers karakter en vaak voor een kleine kring, zoals Radio Rietveld.”[vii] Lizet wijst op een andere tendens: het verlaten van de studio en het doen van live uitzendingen op locatie zoals bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse anarchistische Pinksterlanddagen. “Dit gebeurde met andere mediacollectieven zoals bijvoorbeeld Mobile Radio, Ascii en Squat.net en adhoc samengestelde jonge radiomakers die uit het hele land samen de ether vulden met informatie muziek en soundscapes. Zowel via radio als internet werd er ‘live’ en ‘on Demand’ verslag gedaan. De radiouitzendingen hadden het karakter van een resumé van de dag.”
Josephine Bosma ziet het Vrije Keyser werk voortgezet in M2M Radio (migrant to migrant) dat uit de Schipholbrand herdenkingen is voortgekomen. M2M draait op de Streamtime.org server die al daarvoor werd gebruik in de context van Irak. In 2004 werd een live stream vanuit het museum van Halabja in Irak gemaakt. M2M is vanzelfsprekend souverein, zij het met een situationistische inslag. De programma’s bestaan uit (live) jam sessies. M2M begon als ‘narrow casting’ initiatief om een link te leggen tussen de overlevenden van de Schipholbrand. M2M radiomaker Jo van der Spek noemt het ‘kampvuur radio.’ “Het motto is: ‘de maaltijd is de uitzending.’ Het stijve interview format is passé. Waar het om gaat is de conversatie, dialogen en kakofonie.” De grenzen van wat nog radio is worden bewust opgezocht. Het vaderlijk medium dat streng het onderdanig oor toespreekt, minitieus gecontroleerd door overheid en Partij, dringt steeds dichterbij het dagelijks leven. Jo: “De kracht van het live streamen is het beschikbaar maken van intieme omgevingen die wereldmarkten bedienen.”
Als M2M trainingen geeft wordt bewust geen radioapparatuur meegenomen. Jo: “Mensen hebben al een een opnameapparaat in hun zak, namelijk hun mobiele telefoon. Verdere investeringen zijn niet nodig. Het gaat om de skills. Met de meeste mobieltjes kan je tegenwoordig al in de meest rare omgevingen, waar je ook bent, opnames maken. Ontdek de potentie van de hardware die je met je meedraagt. Zo nam ik een keer mijn arrestatie op. Dat was op Schiphol Plaza. Vervolgens kan je dat ook weer op je mobiel afluisteren, hetzij via internet, hetzij als gedownloade podcast.”
In dit geval van M2M vormt het basismateriaal niet zozeer muziek maar gesproken woord uit het meertalige globale sociale leven. Kleine Mp3 recorders gaan overal mee naar toe en fungeren als documentatiegereedschap. We horen gedetineerde migranten opbellen vanuit hun cel die van buitenaf door M2M voorzien worden door beltegoed. M2M zendt uit vanuit publieke lokaties in de stad. Een lange tijd fungeerde Het Blauwe Huis op IJburg vrijdag ’s avonds als radiocafé. Dat gebeurt nu vanuit het Wereldhuis aan de Nieuwe Herengracht en daarvoor vanuit de tijdelijke autonome basis Scub naast het Centraal Station.
Een bijkomend probleem van het verdwijnen van plekken om samen te komen en van grotere radioevenementen was dat de kennis van radiotechnieken niet meer werd doorgegeven. Josephine Bosma: “Steeds minder mensen weten hoe makkelijk radiomaken of bijvoorbeeld soundscapes maken is, waardoor er minder vers bloed en minder vernieuwing is. Die vernieuwing vindt nu plaats op andere gebieden, namelijk in de dance en technoscene, daar heeft zich het knutselen met techniek en geluid naartoe verplaatst. Er was bij de Amsterdamse radioscene altijd een een stevige link naar alternatieve muziekmakers en platforms, zoals Staalplaat. Nu nog heeft het Rotterdamse muziek en nieuwe media podium Worm een programma bij Patapoe. Wat in die scene alleen een stuk minder aan de orde is, is natuurlijk het gesproken woord, journalistiek, literatuur. Daar moeten we iets aan doen.”
