Archive for March, 2012

Jacob Molenaar: Denk in content, niet in publicaties

Posted: March 25, 2012 at 3:28 pm  |  By: lisavanpappelendam  |  Tags: , , , , , , , , , , , ,

Het Institute of Network Cultures had Jacob Molenaar gevraagd om een presentatie te houden binnen het thema Documentbehandeling. Molenaar beloofde een overzicht te geven van de mogelijkheden van e-books op basis van ePub voor de algemene uitgeverij en zijn adviezen op het gebied van e-learning en elektronische publishing. Molenaar refereert aan het motto van de workshop die hij op de eerste dag van Boek uit de Band gaf samen met Florian Cramer: Back to the Basics! Waarom? ePub is, volgens zeggen, een primitief formaat op het gebied van vormgeving. “ePub, it’s like the Web in 1996!” citeert Molenaar een vormgever. Gaandeweg is de focus komen te liggen op de onmogelijkheden en beperkingen van het programma. Verder is onze huidige situatie zeer vergelijkbaar met die mid-jaren 90, want “[t]here is a war on!” In 1996 zagen er de oorlog ontstaan tussen partijen van verschillende browsers, besturingssystemen en zoekmachines. Veel eindgebruikers leden onder die strijd, een strijd die nu weer aangewakkerd is op het gebied van e-books.

Molenaar somt de vragen op die momenteel van essentieel belang zijn voor uitgevers. Moeten zij investeren in e-books of apps? Kiezen zij voor iBooks of Kindle? Is het verstandig om gebruik te maken van ePub of van PDF voor publicatie en XML voor opslag van content? Als de keuze op ePub valt, voldoet versie 2.0? Tot slot, wat is toch HTML5? En vervolgens neemt Molenaar het op zich om uitgevers van goed bedoelde adviezen te voorzien ten aanzien van de antwoorden. De keuzes die uitgeverijen moeten maken hangen sterk van het product af en het business model. Verder zijn de kracht van je merk en de relatie met jouw klanten succesfactoren binnen het proces. Misschien is nog wel het meest bepalende element binnen de dilemma’s waar uitgeverijen voorstaan: Wat is mijn toekomstvisie? Zijn mijn ideeën gericht op de korte of lange termijn? Er zijn twee veelvoorkomende strategieën: Zien wij de overgang naar de e-book als een één-op-één vertaling van het boek of beschouwen wij de e-book als een daadwerkelijk nieuw productconcept dat wij in de markt willen zetten?

Wat volgt is een vergelijkende uiteenzetting van e-books en verschillende typen apps. Molenaar besteedt aandacht aan de vaak gehoorde misvattingen, zoals de gedachte dat apps uitsluitend voor of door Apple ontwikkeld zouden zijn. Van het stilstaan bij de kenmerken van web apps vervolgt de presentatie op een logische wijze met een kort en bondig overzicht van de kenmerken van HTML5. Veel uitgeverijen schijnen namelijk erg nieuwsgierig te zijn naar de toepassing ervan. Molenaar geeft aan dat HTML5 meer coderingsmogelijkheden kent, platformonafhankelijk is, scripting een optie is en een betere integratie met apps, XML en databases kan worden gefaciliteerd. Daarnaast kent HTML5 een uitgebreider pakket aan grafische mogelijkheden en is er sprake van pre-loading. Dit laatste houdt in dat de vormgever heel nauwkeurig het laden van pagina’s op een website kan dirigeren. Hierdoor is het mogelijk om offline te werken. Kortom, HTML5 maakt van houterig HTML een soepele multimediale omgeving.

Hoe zit het nu met ePub? Wat is het? Molenaar legt uit dat het een technische standaard is voor e-books, een verzameling van formats. Denk aan XHTML voor content en CSS voor stylesheets. ePub wordt beschreven als een enveloppe waarin alle elementen kunnen worden verzameld die nodig zijn om een e-book op e-reader of tablet te tonen. Het kent geen open standaard en voorziet niet in digital rights management (DRM), dat betekent dat een ePub document niet kan worden beveiligd. Molenaar staat stil bij de versie die onlangs in gebruik is genomen. Het ondersteunt HTML5, CSS, multimedia en scripting. En dat klinkt ideaal.

Wie heeft ervaring met het toepassen van ePub? In de presentatie worden voorbeelden gegeven zoals Amazons custom-made versie van het ePub platform en Apples aanpassing van ePub voor het eigen iBooks platform. Wat zijn de voor- en nadelen ten opzichte van publicatie in PDF? Beide formats bieden interoperabiliteit (tussen verschillende platforms). Echter staat ePub bovenal bekend om flexibiliteit en de opties voor interactie met de omgeving en PDF voor de grafische kwaliteiten. PDF ligt voor de hand in situaties waarbij lezers gewend zijn om op papier te lezen. Denk aan wetenschappelijke artikelen en essays.

Molenaar toont zijn publiek een aantal figuren waarin de verschillende fases binnen uitgeverijen geïllustreerd zijn. Zijn bedoeling is weer te geven hoe huidige uitgeefprocessen verlopen, waar de knelpunten zich bevinden daarbinnen en de wijze waarop uitgevers schromen om zich te verdiepen in de technologische aspecten. Uitgeverijen hebben de neiging om zich te richten op de pre-press of opmaak. Contentmanagement blijft vervolgens onderbelicht, omdat document engineering wordt ervaren als te technisch en daarom te ingewikkeld. Maar is het verstandig om dit aspect te negeren? Het draagt in grote mate bij aan meer efficiëntie binnen uitgeefprocessen wanneer bijvoorbeeld mediumneutraliteit gewaarborgd wordt. Denk aan content die opgeslagen wordt in XML. Dit maakt diverse typen van publicatiestromen, via diverse kanalen, eenvoudiger.

Het concept van mediumneutraliteit is gevallen. Wat is het? Molenaar vraagt zich überhaupt af of het wel bestaat. Publicatieneutraliteit is wel haalbaar, volgens Molenaar. Publiceren via verschillende kanalen behoort zeker tot de mogelijkheden, maar neutraliteit in relatie tot verschillende media roept kanttekeningen en vraagtekens op.

Molenaar eindigt met een pleidooi. De wereld van e-book formats is hevig in beweging. Uitgevers denken hun slag te kunnen en te moeten slaan. Molenaar adviseert hen om eerst naar hun content te kijken. Hoe gaan zij met hun documenten om? Het devies is als volgt: Draag er zorg voor dat alle content op een dusdanige wijze wordt opgeslagen dat vervolgens in verschillende formats publicaties voort kunnen komen. Denk aan XML en content beschrijvingen via DITA. Content en de bijbehorende informatiemodellen zijn het gouden ei voor uitgeverijen. Hierin schuilt hun intellectuele rijkdom. Investeer in het modelleren van je content en volg niet blindelings de technologische hypes van onze tijd. Dat verlaagt de risico’s die de ontwikkeling van ICT-projecten bij uitgeverijen met zich meebrengt. Niet meer denken in publicaties maar in content!

Panel 03: Discussie over de vormgeving van e-boeken

Posted: March 24, 2012 at 3:15 pm  |  By: Serena Westra  |  Tags: , , , , , , , , , ,

Florian Cramer opent de sessie 'Vormgeving van E-boeken' met een voorstelronde van de sprekers: Aymeric Mansoux is een Franse kunstenaar en media onderzoeker, Megan Hoogenboom is zelfstanding ontwerper voor e-boek-reader design en Petr van Blokland is ontwerper, docent in grafisch ontwerp en mede oprichter van Buro Petr van Blokland + Claudia Mens. De drie sprekers zullen in het derde panel van de dag ingaan op de vormgeving van e-boeken.

Nederland heeft ondanks haar grote typografische traditie bijna geen grafische ontwerpers die e-boeken vormgeven. Het zijn alleen de ICT-servicebedrijven  die werkzaam zijn in dit veld. De e-boekentechnologie, zoals de ePub-standaard, is voor visuele vormgeving nog slecht ontwikkeld en er zijn grote problemen met de incompatibiliteit van verschillende e-boek-readers. Gezien de dynamische ontwikkeling van de markt voor het e-boek en de recente verhoging van technische standaards zijn op het gebied van vormgeving forse veranderingen te verwachten. Dit panel bestaat uit een reeks vragen van moderator Florian Cramer.

Florian Cramer: Wat zijn in de praktijk uitdagingen als vormgever om ePub te gebruiken?

Megan Hoogenboom: Het eerste waar je tegen aanloopt is dat je bij ePub geen pagina’s hebt. Wel op je scherm, maar dit kan echt niet meer gezien worden als pagina. De typografie is heel belangrijk dus vertaal je dat weer naar een font dat je kan gebruiken voor ePub. Ik heb wel costume fonts kunnen gebruiken, alleen niet alle apparaten reageerden hetzelfde op de tekst. Bovendien speelt ook de locatie en grootte van de tekst een rol in de weergave van een tekst.

Read the rest of this entry »

Erik-Jan Bulthuis en Pieter Swinkels over distributie en verkoop

Posted: March 24, 2012 at 7:56 am  |  By: Elin Wassenaar  |  Tags: , , , , , , , , , , , ,

Het vierde panel over distributie en verkoop vindt plaats in de vorm van twee korte presentaties en een vraaggesprek onder begeleiding van Jos Vrolijk, docent Media, Marketing & Publishing aan de Hogeschool van Amsterdam. De twee sprekers zijn Erik-Jan Bulthuis, die Hans Willem Cortenraad vervangt namens het Centraal Boekhuis, en Pieter Swinkels van de e-reading service Kobo. Eerst geven zij elk een korte presentatie.

Erik-JanErik-Jan Bulthuis is Productmanager Digitale Diensten bij het Centraal Boekhuis. In 1871 is het CB opgericht door uitgevers en boekverkopers, en het heeft al jaren vier hoofdactiviteiten: opslag, distributie, bestelsysteem en vastlegging, en informatieservices. Het Centraal Boekhuis werd opgericht omdat dit de handel in boeken enorm vergemakkelijkte: vroeger ging de uitgever langs verschillende boekwinkels om de boekverkoper van boeken te voorzien. De boekverkoper kreeg op zijn beurt weer tientallen uitgevers op bezoek, die boeken kwamen brengen. Door het Centraal Boekhuis hiertussen te plaatsen, werd de distributie van boeken centraal geregeld. Ook houdt het CB een heel groot deel van de administratie bij voor beide partijen.
In 2009 is ook het eBoekhuis opgericht, dat precies dezelfde activiteiten heeft, maar dan voor e-books. Via webshops – eventueel van een ook fysiek, offline bestaande boekhandel – houdt het Centraal Boekhuis precies bij hoeveel er verkocht wordt. De verkoop van e-boeken stijgt, vooral in de zomermaanden is er een piek in verband met de vakantie. Op dit moment is het percentage gedrukte boeken dat ook als e-book beschikbaar is 15%, maar het betreft dan vooral boeken vanaf ongeveer 2008, want nieuwe titels worden steeds vaker gedrukt én als e-book gepubliceerd.

Bulthuis zou graag zien dat je als lezer een e-book, wanneer je het eenmaal gekocht hebt, kunt lezen op zowel je e-reader als je computer en telefoon. Dit zou ertoe leiden dat je boeken ook kunt verhuren, waarbij je toegang kunt verstrekken voor een bepaalde periode van bijvoorbeeld drie weken. Dit zou voor de bibliotheek gebruikt kunnen worden.

Bulthuis sluit zijn presentatie samenvattend af met het feit dat het belang van het bezitten van een boek verschuift naar het belang van de toegang tot een boek. Hiermee wordt huren mogelijk. Ook onderscheiden e-bookverkopers zich steeds meer met een eigen distributieplatform, dat internationale kansen biedt. Het Centraal Boekhuis wil hierin wel graag de verkoopcijfers bijhouden.

Pieter Swinkels

Pieter Swinkels
Vervolgens is het woord aan Pieter Swinkels, hij werkte bij verschillende uitgeverijen en is nu Director Publishing and Industry Relations bij Kobo, een e-reading service uit Canada die nummer drie wereldwijd is. Kobo is twee jaar geleden opgericht met de missie om de vrijheid te geven om op ieder moment, op elk apparaat te kunnen lezen en die ervaring te delen met je vrienden. Ze werken dus met de ‘cloud’, wanneer je op het ene apparaat tot pagina 24 leest, kun je op het andere apparaat weer op pagina 24 verder lezen. Ook notities worden gewoon onthouden. Op dit moment is de e-reader Kobo Touch net nieuw en Wired noemt het zelfs de beste e-reader van het moment.
Kobo heeft inmiddels 7 miljoen gebruikers en 2,5 miljoen titels die in 200 landen verkocht worden. In elk land hebben ze een partner uit het traditionele boekenvak; in Nederland is dat Libris. Zo is Kobo ook verbonden aan het eBoekhuis.

Kobo probeert waarde toe te voegen aan lezen. Op hun website kun je bijvoorbeeld statistieken vinden over allerlei boeken: hoe lang mensen gelezen hebben, of wat ze ervan vonden. Je kunt zelfs awards verdienen als je bijvoorbeeld veel leest in één genre. Kobo is dan ook verbonden aan Facebook en Twitter.
Swinkels stelt twee vragen: verandert social reading het leesgedrag? En de uitgeeffocus? Hij is van mening dat iedereen zich opnieuw moet oriënteren op zijn taak binnen de keten. Uitgevers kunnen bijvoorbeeld wereldwijd uitgeven, na vertaling. Zo ontstaat er wel een enorme vijver van miljoenen boeken, en bovendien wil niet elke auteur zich internationaal manifesteren. De uitgever moet zich richten op de service die ze de auteur kunnen bieden, en de auteur vragen wat die eigenlijk wil. Ook is er nu sprake van self-publishing, waardoor zonder tussenkomst van een uitgeverij soms geheel onbekende auteurs toch duizenden lezers vinden. Swinkels eindigt zijn presentatie met een interessante opmerking: “Boeken lezen wordt alleen maar leuker.”

Vraaggesprek
Na deze presentaties wordt het vraaggesprek geleid door Jos Vrolijk. Hij zegt dat Swinkels nogal wat prikkelende opmerkingen maakte en vraagt naar hoe het gebruik van consumentendata voor de statistieken geregeld is op het gebied van privacywetgeving. Swinkels legt uit dat er veel verschillende wetten zijn in verschillende landen, maar dat Kobo altijd aan de lezer aangeeft met wie de gegevens gedeeld worden. De lezer geeft daar toestemming voor, en er zijn geen derde partijen bij betrokken.
Vervolgens wordt er gesproken over auteurs die from scratch succesvol zijn. Volgens Swinkels kunnen  auteurs via social media veel actiever betrokken zijn bij het succesvol maken van een boek, maar kan de één zich beter als merk ontwikkelen dan de ander. Toch zegt hij ook: “Ik geloof in de kracht van het verhaal.”

Discussie sessie 4: Distributie

Daarna gaat het even over het gebruikersperspectief, hoe kan een gebruiker op meerdere apparaten lezen? Bulthuis legt uit dat je met een bronbestand in XML of HTML5 zoveel verschijningsvormen kunt bouwen dat die koppeling makkelijk te maken is. Kobo blijkt daarvoor aardig wat mensen in dienst te hebben, er werkt zo’n 300 man, waarvan 200 ‘hele technische jongens’. Swinkels voegt eraan toe dat Kobo waarschijnlijk zo succesvol is geworden door de koppeling met social media. Bulthuis beaamt dat de leeservaring van een e-book voor iedereen anders is, wat leidt tot vragen over leesgedrag: leest de jeugd op een andere manier en vergrijst daarom het publiek van het fysieke boek? Dat ligt eraan wat je precies een boek noemt, aldus Swinkels, maar de twintigjarigen van nu lezen waarschijnlijk veel meer dan vroeger. Mensen blijven wel lezen, maar ze zijn minder gehecht aan verschijningsvormen.

Dan is er nog even ruimte voor wat vragen uit de zaal. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar de kwaliteit en opmaak van e-books. Volgens Swinkels was de kwaliteit van ePub heel slecht, maar zijn Europese uitgevers later begonnen en kwamen zij daardoor direct op een wat hoger niveau. Vooral in Europa is de lay-out een artistiek onderdeel van het boek en er wordt veel aandacht aan besteed. Toch leidt dit ook tot problemen, in verband met de verschillende apparaten, moet het wel een flexibel model zijn.
Ook is er nog wat aandacht voor de relatie tussen het fysieke boek en het e-book. Voor boekverkopers komen er andere rollen, legt Bulthuis uit. Het gaat om het leesgedrag dat de consument verlangt. Daarbij speelt ook de prijs een rol. E-books worden vaak als duur beschouwd in relatie tot het fysieke boek, een digitaal product leidt tot een ander gevoel van consumentenwaardering dan een fysiek boek. Een e-book mar nooit meer kosten dan 13 euro, voegt Swinkels daaraan toe, omdat je dan de klanten wegstuurt. Maar een nieuw boek mag natuurlijk wel wat duurder zijn dan een bestaand boek. Toch maken beide sprekers duidelijk dat zowel Kobo als het Centraal Boekhuis geen invloed hebben op de prijs. Vrolijk stelt dat 40% onder de fysieke prijs een werkbaar model is en na bevestiging van Swinkels haakt Bulthuis hierop in om nogmaals de aandacht te vestigen op het verhuren van boeken. Als markt moet er bedacht worden wat een maand toegang dan kost, of een uur leestijd. Dat zijn vragen die nu niet zomaar beantwoord kunnen worden. Uit de zaal komt nog de vraag hoe voorkomen kan worden dat de digitalisering van de boekenwereld tot net zulke problemen leidt als in de muziekwereld. De prijs van e-books moet omlaag, is Swinkels’ simpele antwoord.

Joost Kircz over lezen en geletterdheid

Posted: March 24, 2012 at 6:44 am  |  By: lisavanpappelendam  |  Tags: , , , , , , , , ,

Joost Kircz sloot de tweede dag van Boek uit de Band af met een vogelvlucht presentatie over lezen en geletterdheid. De vraag die hij stelde was: Waar maken wij ons druk om? Kircz verving Adriaan van der Weel, die zich wegens ziekte moest afmelden voor de conferentie.

Wat krijgen wij mee van moeder-natuur? Dat zijn onze vijf zintuigen. Maar de aanleg tot lezen en schrijven betreft vaardigheden die aangeleerd zijn, legt Kircz uit. Lezen is een bewuste handeling. Muziek luisteren kun je doen terwijl je op de fiets zit, lezen niet. In allerlei situaties lijken echter iconen de vervangers te zijn geworden van tekstuele boodschappen, bijvoorbeeld in het verkeer. In hoeverre is er dan nog sprake van bewustwording?

Een schrijver vereist tekens. Het zijn tekens die wij waarnemen en dat wordt verstaan onder “lezen”. De wijze waarop dat plaatsvindt is niet uniform. Kircz vervolgt zijn verhaal namelijk met een aantal afbeeldingen van het brein uit het boek Proust and the Squid. The Story and the Science of the Reading Brain van Maryanne Wolf. De scans tonen verschillen aan in hersenactiviteit tussen lezende personen uit diverse culturen en taalgroepen.

Naast tekens vraagt het schrijven om een materiële ondergrond. En die materiaalkeuze bepaalt hoe de lezer teksten tot zich neemt. Hierin ligt het verband met eerdere presentaties tijdens de conferentie. In de digitale wereld, bijvoorbeeld, vinden we een mist van beelden en tekstfragmenten. Afbeeldingen gaan steeds meer de hoofdrol spelen. “Kijken” wordt de spil in de activiteiten van spreken, schrijven, lezen en horen en hier moeten wij ons bewust van worden om grip te kunnen krijgen op de eerder op de dag besproken relatie tussen de mediumdrager en de mededeling.