Er is zeker nog een publiek, zo blijkt uit fanmail die in Patapoe’s mailbox verschijnt. Het publiek is nu verspreid over de wereld, en is zeker als niche te typeren. Het draait niet om techniek, dat is altijd aan te passen. In tijden van totale repressie was er nog altijd de cassette. Nu zijn er gratis servers genoeg. Wat mist is de community, daar is iedereen het over eens. Volgens Josephine Bosma is het wellicht tijd om daar iets aan te doen. “Grote meetings, spannende evenementen, radiomaken in het lespakket, dat kan allemaal. Ook dat kan echter alleen succesvol zijn als het echt inspirerend is. We hebben een nieuwe radiofilosofie nodig. Ik ben er overigens zelf niet zo’n voorstander van radio geheel los van andere media te promoten. Dat kan echt niet meer.” De tijd van zomaar op de bank gaan zitten radio luisteren of TV kijken is voorbij. Media zijn mobiel, en voortdurend met in contact. De vraag is dan: hoe maak je een nieuwe actieve communities van makers en luisteraars? En wie moeten die gaan initieren en beheren?
Binnen het Amsterdamse radiolandschap neemt de groep DFM (DeForMatie) een bijzondere plaats in. Stan Rijven in Trouw: “Niet alleen was deze zender in 1996 het eerste webradiostation van Nederland, hij is ook de enige erflater van het alternatieve radiocircuit dat in de jaren tachtig nog volop meetelde. DFM brengt de kracht terug van wat radio vermag: illusionair theater voor het oor. Precies datgene wat onze publieke zenders al jaren vergeten te doen.”[viii] Toek, die begin jaren tachtig met radio begon, is de spil van DFM. Na zich jaren te hebben ingezet voor Radio 100, transformeerde hij de DFM website succesvol in een globaal netwerk van luisteraars en soundmakers.
Alvorens kopje onder te gaan in het Internet wijst Mauzz erop dat het klassieke uitzenden met een FM zender nog niet helemaal is verdwenen. “Mogelijk aan jullie aandacht ontgaan is dat er in West-Nederland, naast Patapoe, nog een ander actief is: Dance Radio 992, onregelmatig in de lucht op FM 99.2 (vlak naast de 99.3 waar Radio 100 moest stoppen omdat SALTO Wereld FM op de 99.4 werd gezet vanwege de etherherindeling voor de commerciele etherveiling). Ik heb via chat regelmatig contact met een van de mensen achter dit station. Ze zijn niet commercieel, het is pure liefhebberij. Ze gebruiken de meest ingenieuze technieken zoals krachtige Chinese ‘wegwerpzenders’ om uit te zenden vanaf de meest bizarre lokaties zoals een hoogspanningsmast die midden in het IJ staat! De studio levert via internet het signaal aan en loopt daardoor geen gevaar meer. De zenders kunnen remote aan en uitgezet worden.”[ix]
Mauzz observeert een onverwachte hoek waar radiomaken een nieuwe impuls krijgt: de 3D internet omgeving Second Life (SL). “Mensen en scenes die ik anders nooit had verwacht ooit te gaan ’streamen’ cq radio maken, zie ik nu live Mp3 streams uitzenden vanuit hun huis, café of feest voor een groep mensen in een gemeenschappelijke virtuele ruimte in Second Life. Ieder stukje land in SL kan een bijbehorende Mp3 stream hebben. Ook zijn er virtuele ‘radiotoestellen’ (scripts in een 3D object) te koop waarmee je kan kiezen tussen ontelbare radiostations en ook je eigen favorieten kan toevoegen. Ook worden er virtuele open source radio’s gratis verspreid en leert men elkaar streamen. Vooral het live aspect is hierbij belangrijk. Het gaat om de gedeelde ervaring en interactie van luisteraars met de DJs en andere radiomakers. Die wisselwerking in SL is niet alleen verbaal maar dus ook nonverbaal, en visueel.” Een van de drijvende krachten achter Radio 100, DFM, is heel actief in Second Life. Mediakunstenaar Mauzz bestudeert al 2,5 jaar lang Second Life en verzamelt daar non-commerciele livestreams. “Er zijn meerdere Mp3 streamserver hosting bedrijfjes ontstaan waar je streamhostingkosten kan afrekenen in Linden Dollars. Ook ontstaan nieuwe muziekgroepen in SL waarvan de leden zich geografisch verspreid bevinden zoals de cover groep ‘Virtual Live Band’ en het experimentele Avatar Orchestra Metaverse, waar ik al een paar keer mee samen gewerkt heb. Die maken o.a. virtuele 3D instrumenten waarop niet alleen zijzelf, maar ook het virtuele publiek live op kan jammen.[x] Er zijn daar ook activisten actief zoals de Second Life Left Unity die acties doen om aandacht te vragen voor ondermeer de Palestijnse zaak, bijvoorbeeld tijdens het druk bezochte marathonfestival Virtual ‘Teknival’ waar 66 uur lang op zes verschillende podia DJs alternatieve tekno draaiden.