Als we kijken naar diverse genres, dan worden deze met de komst van tablets en e-books op een nieuwe wijze gelezen. Lectuur (pulp), zoals de Bouquetreeks, is een geschikt genre voor de tablet. Het ontbreken van een zoetsappige boekomslag maakt dat de lezer ongegeneerd kan genieten van deze werken. Verder is de roman een doorlopende tekst, die ideaal lijkt om in papieren vorm te lezen in bed. Maar romans zijn in de gedaante van e-books tegenwoordig overal te consumeren. Tot slot kent poëzie een aantal elementen die essentieel zijn voor de beleving en inhoud ervan. Denk aan lay-out, bladspiegel, interlinie en typografie. In ieder medium dienen deze karaktereigenschappen behouden te blijven. Toch zal ondanks het behoud de leeservaring per medium verschillen.

Kircz staat vervolgens stil bij de onderwijskundige aspecten van lezen in onze moderne tijd. Elektronische interactieve leeromgevingen, bijvoorbeeld, zijn, nodig binnen het onderwijs om jongeren te stimuleren. Gelukkig zijn dergelijke projecten volop in ontwikkeling. Over de wetenschap en de moderne tijd is Kircz kort. Miljoenen PDF bestanden zijn in databanken opgeslagen, dat als een stap in de goede richting beschouwd kan worden. Echter zijn het in de basis fotoafdrukken van het klassiek (vormgegeven) origineel van het artikel of essay. Weinig vernieuwend en adequaat dus.

Als afsluiter meent Kircz dat voor elk medium dat de transformatie doormaakt naar e-book mediumspecifieke eisen in de voorgrond treden. Denk aan de kwaliteit van het medium (papier? E-inkt? iPad3?), beschikbaarheid (wat zijn de consequenties van in the cloud?) en tastbaarheid. In het laatstgenoemde geval verwijst Kircz naar haptic games, waarbij de speler bij iedere beweging in het spel trillingen voelt via de controller in handen. Deze transformatie brengt nieuwe vormen van het algemeen boek met zich mee: Aan een tekst wordt een afbeelding toegevoegd in een uitslaande vorm en de pop-up is geboren. Verder zijn luisterboeken, werkboeken en ontboekte boeken (zoals de Telefoongids) in het leven groepen.

Om ieder medium en iedere leesvorm goed te kunnen doorgronden, moeten wij eerst leren hoe wij lezen. Een mooi afsluitend statement van de conferentie over the unbound book.

Mark Staniforth: De e-book loterij maakt nieuwe fictie mogelijk

Posted: March 23, 2012 at 9:50 pm  |  By: lisavanpappelendam  |  Tags: , , , , , , , , , , , , , , , ,

Wegens ziekte bleef genodigde Mark Staniforth helaas afwezig voor het paneel Schrijven en Redigeren van Boek uit de Band. Deze jonge schrijver had echter wel een aantrekkelijk geschreven tekst ingezonden dat voorgelezen zou worden door Rose Leighton onder de titel E-books: A New World of Fast, Free Fiction (zie foto).

Staniforth opent met het verhaal van Amanda Hawking. Ze had een liefde voor het schrijven van verhalen en stuurde talloze manuscripten naar uitgeverijen, die vervolgens genegeerd werden. Op een dag besloot zij over haar verhalen te communiceren via onder meer Facebook en Twitter. Voor Hawking een laatste strohalm. Blijkbaar was het een schot in de roos, want een massale verkoop van haar verhalen kwam op gang en duurt tot op de dag van vandaag.

Wat was het geheim van deze e-book miljonaire, vroeg Staniforth zich af. Het succes leek initieel te maken te hebben met haar keuze in boekomslagen en populaire genres. Verder waren haar boeken gunstig geprijsd en begon haar werk op te vallen bij bloggers over boeken. Zelf nam zij ook een belangrijke rol in door haar marketing in eigen handen te nemen. In 140 tekens of minder refereerde zij bijvoorbeeld in tweets aan haar werk en creëerde gaandeweg een stabiele achterban.

Staniforth meent echter dat niet iedere self-published auteur in het bovengenoemde proces zal slagen of wil slagen. Maar de bepalende factor is en blijft opportunity. Wie krijgt een kans? Wie grijpt vervolgens daadwerkelijk die kans? “In cyberspace there is space for all of us.” Tegenwoordig kunnen e-book auteurs hun dromen werkelijkheid maken. De middelen zijn nu beschikbaar om de publicatie van hun werken eigenhandig te beheren.

Een fabel die uit de wereld moet worden geholpen is de noodzaak van self published auteurs om een alternatieve werkwijze te omarmen, omdat zij bij iedere uitgeverij geweigerd zijn. Staniforth legt uit dat boekwerk in eigen beheer uitbrengen lange tijd a last resort is geweest, maar heden niet langer. Het wordt tegenwoordig geaccepteerd als een bewuste keuze en daarmee wordt het een legitieme bestaansvorm.

Uiteraard ontkent Staniforth in zijn tekst niet dat iedere auteur het liefst zijn of haar boek in een papieren versie gedrukt ziet. Het is de spreekwoordelijke kers op de taart. Er is echter geen geldige reden waarom hij of zij zou moeten kiezen tussen het een of het ander, tussen digitaal of papier. Beide formats kunnen naast elkaar bestaan.

De lezing vervolgt met een aantal observaties aangaande e-books uit Staniforths eigen ervaring. Eerder heeft hij een verzameling verhalen geschreven en op professionele wijze laten redigeren. Vervolgens is het werk via Smashwords gepubliceerd en heeft de schrijver geen enkel exemplaar verkocht. Verder bleken zijn pogingen om publiciteit te genereren via populaire media als Twitter en blogs weinig succesvol. Op een subtielere wijze heeft hij daarna zijn verhalen gepromoot en toen bleek hij te zijn opgevallen bij het publiek. 50,000 exemplaren van zijn verhalenbundel zijn gratis gedownload. Een bewuste keuze. Staniforth gelooft dat hij via deze weg een lezerspubliek om zich heen weet te verzamelen, die bij de lancering van een volgend boek eerder geneigd zijn om te betalen voor een exemplaar.

Staniforth sluit af door het belang te benadrukken van het leren begrijpen van het basiskarakter van het product en de doelgroep aan lezers. E-books en tablets brengen nieuwe mogelijkheden met zich mee ten aanzien van fictievertelling. De toepassing van romans is nog volop in ontwikkeling, maar korte verhalen sluiten naadloos aan bij de conceptualisering van digitaal lezen wegens hun bondigheid, scherpzinnigheid en potentie tot onderdompeling van de lezer.

De toekomst? De lezer zal uiteindelijk zelf kiezen voor het verhaal dat het beste bij hem of haar past, zonder stil te staan bij het bestaan van verschillende formats, zoals digitaal of papier. Hierdoor zijn de kansen op het winnen van de jackpot zeer gunstig voor e-book auteurs. Iedereen is in potentie de volgende Amanda Hawking.

Mark Staniforth’s tekst

Posted: March 23, 2012 at 9:45 pm  |  By: kimberley  |  Tags:

My name is not Amanda Hocking. Hers was the name that came up in the e-book lottery, and that's why you know hers, and not mine. Mine hasn't come up yet. If I keep playing, maybe it will come up one day.

Amanda Hocking is just like you and I. She likes to write stories. She wrote some and sent them to publishers. Just like you and I, she got ignored. She probably figured her manuscripts weren't even opened. So she put them online instead. She tweeted about them, Facebooked about them, and persuaded others to book blog about them. Then - and this is where our paths start to split - she started selling them. Hundreds of thousands of copies and over one million pounds later, she hasn't stopped selling them.

We all wish to know what is Amanda Hocking's secret. On her blog, she says:

From what I can guess, it happened because:
- the books are in a popular genre
- the covers are enjoyable
- the price is good
- the writing isn't terrible (although, believe me, some people would argue that point)
- book bloggers recommended it
- accessibility [Twitter, Facebook, Goodreads, Amazon]
[Source: amandahocking.blogspot.com]

So this is the secret to becoming an e-book millionaire: write cheap, not-terrible books about wizards or vampires. Talk about them as much as you can in one hundred and forty characters or less. And then, who knows, maybe one day it could be you.

Of course, the reality is we are not all going to be as successful as Amanda Hocking. Many of us do not wish to write mass-market books about wizards or zombies, no matter the potential financial reward. And yet in other respects, the opportunities us all by the so-called e-book revolution are just as great.

This is what it is all about: opportunity. There is space in cyberspace for all of us. We are not pulling down trees in the Amazon rainforest in order to satisfy our delusions of authorial grandeur. We are not lobbying for inclusion on Booker Prize lists. We can always be switched off or unfollowed. We are writing because we have the desire and the facility to write, and because there might be someone, somewhere out there who wants to read it.

'We' means e-book authors. That is, self-published authors, those whom it is presumed have had no luck banging on the permanently closed door of conventional publishers, and have instead uploaded our work via a platform such as Amazon Self-Publishing or Smashwords. Yet this is increasingly a misconception. To be an e-book author, you do not have to first have been a failure elsewhere. The success of the likes of Hocking, along with the much greater facility for e-book readership with the surge in sales of tablet e-readers, has changed the dynamic. The e-book option used to be the last resort. Now it is increasingly becoming the preferred option to begin with.

Of course, I cannot yet conceive a situation in which I, or Hocking, or any other e-book author, would reject an offer from a conventional publisher to turn my book into print. I can talk all day about the preferable nature of e-book publishing but the fact remains, each author wants to see his or her book in print. Hocking has already signed with a publisher. But in doing so she has not abandoned her independent e-book ethos any more than she has declared conventional publishing the best way forward after all. My point is this: there is no reason to have to choose between the two. The future is to take the best from both.

Here is my experience as a self-published author. I completed my book, a collection of inter-linked short stories called 'Fryupdale', three years ago. I had it professionally edited, and posted it to Smashwords. For sale at a nominal price, it sold nothing. Of course it didn't. It sat with hundreds of thousands, even millions of other manuscripts, all of which may well have contained the ingredients from the back of a crisp packet. Anyone could post what they liked, plonk a price on, and sit back and see.

My initial attempts to cultivate publicity via other blogs largely failed. My early tweets headed straight to spam bins. I seemed to be missing the point of the e-book revolution. But gradually it dawned on me to be more subtle, and it doesn't come much more subtle than making your product free. When you are not promoting a paid-for product, people will start to take notice. When they take notice, they will spread the word. Within a year, my e-book had been downloaded fifty thousand times. It had been reviewed - they were mixed reviews, but that hardly matters - many times over. It had not made any money, but initially at least, that is not possible to be the point. The point is this: I have created a readership base. If a few of the fifty thousand who downloaded my previous book will pay a nominal fee for my next one, it will have a start, which is all Amanda Hocking needed. Writing and selling an e-book is according to some, an immediate art. I would venture the opposite: that achieving success as an e-book author requires a long-term, multi-book strategy.

What that strategy also must include is an understanding of the nature of the product and those who will most likely be interested in it. Some books convert to the e-book format better than others, for different reasons. Cook books, obviously, are not such a great idea. Likewise, long, tough, literary tomes are rather out of place in this zappy, electronic era. The rise of e-books and of tablet e-readers present an exciting opportunity for a new kind of fiction: more disposable, perhaps, but no less worthy.

The model has not yet had the chance to be adapted enough to decree the genre which will be the greatest success for e-books (beyond Hocking's paranormal romances), but shorter fiction, and in particular short stories, which are notoriously difficult to place with conventional publishers, are likely to be best suited: if e-readers cater for a more mobile, time-conscious market then it only follows that shorter, sharper, more immersive and quickly concluded fiction will fit the bill.

The opportunities for us to examine this phenomenon at first hand, that is, to determine whether there is indeed a genre best suited to the e-book rather than the conventional paper format, will continue to grow. And I think ultimately, the decisions about which publishing model to pursue, and which format (electronic or paper) to adopt, will be made for us: that is to say, the market will delineate itself naturally, just as the consumer will think less and less about the medium by which they read, and simply which story suits their particular convenience.

Simply, there need not be a choice between physical or electronic books, or even between conventional or self-publishing: the two can co-exist to the mutual benefit of each other. E-books give the author an opportunity to test new work, to devise his own promotional campaigns, to shape his own career; a conventional publishing deal that might arise from his success is a bonus, but the e-book model is now advanced enough that it need not be seen as the over-riding aspiration.

Amanda Hocking's success has proved what is possible, and given legitimacy to the e-book publishing model. It is here to stay, but alongside, not in place of the existing model. Many different factors - its legitimacy, its popularity and the universal rise in different e-reading formats - mean that while they are still a long way from winning the lottery, the prize for an e-book author now closer than ever.

Mark Staniforth's website

Boek uit de band III

Posted: March 23, 2012 at 9:18 pm  |  By: ariealtena  | 

(14:30) XML, XML, XML

In het door Florian Cramer geleide gesprek met de vormgevers Megan Hoogeboom, Aymeric Mansoux en Petr van Blokland, is het Petr van Blokland die hamert op het belang van duurzame opslag. Het houdt simpelweg in dat je je moet houden aan de strikte en totale scheiding tussen tussen structuur en presentatie (vormgeving), tussen inhoud en techniek. Zelf scheidt hij dat al jaren bijna religieus: informatie bestaat maar één keer, is gestructureerd in XML. Hoe die informatie wordt gepresenteerd wordt bepaald door stylesheets voor een specifiek uitvoermedium. Het is de ideologie van XML (en SGML), het zou altijd de  technische basis van elektronisch publiceren moeten zijn, en het is de enige manier om informatie duurzaam op te slaan. Het maakt hergebruik mogelijk, zelfs in toekomstige media-omgevingen waarvan de features nu nog niet bekend zijn – mits je je houdt aan gedefinieerde standaarden. Het mag logisch zijn, toch werken niet veel ontwerpers zoals Van Blokland: structuur ontwerpen waarbij je (nog) niet weet hoe je die gestructureerde informatie afbeeldt. In zijn praktijk vervalt het verschil tussen grafische vormgeving en media-ontwerp. Een vormgever is iemand die templates maakt in dit proces. InDesign is voor die werkwijze waardeloos. Van Blokland programmeert al jaren zijn eigen tools – vormgeven is coding geworden. Gooi Indesign weg.

Voor wie de split tussen structuur en vormgeving – voorgeschreven door de techniek accepteert is dit de enige weg. Wie anders werkt, haalt zich in een digitale omgeving problemen op de hals. (Ik stel me voor dat iedere redacteur dat weet..., en ik denk zelf ‘had ik maar..., want ik wist het wel’). De praktijk van samenwerken met anderen is echter altijd lastiger.

Ik ken maar één fundamenteel argument tegen deze ideologie: namelijk dat betekenis en vormgeving samenhangen, dat er geen ‘informatiestructuur’ bestaat die voorafgaat aan de presentatie van tekst. Dat is een filosofisch argument dat nauwelijks standhoudt tegen het ‘gelijk’ van de XML-ideologie. Florian Cramer probeert het argument in de discussie te brengen, maar dat komt niet van de grond – zelfs voor een visueel gedicht als BOEM Paukeslag gaat de scheiding op. Ook al raakt het daar aan de grens, denk ik: voor een duurzame opslag moet de definitie van de structuur zo precies (uitgebreid en complex) zijn dat het de visuele vorm voor verschillende ‘uitvoeringen’ fixeert. Zou je alleen een simpele structuur definiëren, dan sla je niet het gedicht op, maar een beperkte vorm ervan. (Voor bijvoorbeeld een Shakesperiaans sonnet ligt dat heel anders, daarvoor heeft het TEI al jaren geleden een XML-format en DTD gedefinieerd). Zo ver komt de discussie overigens niet. En het kan ook zijn dat ik een finesse mis.

Megan Hoogeboom maakte voor de Sony e-reader een bewerking van BOEM Paukeslag en moest daarvoor behoorlijk in de slag met de software en de codering van de e-reader. Het resultaat maakt gebruik van een aantal specifieke kenmerken van die e-reader – op een Kindle ziet het er niet uit. Hoewel in eerste instantie frustrerend is ze achteraf heel positief over de manier waarop de techniek haar dwong tot creativiteit. Het stelt een uitdaging en is een manier om tot nieuwe resultaten te komen. Daarmee is wel de mediumspecificiteit terug in het verhaal – waar XML juist een strikte mediumneutraliteit voorstaat.

De derde vormgever in het gesprek is Aymeric Mansoux – programmerend ontwerper en uitgesproken voorstander van het gebruik van open source software. Hij mist de ‘dirt’ in de epub-wereld. Op zich is er niets mis met de standaard, het is simpel, maar er is geen creatieve explosie in de wereld van de epub. Geen DIY en ‘dirt’, zoals in de diskettemagazines uit de demoscene, of de allereerste websites en netart. Hij heeft volledig gelijk – maar ik vraag me af wat voor ‘dirt’ je zou moeten verwachten: als technologie is epub zo spannend als HTML 1.0. Al zou wat ‘dirt’ de wereld van de e-readers geen slecht doen.

En Mansoux bedoelt nadrukkelijk niet de ‘dirt’ van de piraterij en de torrents met duizenden e-books, niet de ‘dirty’ digitale leescultuur van handgescande boeken (inclusief onderstreping en opmerkingen in de marge), die ter download staan in de semi-illegale online ‘archieven’.

Alledrie de vormgevers zijn het er over eens: wie wil ontwerpen moet coderen. Dat het onderwijs wat dat betreft achterloopt: dat gaat volgens Van Blokland vanzelf over: de niet-coderende ontwerper sterft uit. Dat nu bij grafisch ontwerp op de kunstacademie het drukwerk een fetish is: gaat vanzelf over. (Daarmee kom je niet aan de ‘bak’). Hij merkt wel op dat het jammer is dat er zo weinig ontwerpers zijn die zich bezighouden met de ondermaatse typografie van de epubs en presentatie ervan op e-readers.

Florian Cramer probeert nog wat tegenwicht te geven tegen het gelijk van Van Blokland door te suggereren dat we naar een toekomst gaan waarin het simpele ontwerp wordt gedaan door document-engineers, en de grafisch vormgevers de mooie klusjes van het maken van het luxe full colour offset doen. Van Blokland reageert daarop met de opmerking dat als dat de strategie van een uitgever is, deze met achterhoedegevecht bezig is.

Cramer maakt tegen het einde de opmerking dat een groot verschil tussen deze conferentie en die van vorig jaar (The Unbound Book) is, dat in 2011 het e-boek werd gevierd als een verrijking van het boek, terwijl nu iedereen spreekt over epubs, geen verrijkte boeken, maar poor mans books, simpele boeken. Precies dat simpele e-boek heeft zijn weg naar de lezer gevonden. Je kunt dat, denk ik, beschouwen als de late, de onbegrijpelijk late aankomst van een digitale leescultuur in een van technologie vergeven samenleving. En dat is een spannend gegeven.

(16:00) streaming reading, in the cloud, lezen als lifestyle

De commerciële verhalen over het bereiken van de consument komen van Erik Jan Bulthuis, product manager e-boeks van het Centraal Boekhuis en Pieter Swinkels (ex Bezige Bij) van Kobo, de e-reader met touch-screen. Een kritische kijk moet je niet verwachten in zulke presentaties. Maar aangezien ik nauwelijks heb bijgehouden wat het CB precies doet en wat Kobo biedt, levert het in ieder geval een beetje nieuwe kennis op. Bijvoorbeeld dat het CB bezig is met het faciliteren van streaming reading en verhuur van e-boeken – waardoor ze ook een partner zouden kunnen worden van openbare bibliotheken, of evengoed, de iTuneswinkel. De infrastructuur, inclusief administratie en verslaglegging is er al. Een uitgever plaats eenmalig een bestand bij het CB, dat het bestand naar verschillende aanbieders doorlevert. Bezit van ebooks verschuift naar toegang. Zo, en dat is interessant, of problematisch, kan het CB de een centrale repository voor e-books worden. Hoe zich de positie van het CB zich verhoudt tot de KB, Europeana, of tot Google, daarover wordt niet gerept. Wel wordt gerefereerd aan het belang van een goede prijsstelling. 2,99 als goeie prijs voor self-published e-boeken, 7 tot 13 euro voor boeken van uitgevers (groot en klein). Het zijn prijzen die Swinkels noemt. Wat een goede prijs is voor de verhuur van boeken (uitlenen noemen we dat al heel lang) – dat weten we absoluut niet. Wat kost een maand toegang, wat kost een uur leesduur? Ik denk dat het antwoord gevonden kan worden in de prijs van een abonnement van de openbare bibliotheek: zo’n 30 euro op jaarbasis voor volwassenen. Kinderen gratis. Maar of dat is wat men hoopt of verwacht? Misschien denkt men aan de prijs van het uitlenen van een DVD (in Amsterdam 1 euro per week – ook voor een 4 DVD-box, bovenop de abonnementsprijs), maar een e-boek lijkt me aanmerkelijk minder waard dan een DVD... Het kan ook dat de bibliotheek uitsluitend rechtenvrij en Open Access content op die manier zal aanbieden.