Dit alles komt niet uit het instituut radio voort. De tendensen die hier worden opgesomd zijn een special effect van ontwikkelingen op het gebied van hardware, software, bandbreedte en niet te vergeten de spectaculaire daling van de telecommunicatiekosten. Dit maakt het mogelijk dat we van het audio mixen overgaan in het tijdperk van het media mixen. Conversie van onderop. Wat hierbij opvalt is dat tal van technologische kruisbestuivingen nog niet ontgonnen zijn. Onbesproken hier is de inzet van Skype en andere gratis online telefoondiensten. Skype maakt het mogelijk een discussie te hebben tussen 4 of 5 locaties, wereldwijd. Dit signaal kan vervolgens als live stream worden uitgezonden. Niet velen zullen weten dat Linden Lab met haar audio service in Second Life na Skype de grootste Voice over IP provider ter wereld is gemeten in het aantal uren ‘telefonie’. Net als in het geval van radio wordt het tijd dat we ons ‘telefoon’besef, en wat daar mee kan, gaan updaten. Denk maar aan de taktische inzet van derde generatie mobiele telefoons. Al deze ontwikkelingen hebben een nog onbekende globale dimensie in zich die goed past binnen de cosmopolitieke locale cultuur. En vergeet niet het kraken van de leegstaande frequenties op de AM en FM. Maar zover is het nog niet. Dat zien we wel als ook deze technologie is vergeten. Tot dan.
–
Noten:
[i] Zie: Dick Rijken, Radio is dood, lang leve audio. “Radio is dood! Waarom spreken we nog over radio als het dat eigenlijk niet is? Wat het dan wel is? (..)Podcasten daarentegen vindt Dick juist intelligente audio. Als luisteraar kies je tegenwoordig je programma zelf uit en luister je wanneer het jou uitkomt op een specifieke plek.” http://www.denieuwereporter.nl/2006/06/radio-is-dood-lang-leve-audio/
[ii] De Bilwet Portrettengalerij plus andere radioprogramma’s en interviews gemaakt door Geert Lovink uit de periode in de periode 1987-2001 is vanaf oktober 2009 beschikbaar via de website van het instituut voor netwerkcultuur (www.networkcultures.org).
[iii] http://www.mediamatic.net/page/5750/nl.
[iv] Voor het eerst verwoord in Bilwet, Bewegingsleer, Uitgeverij Ravijn, Amsterdam, 1990. Online: http://thing.desk.nl/bilwet/bilwet/Bewegingsleer/9. Zie ook: http://www.thing.desk.nl/bilwet/adilkno/SovMed.html. Eric Kluitenberg ging hier op door in zijn hoofdstuk Media Without an Audience, in: Delusive Spaces, INC/Nai, Rotterdam, 2008. Voor het vervolg van radio naar streaming zie mijn hoofdstuk Principles of Streaming Sovereignty in My First Recession, V2/Nai, 2003.
[v] Kern van Chris Anderson’s betoog is dat de vele kleine bedrijven die weinig omzetten bij elkaar genomen een economisch gewicht hebben dat groter is dan de handvol giganten. Zie: http://www.thelongtail.com/.
[vi] Zie: http://www.vrijekeyser.nl/.
[vii] http://www.myspace.com/rietveldradio. Zie ook het voorbeeld van het Amsterdamse Oltranszista initiatief uit 2007 dat zichzelf presenteert als een tijdelijk autonoom radiostation: “We have designed a small media studio, we share the information on how to make your own radio with free software and cheap recycled hardware, we want to embed into interesting situation and help to create the gradient to send them to the sky.” Zie: http://www.radioltranzista.net/.
[viii] Stan Rijven, DFM brengt avontuur terug in de digitale ether, Trouw, 12 sept. 2009. Voor meer informatie over de 24/7 streams van DFM: http://www.dfm.nu.
[ix] Zie de foto’s op hun site: http://danceradio992.cz.
[x] Zie: http://www.avatarorchestra.org.