Eric Swinkels geeft op zijn beurt een overzicht van de aanpak van Kobo. Een bij Kobo aangeschaft boek kan op alle apparaten afgespeeld worden (anders dan de Amazon’s Kindle-bestanden), ze zitten volledig in de cloud, en Kobo synchroniseert tussen de platforms. (Van de 300 werknemers van Kobo zijn zo’n 200 programmeur). Kobo zet in op social reading: het lezen van boeken met anderen staat centraal, en de social reading tools en community is volledig geïntegreerd. Niets daarvan is per se nieuw (de tools heb ik allemaal al eens in andere software of communities gezien), maar de bundeling van al deze features creëert op dit moment blijkbaar een markt. En, het moet gezegd, vergeleken met Amazon, Bol, of het gedoe met bookapps, komt Kobo een stuk aantrekkelijker over. Ze hebben 7 miljoen gebruikers, 2,5 miljoen titels en 9 ‘storefronts’ in 9 verschillende landen. (Swinkels meldt ook trots dat ze zojuist zijn overgenomen door Rakuten – een Japans investeerder. Ik begrijp dat dat veel financiële armslag oplevert, maar ik begrijp de trots erover nooit zo goed. Alsof het toch alleen om financieel gewin zou gaan. Maar goed, Selexyz mocht willen dat een Japanse investeerder haar komt redden). In Nederland werkt Kobo samen met de Libris-winkels.

Hoe commercieel Swinkels praatje ook is, ik geloof best dat hij echt van lezen houdt, en dat hij het lezen van goede boeken wil stimuleren. De social reading tools proberen de lezers aan te zetten tot meer lezen, en hun eigen onderzoek suggereert dat  mensen die de social media tools van Kobo gebruiken 30% meer gaan lezen, vergeleken met de niet-gebruikers. Of dat werkelijk wat zegt is de vraag.

Bulthuis van het Centraal Boekhuis merkt dan resoluut op: ‘boeken lezen kan een lifestyle worden – daar ligt een markt’. (Waarbij ik denk: was het niet al lang een lifestyle, of nee, veel meer dan dat? Wat ga je missen als je volledig in dergelijke termen gaat denken? Lezen als lifestyle, in plaats van lezen als manier om de wereld te begrijpen?)

(17:00) laatste sessie, lezen, leescultuur

Omdat Adriaan van der Weel ziek is geeft Joost Kircz al afsluiting een korte presentatie over Lezen en Geletterdheid. Hij geeft een overview van verschillende vormen van lezen, en verschillende genres van boeken, verschillende leesmateriaal, en merkt op dat elektronische leeromgevingen nog altijd in ontwikkeling zijn en studenten houden nog steeds van papier, (zie eboekenstad.nl). Hij benadrukt in feite dat het e-boek en de digitale leescultuur nog lang niet zijn wat ze zouden kunnen zijn. De ergonomie van de e-readers is voor studeren nog lang niet voldoende goed. Wat nog te doen valt is leren (onderzoeken) hoe we lezen, dat leert hoe elektronische boeken vorm te geven. Nog steeds weten we eigenlijk vrij weinig over het verschil – als dat er is – tussen lezen van een gedrukt boek en lezen van het scherm, nog minder over wat lezen precies is (Kircz haalt Maryanne Wolf’s Proust and the Squid aan). Ook zijn presentatie benadrukt dat, na technische manuals en telefoonboeken (en ander informatie die al lang niet meer wordt gedrukt), nu ook het mass-produced poor-mans-book (de paperback, de pocket) de weg vindt naar het digitale, terwijl er op andere gebieden nog heel veel moet gebeuren.

De conferentie valt positief uit omdat het over pragmatische zaken gaat. Geen toekomstperspectieven. maar een opname van de stand van zaken. Ook al zijn er ook deze dag genoeg sprekers en vragenstellers die als in een reflex zeggen dat de technologie zich steeds sneller ontwikkelt. Als je het mij vraagt gaan de ontwikkelingen op het internet helemaal niet meer zo snel als een paar jaar geleden (e-readers en tablets zijn geen nieuwe ontwikkeling, wel nieuwe apparaten, en ja, de verspreiding ervan verandert het gebruik van technologie.) De opkomst van de epub en het e-boek vindt plaats in een context waarin de technologie – en dan bedoel ik XML, niet de e-readers – eerder uitontwikkeld is (op wat typografische en lay-out problemen na). Epubs zijn eerder een ‘blast from the past’, de kracht is de simpelheid, het is lo-tech. Die technologie stuit nu door een samenspel van factoren– met een enorme vertraging – op een gat in de markt. Daar geen adembenemende vergezichten, eerder een bekende wereld van mensen verdiept in een boek – en een grotere zichtbaarheid van de leescultuur. Nogmaals: als dat doorzet, dan is dat spannend.

Al vraag ik me wel af waar die 2 miljoen tablet-PC’s in Nederland zijn, of al die e-readers. Tegen één lezer van een e-boek op een e-reader zie ik in de trein meerdere mensen film kijken op hun laptop, (degene die tikken tellen niet mee, die zijn aan het werk), meerdere die gamen op een Nintendo, om te zwijgen van getwitter en ge-SMS via smartphones...

Boek uit de band II

Posted: March 23, 2012 at 9:16 pm  |  By: ariealtena  | 

(10:45) teksteditie, e-laborate, XML

Wie iets wil weten over digitale tekstbehandeling moet te rade gaan in de wereld van de teksteditie. Daar wordt al veel langer dan twintig jaar digitaal gewerkt. Henk Wals van het Huygens Instituut – dat zich onder ander bezighoudt met het maken van definitieve tekstedities van de Nederlandse klassieken – legt uit wat teksteditie inhoudt en toont wat tools waarvan gebruik wordt gemaakt. Tools – zoals ‘e-laborate’ (http://www.e-laborate.nl/nl/) waarin het tonen van verschillen tussen versies is geautomatiseerd, en waarmee simpel online kan worden samengewerkt en online gepubliceerd. Het ziet er jaloersmakend goed en simpel uit, de XML-gebaseerde schrijf- en redactietool die ik zelf zou willen gebruiken. Bij een presentatie als deze – van een vakgebied dat de naam heeft saai te zijn, een vak van ‘kommaneukers’ – krijg ik de indruk dat daar dagelijks elegant software-gereedschap gebruikt wordt dat superieur is aan de tools die in de ‘grote’ wereld worden gebruikt (en waar zo dikwijls op gescholden wordt – en terecht). Het zijn tools waar redacteurs hun voordeel mee zouden kunnen doen, schrijvers ook, de werkprocessen zouden dan zoveel prettiger kunnen verlopen. Ook laat zijn presentatie zien dat wanneer tekst op een goede manier als XML is opgeslagen ze simpel in verschillende omgevingen gebruikt kan worden. Het is zo simpel...

Om naar buiten te treden maakt het Huygens Instituut websites, zoals de hit met de brieven van Van Gogh (http://vangoghletters.org/vg/) – tevens de offciële teksteditie. Ze is zelfs bezig om de teksteditie van het werk van WF Hermans – uitgegeven door De Bezige Bij – in samenwerking met IBM te ‘porten’ naar Facebook en andere platformen, en te koppelen aan social reading tools.

Wals ziet een toekomst waarin tekstedities gedistribueerd beschikbaar zijn – opgeslagen op een server in een repository. Daaraan kunnen annotaties (als linked data) worden toegevoegd. Zo functioneert de teksteditie als een attractor voor kennis, kan gebruikt worden door onderwijsapplicaties, en zelfs voor games of voor social reading omgevingen. Downloaden als als epub of audiobook – beide weer op dezelfde XML gebaseerd – is slechts de simpelste vorm van distributie. Natuurlijk kan er via POD een papieren boek gemaakt worden. Met andere woorden hij ziet een toekomst zonder monolieten, een toekomst van combinaties tussen data (in XML) en API’s die door verschillende instellingen worden ontwikkeld en in verschillende configuraties worden opgeroepen. Right on! The way to go, denk ik dan – en dat bedoel ik serieus.

Het zou ook een efficiënte manier zijn om tekst te conserveren en tegelijk te verrijken en verspreiden. Dat dient het onderzoek, de lezers en het onderwijs – en je maakt zelfs gebruik van de kennis van de lezers (via annotaties bijvoorbeeld). (Je kunt het zelfs gebruiken in Role Playing Games). De teksteditie is al lang uit de band – en heeft een spannende toekomst. Ik zou zeggen: het model waarmee zij werken is het model met de meeste toekomst. Of die ook op deze manier wordt gerealiseerd – buiten de wereld van de teksteditie? Ik hoop het.

(11:05) Flash, self-publishing, bookapps

Dan spreken de schrijvers. Tonnus Oosterhoff zegt dat hij zich ouderwets voelt na de vorig sprekers, terwijl zijn poëzie dikwijls als cutting edge wordt ervaren. Hij vindt zijn poëzie ouderwets noch cutting edge. Hij maakt dan wel geanimeerde poëzie en gebruikt wat mogelijkheden van de computer – reden waarom hij voor cutting edge doorgaat – maar hij vindt dat hij technisch gezien nogal lo-tech en visueel gezien heel terughoudend en conventioneel bezig is. Hij legt uit hoe hij werkt. In een gedicht, als ‘dans van betekenis en concepten’, doet elk element er toe – en de lezer gaat daar van uit. Woorden zijn basismateriaal, klank, klankomgeving, typografie, visuele verschijning. Zoals in BOEM Paukeslag van Van Ostaijen en Un coup de dés n’abolira jamais l’hasard van Mallarmé, probeert Oosterhoff met visuele middelen iets te weeg te brengen in de hoofden van lezers. Het schrijven voor computerscherm en internet begon simpel met ideeën die hij alleen op op de computer zou kunnen realiseren, en niet op papier. Dingen die je met taal kunt doen. Door met Flash te werken kon hij het verglijden van de tijd voor de lezer dirigeren, het tempo dirigeren. De geanimeerde gedichten (zie www.tonnusoosterhoff.nl) schrijft hij onmiddellijk in Flash. Een psychologisch effect – een kortsluitingetje van een soort waarvan hij houdt (de hersenen op het verkeerde been zetten) is door eerst ‘ik’ te projecten en dan ‘droom’, waardoor je een stellende zin verwacht, maar er volgt  een vragende: ik /droom / droom ik... Je hersenen hebben dan een langere verwerkingstijd nodig,  er is een esthetisch effect (dat ook te meten valt). Een schrijver wil immers het hoofd van de lezer bezetten  – hij hoopt dat op deze wijze synapsen naar elkaar buigen...

Het belangrijkste uit het verhaal van de Amerikaanse schrijver Mark Staniforth – zelf afwezig wegens ziekte – is deze vaststelling: “There need not be a choice between physical or electronic books, or even between conventional or self-publishing: the two can co-exist to the mutual benefit of each other. E-books give the author an opportunity to test new work, to devise his own promotional campaigns, to shape his own career; a conventional publishing deal that might arise from his success is a bonus, but the e-book model is now advanced enough that it need not be seen as the over-riding aspiration.” Wat problematisch vind ik zijn voorzichtige stelling dat korte verhalen wel eens specifiek geschikt zouden kunnen zijn voor e-readers. Ja, misschien omdat, zoals hij stelt, korte verhalen slecht aan uitgevers zijn te verkopen, maar niet omdat e-readers (lezers) meer ‘time conscious’ zouden zijn dan lezers van drukwerk, en daarom tenderen naar kortere teksten...

Sidney Volmer  (http://vollmer.nl/) is een Nederlandse auteur uit de savvy-internetgeneratie. Vooraf schatte ik hem in als iemand die slim alle tools gebruikt, twitter, facebook, blogs en die mediamix uitstekend bespeelt om de aandacht voor zijn teksten te focussen. Hij heeft een achtergrond als filmmaker en noemt zichzelf liever verhalenverteller dan schrijver, precies omdat hij in verschillende media werkt. Zijn presentatie verrast me in positieve zin. Hij spreekt over zijn debuut Alles smaakt naar chocolade, dat ook is verschenen als speciaal ontwikkelde bookapp. Een toegankelijk literair verhaal, maar met gebruik van ‘non-invasieve zelfreflectiviteit, meta-modernisme en intertextualiteit’, verschillende tekstsoorten en veel referenties, omdat dat karakteristiek is voor het chaotische medialandschap van zijn hoofdpersoon. Ik heb het niet gelezen, maar werd getroffen door het oprechte verlangen van Volmer om heel dicht bij zijn lezers te komen. De bookapp ontwikkelde hij (met de programmeurs van Codeazur en de vormgevers van Buutvrij) om lezers te bereiken en om dichter bij hen te komen – hij heeft het over de transparantie van de constructie van de auteur en de benaderbaarheid. Hij vindt het belangrijk om te tonen hoe het verhaal geconstrueerd wordt – niet, zoals wel in postmoderne romans gebeurde, om de kunstmatigheid te tonen en de vervreemding te benadrukken (dat zijn mijn woorden) – maar om ervoor te zorgen dat de lezer dichter bij het verhaal komt. Hij stelt dat lezers willen weten hoe een boek gemaakt wordt, hoe het in elkaar zit, hoe het tot stand komt, het is volgens hem een van de consequenties van de opkomst van social media, van ons internet en mediagebruik. Hij bedoelt enerzijds dat lezers willen weten wie de schrijver is, wat hij zoals doet als hij schrijft – een kijkje in het privéleven – maar ik denk dat hij het wel degelijk ook bedoelt op het niveau van de constructie van het verhaal, en het doet me ergens ook denken aan de houding van David Foster Wallace. (Later reageert Oosterhoffs op Volmer’s idee dat de auteur in de toekomst nog aanweziger en transparanter wordt, met de opmerking dat hij liever nog obscuurder wil worden, minder aanwezig: de schrijver maakt de openingen en mogelijkheden, de spits scoort.)

Volmer is zelf uiterst ambigu over zijn bookapp, en leest zelf eigenlijk niet van e-readers. Hij wil wel mee met de beweging van het e-boek, en inspelen op de veranderende mediagedragingen van de hedendaagse lezer. Hij kijkt vooruit naar Augmented Reality. De e-reader nu doet hem denken aan een oude gameboy.

Ambigu is hij er ook over vanwege de kosten van de bookapp en de tijd die het hem heeft gekost. Zijn bookapp heeft bijvoorbeeld een digitale ‘boekenlegger’ met directe links naar het audiobook, naar samenvattingen en naar de twitter en facebookpagina’s van hemzelf. Hoe meer je leest en doorklikt, hoe complexer het boek wordt. De kosten waren ongeveer 40.000 euro – al was het in praktijk ‘liefdewerk oud papier’. Recensies in kranten leverden geen enkele verkoop op, maar een recensie op een ipad-pagina leverde 4 dagen plaats nummer 1 in de verkoop op.

De softwareontwikkeling was te ondoorzichtig voor hemzelf, hij zou graag een open source tool willen (en de bookapp zelf kunnen schrijven). Andere problemen die hij onderkent is dat het maar voor één platform is ontwikkeld. Voor zijn eigen gevoel is het te duur is – 7,99, tegen een gevoelsprijs van 2,49 –, en het verdienmodel is zeer onduidelijk. (Hij gelooft in toegang tot content, niet in eigendom van content). Zelfs voor een bestseller is het moeilijk winstgevend te maken. Ten slotte ziet hij een enorm ruisgevaar voor zichzelf: hij wil zijn tweede boek schrijven, maar ook dit boek in de lucht houden en is dus bezig met lezersvragen over zijn eerste boek, en dat terwijl het social media aspect van de bookapp weinig toegevoegde waarde bleek te hebben.

(13:30) document engineering, epubs, en correcte meervoudige diacrieten

Document engineering is een nieuw werkveld. Het gaat over e-pubs als standaardformaat voor e-books, over hybrides van database en tekstbestanden, tekstbestanden en vormgeving. Het bestrijkt en verandert het hele veld van de uitgeverij. Maar vormgevers, die specialist zijn voor epub, zijn er zo goed als niet in Nederland. De specialist in Nederland verwijst voor epub door naar hun partner in India...  De eerst presentatie in dit blokje van de conferentie is van de wetenschappelijke uitgeverij Brill (geven 600 boeken per jaar uit, bijna alle ook elektronisch, 150 tijdschriften met 550 nummers, 20 delen van naslagwerken). Zij zijn content-processing engineers, zij zijn de voorlopers van het elektronisch uitgeven. Brill heeft een eigen font ontwikkeld, met eigen letters voor de vele charactersets die zij in hun wetenschappelijke uitgaves gebruiken, met correcte extreme diacrieten (http://www.brill.nl/news/brill-typeface).

Opvallend is dat bij Brill toch nog steeds de PDF centraal staat, zoals Hans Havekes laat zien in zijn uitleg van het proces van kopij naar elektronische uitgave. De afgeleide formaten zijn bijvoorbeeld webready PDFSs en XML, en de uitleverformaten die erbij horen, offset, POD, ebook vendor, brillonline, epub. Dat zijn nog maar net met XML bezig zijn intrigeert me – zeker als je nagaat dat XML al jaren centraal staat voor het Huygens Instituut.

Hij signaleert de problemen met epub. Op zich is de epub standaard geen probleem, maar het probleem ligt in de vertaling ervan door de verschillende platforms die ieder de epub op een eigen manier interpreteren. Adobe Digital Editions geeft bijvoorbeeld karakters verkeerd weer. Ook lay-out gaat niet goed, zelfs simpele lay-out van gedichten... Er zijn problemen met de leesrichting (Hebreeuwse tekst wordt in Adobe Digital Editions soms gespiegeld). Het probleem ligt steeds bij de software op de ipad of de e-reader, Firefox verwerkt dezelfde XML wel goed.

Havekes toont aan het einde de sheet met de XML-workflow, met een XML database, DTD’s, en stylesheets voor de verschillende uitvoeringsformaten. Dat schema gebruikte ik in 1999 in mijn lessen ‘Schrijven voor het web’. Het leek zo logisch, het verwarde mensen toch.

Jacob Molenaar stelt ‘epub is like the web in 1996.’ (Dat constateerde vormgeefster Zsa Zsa Linneman  ook tot haar verbijstering tijdens de workshop epub. Wij waren bij Mediamatic collega’s, ik sprak haar tijdens de conferentie. Ze dacht dat haar kennis roestig was, maar werd ook geconfronteerd met een situatie die exact leek op webdesign anno 1996 en wist bij wijze van spreken binnen 2 uur alles wat er te weten zou moeten zijn). Epub is primitief, je kunt weinig met vormgeving en controle van je pagina. Molenaar verwijst naar de browser-oorlogen van de jaren negentig, en zegt: we zijn met e-books helemaal terug op dat moment. iBook, Kindle, epub 2.0 of 3.0, HTML5, of XML? En apps zijn de Flashsites van 1998, denk ik.

Epub is een simpele standaard voor e-books, dat XHMTL, CSS , inhoudsopgave, en Dublin Core (metadata) gebruikt. Simpel. Mobi is niet meer dan een extra envelop om de epub, zodat het (alleen) op een Kindle werkt. Apple zet 1 commando in het epub bestand waardoor het enkel te lezen is op een Apple-product. Molenaar stelde dat uitgevers content-management (met dingen als DITA, XML en mediumonafhankelijkheid) lastig vinden. Ze denken, zegt Molenaar, nog in prepress, terwijl van content uit moeten gaan om te voorkomen dat ze verschillende productielijnen opzetten voor verschillende uitvoerformaten (met allerlei conversieproblemen). Niet in publicaties denken, maar in ‘content’ – denken in termen van losse elementen, die je als losse elementen opslaat die je kunt aanroepen.

En ik, ik dacht dat die sprong al lang was gemaakt. Modeleren van content en moduleren van content (om het maar zo te zeggen), dat is toch al lang de kern?Dat ik dat zelf niet altijd weet toe te passen onder de tijdsdruk om een boek of programmaboekje voor Sonic Acts te maken is één ding, maar grote uitgevers volgen toch wel zo’n workflow? Blijkbaar niet.

Boek uit de band I

Posted: March 23, 2012 at 9:14 pm  |  By: ariealtena  | 

Boek uit de band, de Nederlandstalige opvolger van de conferentie The Unbound Book (2011), gaat nadrukkelijk over het maken van e-boeken. De praktijk staat centraal: van schrijven, via redactie, productie en distributie tot lezen. De hele keten aan bod. Zo stelt Florian Cramer het in zijn inleiding: niet de utopieën en vergezichten, maar het werkveld van het maken en lezen van e-boeken, hier en nu, voor schrijvers, redacteurs, content engineers, vormgevers, lezers, uitgevers. Een deel van The Unbound Book-conferentie in 2011 was wel gewijd aan toekomstvisies, die soms een gevoel van deja-vu gaven, met argumenten en ideeën die op z’n minst sinds begin jaren negentig de ronde doen. Boek uit de Band kijkt naar de praktijk van het elektronisch publiceren, nu het e-boek – met een nauwelijks voorstelbare vertraging – een lezersmarkt heeft gevonden. Sinds kort is het lezen van een boek van een scherm ‘normaal’, e-readers vinden aftrek en lezers kopen – als we Amazon.com mogen geloven – in grote getale e-books. Het e-boek is gearriveerd bij het grote publiek.

Eigenlijk is dat merkwaardig laat. Muziek en film, respectievelijk mega- en gigabytezwaar, vinden al jaren via internet hun weg naar de consument. Boeken, die al minstens even lang digitaal worden geproduceerd, en die, zeker als ze alleen uit tekst bestaan al veel langer dan muziek of film makkelijk digitaal gedistribueerd kunnen worden, speelden tot voor kort maar een marginale rol op het internet. ‘Boeken op internet’ betekende voor het grote publiek vooral paperbacks kopen bij Amazon, Bol of Proxis.

Natuurlijk lezen we al jaren en jaren van  het scherm, websites, blogs, forums, mails. Maar er was maar een verhoudingsgewijs kleine groep die romans en theorie digitaal las, vaak professionals, academici. De digitalisering van muziek en film veroorzaakte een bloeiende ‘download-praktijk’, die heftig bestreden wordt door de industrie, met steeds hardere middelen. (Ze zorgde ook voor het opzetten van soms semi-criminele filehosting bedrijven die gratis geld verdienden aan de gretigheid van de downloadende consument). In de wereld van het lezen is piraterij een marginaal verschijnsel. Dat wil niet zeggen dat ‘the literary goods’ niet op dezelfde manier verkrijgbaar zijn als de mp3s en avi’s. Maar het heeft tot nu toe weinig impact.

Het e-boek verschijnt voor de consument pas op het moment dat de iTunes-winkel (Amazon, bol.) volop functioneert, op een moment dat de consument er, door de apps, langzaam aan went om voor digitale content te betalen. In de muziek heeft jaren een semi-illegaal downloadcircuit gedraaid, voordat het kopen van ‘legale’ mp3s van de grond kwam. Blijft wel de vraag hoe de uitgevers ervoor gaan zorgen dat het met het e-boek niet ‘horribly’ misloopt, zoals in de muziek (zoals Florian Cramer tijdens de conferentie opmerkt).

Toch nog even over dat woord ‘boek’. Een boek is een bundeling van teksten, tekst in een band. Een boek niet synoniem met ‘codex  (de stapel gebundeld papier). De codex is één verschijningsvorm van het boek. Elke samenbinding van teksten kan een boek zijn. Boek is een abstract begrip, niet een term die staat voor één specifieke fysieke representatie van teksten. Een e-boek is een boek.

Ik hoopte voorafgaand aan de conferentie dat iedereen  voorbij het gesteggel over definities zou zijn, voorbij de klaagzang over de teloorgang van het fysieke boek. Ik hoopte dat het spook van zo goed als elke discussie over het elektronische boek in de afgelopen twintig jaar eindelijk uitgebannen zou zijn: de verkeerd begrepen verdwijning van het fysieke boek. Tijdens de conferentie werd een enkele keer gerefereerd aan de tactiele ervaring van het gedrukte boek – het feit dat het aanraken van papier prettiger is dan met je vinger over een glad scherm strijken. Petr van Blokland wees er terecht op dat de huidige e-readers qua gebruikerservaring verre van perfect zijn. Maar dat een boek een term is die ook voor digitale tekstbestanden kan worden gebruikt, daar had niemand moeite mee. (Ik heb er niemand over gehoord). Dat er sprake is van een digitale leescultuur, en dat het e-boek een factor is waarmee rekening gehouden moet worden, dat was een uitgangspunt waarover, in het kader van deze conferentie, geen discussie nodig was. Prettig: zo kon de stand van zaken worden opgenomen.

(10:00) Aftrap, pitches, vergezichten

De conferentie vindt plaats in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Het boekennieuws van de dag zijn de zware betalingsproblemen van Nederlands grootste boekhandelsketen, Selexyz, dat, ondanks de naar eigen zeggen uitstekende verkoop van boeken, een dermate hoge betalingsachterstand heeft dat het surseance van betaling heeft aangevraagd. De directie is in paniekoverleg met Centraal Boekhuis en naarstig op zoek naar een allerlaatste mogelijke investeerder.

Het openingswoord wordt verricht door de directeur van de OBA, die in zijn verhaal benadrukt dat wanneer de openbare bibliotheek haar functie als informatievoorziening wil blijven spelen, ze toegang moet kunnen geven aan e-boeken. Het model van een bibliotheek die toegang biedt aan elektronische tekst bestaat natuurlijk al lang in de universiteitsbibliotheken – die zitten in de wurggreep van academische publishers die hoge bedragen vragen voor hun digitale content, die daardoor dikwijls buiten legaal bereik blijft van mogelijke lezers. De plannen van de OBA om via licenties toegang te bieden aan elektronische content, krijgen later in de middag reliëf door de presentatie van Erik-Jan Bulthuis, productmanager digitale diensten van het Centraal Boekhuis. (Hij verving directeur Hans Willem Cortenraad – die met Selexyz om de tafel zat). Bij Centraal Boekhuis ligt al sinds 2009 een complete infrastructuur (met servers en administratie) voor de uitlevering van e-books, die wordt ingericht op ‘streaming reading’ en tijdelijke toegang. (Wie een e-boek koopt bij bol.com krijgt deze via de servers van Centraal Boekhuis). De bibliotheek kan aan dat systeem gekoppeld worden, neemt dan bijvoorbeeld licenties waardoor leden tijdelijk en beperkt legaal toegang krijgen tot een e-boek. (De afrekening zou zelfs naar leestijd kunnen worden gemaakt). Zo’n model kan, denk ik, interessant zijn  en ervoor zorgen dat een hongerig leespubliek, voor wie de aanschaf van e-boeken te duur is, niet zijn heil hoeft te zoeken bij al dan niet illegale torrents. Of zo’n model werkt, hangt af van de prijs.

Na een korte inleiding door Florian Cramer volgen er die ‘pitches’ van spelers uit de mediawereld – de enige drie verhalen van de dag die niet praktijkgericht zijn.

Het begint met de enige presentatie van de dag waarover ik me ouderwets en overbodig opwindt: de ‘pitch’ van Willem Vermeend – onder andere voormalig minister van economische zaken, en hoogleraar internet en business. Hij presenteert ‘het boek van de toekomst’, het product dat zijn uitgeverij maakt, interactieve boeken! met video! en altijd de laatste versie! dankzij automatische updates! instant publishing en met links naar social media! Snelheid! Volledig doorzoekbaar! Dialoog met de lezer mogelijk! Dit wordt de toekomst! Oei. Het wordt enthousiast gebracht alsof het gloedjenieuw is; wat ik hoor zijn ideeën en argumenten die al twintig jaar lang voorbijkomen. Het stadium van enthousiasme over het afspelen van een video in een stuk tekst zijn we wat mij betreft al zeker vijftien jaar voorbij. En ik weet niet hoeveel late adaptors er zijn die hem in dit krtiekloos enthousiasme volgen. Goed, het verschil zit ‘m in een het prefab productieproces in 2 weken van tekst tot boek, (maar ik kan toch al onmiddellijk publiceren als ik dat wil?), en een wereldwijd uitgerold businessmodel gebaseerd op gratis downloads en betaalde updates. Vermeend heeft gelijk dat het boekenvak enorm achterloopt (bang sinds 1994), maar ik betwijfel of hij vooroploopt. Vermeend is blijkbaar druk, want verdwijnt een half uur later.

Bas Savenije, afgestudeerd filosoof, is directeur van de KB en als zodanig betrokken bij Europeana en Open Access. Hij maakt komaf met Umberto Eco’s mening dat het fysieke boek niet zal verdwijnen omdat het net zo’n sterke uitvinding is als het wiel; tekst is als een wiel – de vraag is wat voor voertuig je ermee maakt. Hij benadrukt dat de bibliotheek terug moet naar haar kerntaak, niet het uitlenen van fysieke boeken, maar informatievoorziening en de vorming van het individu. (Daarom moeten bibliotheken een rol spelen in het toegang geven aan Open Access content). Die transformatie van de bibliotheek is niet vanzelfsprekend, maar – zoals Mario Andretti, de Formule 1 coureur iut de jaren zeventig zei: “If everthing is under control, you are driving too slow”.

De derde pitch is van Eppo van Nispen tot Sevenaar van het CPNB, dat tot taak heeft om het lezen te stimuleren. Hij zegt redelijk in paniek te zijn vanwege de problemen bij Selexyz, omdat zij goed zijn voor 13 procent van de omzet in de Nederlandse boekenmarkt. Hij geeft veel cijfers – primeurs ook. Hij benadrukt nog eens dat de markt voor het gedrukte boek niet inzakt. Dat Amazon beweert meer e-boeken te verkopen dan hardcovers is, zo zegt hij, ‘een grove leugen’. (ik vermoed: een slimme manier van omgang met statistieken en cijfers om de koper te doen geloven dat de e-boeken een enorm succes zijn). Hij gaat in jet-speed door de geschiedenis van tekst en het boek, en herinnert eraan dat de gebruikte techniek consequenties heeft voor het lezen. Hij geeft een primeur weg: de cijfers van het meest recente consumentenonderzoek naar leesgedrag. Kopers van het algemene boek zijn nog steeds vrouwen tussen 30 en 60. Zij zijn opgegroeid met radio, TV, boeken en krant. 96% van  de Nederlanders zit dagelijks op internet. Simultaan televisiekijken, laptoppen en smartphonen is normaal gedrag. 95% kijkt tv, 83% luistert radio, iets minder leest de krant. 12%  van de Nederlanders heeft een e-reader, Nederland heeft bijna 2 miljoen huishoudens met een tablet-computer – de hoogste dichtheid te wereld, maar liefst 20%  gebruikt e-book apps. Boeken lezen van een tablet of e-reader noemt hij de lean-back formule van het lezen. Die is aangekomen bij het grote leespubliek. Kinderen en jongeren zijn gewend om met verschillende mediaformats te werken, en voor de huidige consument maakt het al niet meer uit of een boek digitaal is of een andere vorm heeft. Het boek wordt vloeibaar, Buchverflüssingung, en bijvoorbeeld boeken met Augmented Reality zullen in de toekomst heel gewoon worden. Wat hem betreft gaat het om de magie van het boek – en het maakt niet zoveel uit in welk medium zich dat afspeelt.

De zaal zit vol met studenten, tussen de 18 en de 24, schat ik. Gemiddeld meer dan twintig jaar jonger dan ik. Bijna twintig jaar geleden begon ik ‘digitaal’ te lezen. Gelukkig zit ook geen enkele van de sprekers ‘vast’ aan het fysieke boek, alle gaan ze al lang uit van een wereld van digitale tekst. Of we straks allemaal AR-pop-up-boeken lezen, ik vraag het me af. Dat het een rol zal spelen in informatievoorziening, en games: zeker; maar voor lange tijdspannes van geconcentreerd lezen? Het intrigerende van de opkomst van e-readers en de epubs is vooral dat het gaat om het lezen van langere stukken tekst, alleen tekst.

Sidney Vollmer vertelt: 3D lezen = 3D schrijven

Posted: March 23, 2012 at 8:47 pm  |  By: lisavanpappelendam  |  Tags: , , , , , , , , , , ,

Sidney Vollmer opent zijn lezing 3D lezen = 3D schrijven met een aantal persoonlijke weetjes. Geboren in 1983, opgeleid als filmmaker, woonachtig in Utrecht en een liefhebber van groene thee. Maar vooral: een verhalenverteller. Verhalen vertellen is zijn passie en hij ontdekte dat schrijven voor hem een betere uitlaatklep is dan film maken. Dus startte hij met het schrijven van columns, blog posts, korte verhalen en scenario’s en allemaal binnen verschillende media.

Vollmers presentatie is gefocust op zijn debuutroman Alles ruikt naar chocola en met name op de digitale versie die daarvan is verschenen. De literaire app gaf hij samen met een tiental anderen vorm. In eerste instantie ontving het verhaal van zijn roman, geschreven in een stijl die volgens Vollmer doet denken aan Jonathan Coe en Nick Hornby, veel aandacht van de pers. Zowel positief als negatief. Het is een stuk dat een degelijk literaire niveau kent, maar tegelijkertijd geschikt is voor degene die weinig frequent een boek in de hand neemt. Alles ruikt naar chocola is een verhaal met een functie en die duikt vooral op de voorgrond via de intertekstualiteit die erin verweven is. Vollmers manische, neurotische hoofdpersoon gaat gebukt onder hypertekstualiteit en begeeft zich in een schetsmatig arena dat gekenmerkt wordt door een exponentiële informatiedichtheid, tal van referenties en het creatieve gebruik van multimedia. Vollmer toont aan dat wij hier dan ook echt te maken hebben met een helder voorbeeld van 3D lezen en 3D schrijven.

De prettig vormgegeven digitale versie is ontstaan uit Vollmers behoefte om zoveel mogelijk personen te bereiken met zijn verhalen, met name degenen die weinig lezen. Vollmer is ervan overtuigd dat het 3D element een stimulerende factor kan zijn op de leesfrequentie en het leesplezier. Op dit vlak is zijn literaire app een wereldwijde voorloper. De bezigheid van het kijken verandert de perceptie van het verhaal. Vandaar dat hij kiest voor transparantie in de constructie, zonder de regie uit handen te geven. Hij is de verhalenverteller en de lezer geeft betekenis aan zijn verhalen. Vollmer maakt zijn publiek vandaag duidelijk dat hij weinig heil ziet in het toereiken van vrijheden aan de lezer om zijn verhaal aan te passen naar zijn of haar wens.

Over tablets is Vollmer weinig te spreken qua leeservaring. Het zijn “lelijke apparaten”. Maar hij is niet in de veronderstelling dat wij stellig moeten kiezen tussen digitaal of papier. Alsof beide tegenover elkaar zouden staan zoals progressief en conservatief. Simpelweg, wij hebben momenteel te maken met een grootschalige media evolutie. Verschillende mediavormen kunnen uitstekend naast elkaar bestaan. Binnen die evolutie wil Vollmer een steentje bijdragen, hoewel dit hem in den beginne lastig werd gemaakt door het uitblijven van geschikt gereedschap.

Binnen 3D lezen en schrijven constateert Vollmer dat drie cirkels elkaar overlappen: interactie tussen lezer en verhaal ( de basale communicatie tussen schrijver en lezer) interactie van lezer mét verhaal (al dan niet speelse toevoegingen die een verdieping van de inhoud van het verhaal zijn) en interactie met de lezer en zijn omringende wereld. In het laatste geval moet gedacht worden aan het leggen van contact met de auteur of het delen van fragmenten uit het verhaal met social media vrienden.

Wat zijn nu daadwerkelijk Vollmers doelstellingen geweest? Boven alles wil hij een goed verhaal vertellen. De verhalenverteller tracht verder zijn lezers onder te dompelen in zijn verhalen en hij heeft de nadrukkelijke wens om iedere mogelijkheid die de moderne tijd hem hierbij biedt aan te grijpen. Denk hierbij vooral aan technologische innovaties. Wil je lezen? Omarm in zijn roman in de papieren versie. Wil je lezen en verrast kunnen worden? Download dan zijn app. De digitale versie reikt lezers de hand en neemt hen mee naar steeds diepere lagen van het verhaal, die hun leeservaring enkel kunnen verrijken (de app kent 250+ hyperlinks)

Een streven is om de leeservaring via de tablet meer tactiel en emotioneler te maken. Een goed voorbeeld binnen zijn literaire app is de wijze waarop de randen van zijn digitale boek geel kleuren naarmate de pagina’s vaker worden gelezen of doorgebladerd. Bovendien kent de app een digitale boekenlegger. In Vollmers visie is het een element dat deel uit maakt van de algemene leeservaring en daarom niet mocht ontbreken in deze versie van zijn roman.

Onvermijdelijk volgt een spitse uiteenzetting van het verdienmodel, de uitdagingen en de vernieuwde relatie tussen auteurs en uitgevers. Het is vooral complex gebleken om aandacht vanuit de media te vragen voor het concept van Vollmer, omdat het (nog) niet mainstream is. In de boekenbranche schijnt men lovend te zijn over dergelijke ontwikkelingen. Echter het grote publiek loopt in belangstelling voor literaire apps ver achter. Tot nu toe zijn 3500 exemplaren afgenomen, waarvan 2500 gratis “verkocht” zijn.

Wat is het meest geschikte verdienmodel voor dit concept? Vollmer heeft er lang over nagedacht, maar kan niet met een sluitend antwoord komen. De ontwikkeling van de app voor Alles ruikt naar chocola heeft circa 40,000 euro gekost. Een deel daarvan is bekostigd door Vollmers uitgever Podium. In de app store ligt de prijs op 7,99 euro, maar vandaag en morgen is de app nog gratis te downloaden. Moeten advertenties opgenomen worden in de app? Moeten 3D schrijvers terugvallen op sponsoring? Zullen via deze wegen de investeringen terugverdiend worden? Op termijn stelt hij zich voor dat de software ontwikkeld voor zijn literaire app een open source karakter krijgt en hij wellicht uit moet wijken naar het buitenland om daar te zoeken naar een passend klimaat voor innovatie.

Hoe zit het met de relatie tussen auteurs en hun uitgevers? Vollmer schetst een aantal obstakels uit eigen ervaring. Weerstand tegen Vollmers initiatief was gegrond in onbekendheid met het product en onbekendheid van de auteur. Marketing budget bleek niet of nauwelijks beschikbaar. Vervolgens was de app ontwikkeld voor één tablet, maar achteraf was de vraag of Vollmers doelgroep daadwerkelijk in het bezit is van een iPad. Tot slot blijft onduidelijk of de prijsstelling correct was en hoe de verhoudingen lagen tussen eigenaar en opdrachtgever van een dergelijk concept. Het zijn lessen die Vollmer geleerd heeft en in het achterhoofd houdt bij de ontwikkeling van zijn tweede roman.

Vollmer vertelt kort een anekdote over Herman Koch en diens vraag aan “de auteur van die app. Het betrof de angst om door de lancering van een literaire app minder exemplaren van de roman te verkopen. Vollmer antwoordde Koch dat hij daar niet voor vreesde. Hij is immers debutant en verkocht nog maar weinig boeken. Hij had weinig te verliezen. Vermoedelijk zullen pas in de toekomst vergelijkbare projecten rendabel blijken als het volume toereikend is en de betrokken partijen de notie van content eigendom los laten. Aldus een verhalenverteller.