Panel 03: Discussie over de vormgeving van e-boeken

Posted: March 24, 2012 at 3:15 pm  |  By: Serena Westra  |  Tags: , , , , , , , , , ,

Florian Cramer opent de sessie 'Vormgeving van E-boeken' met een voorstelronde van de sprekers: Aymeric Mansoux is een Franse kunstenaar en media onderzoeker, Megan Hoogenboom is zelfstanding ontwerper voor e-boek-reader design en Petr van Blokland is ontwerper, docent in grafisch ontwerp en mede oprichter van Buro Petr van Blokland + Claudia Mens. De drie sprekers zullen in het derde panel van de dag ingaan op de vormgeving van e-boeken.

Nederland heeft ondanks haar grote typografische traditie bijna geen grafische ontwerpers die e-boeken vormgeven. Het zijn alleen de ICT-servicebedrijven  die werkzaam zijn in dit veld. De e-boekentechnologie, zoals de ePub-standaard, is voor visuele vormgeving nog slecht ontwikkeld en er zijn grote problemen met de incompatibiliteit van verschillende e-boek-readers. Gezien de dynamische ontwikkeling van de markt voor het e-boek en de recente verhoging van technische standaards zijn op het gebied van vormgeving forse veranderingen te verwachten. Dit panel bestaat uit een reeks vragen van moderator Florian Cramer.

Florian Cramer: Wat zijn in de praktijk uitdagingen als vormgever om ePub te gebruiken?

Megan Hoogenboom: Het eerste waar je tegen aanloopt is dat je bij ePub geen pagina’s hebt. Wel op je scherm, maar dit kan echt niet meer gezien worden als pagina. De typografie is heel belangrijk dus vertaal je dat weer naar een font dat je kan gebruiken voor ePub. Ik heb wel costume fonts kunnen gebruiken, alleen niet alle apparaten reageerden hetzelfde op de tekst. Bovendien speelt ook de locatie en grootte van de tekst een rol in de weergave van een tekst.

Read the rest of this entry »

Tonnus Oosterhoff: Digitale Werkwijze

Posted: March 23, 2012 at 2:24 pm  |  By: Serena Westra  |  Tags: , , , , ,

Dichter Tonnus Oosterhoff wordt sinds 2000 gezien als pionier op het gebied van internetpoëzie. Ondanks dat hij in het poëzie wereldje als nieuw en ‘cutting edge’ wordt ervaren, voelt hij zichzelf ongelofelijk ouderwets. ‘Ik hou helemaal niet van computers en ik heb niets met sociale media. Ik ben zo low-tech mogelijk in mijn werk’ zegt Tonnus Oosterhoff in zijn presentatie. Toch heeft hij de stap genomen om het internet te gebruiken voor zijn gedichten. Een gedicht bestaat uit een complexe combinatie van taalelementen. ‘Elk element van taal doet er toe: woorden zijn geladen met betekenisconstructen en de klank van een gedicht en rijm spelen een belangrijke rol’ zegt Tonnus. Het visuele element, zoals de wit regel, is bijvoorbeeld ook heel belangrijk in poëtisch taalgebruik. Daarnaast heeft hij zelf veel geëxperimenteerd met lettertypes, groottes en cursivering. ‘Zoals je ziet is zelfs een papieren gedicht een heel multimedia gebeuren’ zegt Tonnus Oosterhoff.

In 2000 heeft Tonnus de stap gemaakt van papieren poëzie naar internet poëzie. Doordat computer animaties steeds goedkoper en makkelijker te produceren zijn, kan Tonnus via het internet op een nieuwe manier bij mensen binnendringen. Het element ‘tijd’ is nieuw in de gedichten, dit was nooit eerder mogelijk in papieren vorm. Het is nu mogelijk om woorden na elkaar te laten verschijnen, in plaats van tegelijkertijd. Als voorbeeld verschijnt er op een wit scherm een gedicht: langzaam verschijnen en vervagen woorden in een loop van enkele minuten. Op gedichten zoals deze kwamen twee soorten reacties. De een wordt er totaal rustig van en schrijft: ‘ik wist niet dat het zo stil kon zijn op het internet’. De ander zegt juist het omgekeerde: ‘het irriteert mij dat ik niet in mijn eigen tempo kan lezen’. ‘Ze hebben het gevoel dat ik hun iets afpak en dat kan ik mij zelf heel goed voorstellen’ zegt Tonnus Oosterhoff. ‘Maar je moet niet naar een film kijken zoals je naar foto’s kijkt. Een film zal nooit een foto vervangen, maar geeft wel nieuwe mogelijkheden.’ En nieuwe mogelijkheden zijn er zeker. De dichter kan geluid toevoegen, woorden langer of korter zichtbaar maken, op verschillende plekken laten verschijnen of een pauze in het gedicht inlassen. Bovendien is het nu mogelijk om zowel een vragende als een stellende zin te stellen: de zin ‘ik droom’ wordt vragend wanneer eerst het woord ‘droom’ en daarna pas ‘ik’ in de animatie verschijnt. De hersens worden even op het verkeerde been gezet volgens de dichter. ‘Er gebeurt echt iets in uw hoofd. Ik hou van dit soort kortsluitinkjes in de hersenen’ zegt Tonnus Oosterhoff. Hoewel Tonnus erg geïnteresseerd is in dit soort experimenten met taal, wil hij vooral dat literatuur tot het hart blijft spreken. Om die reden sluit hij de presentatie af met een compleet gedicht van ongeveer vier minuten. ‘Het is wel enigszins gevaarlijk om vooraf te zeggen dat ik tot het hart ga spreken maar ja, niet goed geld terug zullen we maar zeggen’ zegt Tonnus en het gedicht begint.

Gedichten van Tonnus Oosterhoff zijn te vinden op tonnusoosterhoff.nl.

Henk Wals: Teksteditie uit de Band

Posted: March 23, 2012 at 12:04 pm  |  By: Serena Westra  |  Tags: , , , ,

 Joost Kircz opent de eerst sessie van de dag: Schrijven en Redigeren. Wat wil de auteur vertellen? Welke technieken worden hiervoor gebruikt? Wat is de nieuwe positie van de schrijver? Vragen als deze worden door de vier sprekers van de sessie onder de loepgenomen.

De eerste spreker van deze sessie is Henk Wals. Hij is directeur van Huygens ING, een instituut van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Het instituut onderzoekt ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving door de eeuwen heen. Vandaag gaat Henk dieper in op een specifiek onderwerp: de teksteditie. Dit is onlosmakelijk verbonden met de notie van literairerfgoed. Van materiele voorwerpen is het heel normaal dat het opgeslagen en tentoongesteld wordt, maar met literair werk gaat dat heel anders. Literatuur toont zich in verschillende gedaantes. Een boek wordt steeds opnieuw uitgebracht als het succesvol is en auteurs kunnen wijzigingen toepassen; literaire werken zijn dus fluïde.

De vraag is echter hoe we met het literaire erfgoed omgaan. Wat doen we met het fluïde karakter? Kunnen we achterhalen wat de veranderingen zijn van de auteur, de drukker of editor? Hoe gaan we om met het probleem dat bepaalde taalvormen en thema’s voor latere generaties onbegrijpelijk worden? In de teksteditie wordt gekeken naar de laatst goedgekeurde versie van een boek. In het zogenoemde variantenapparaat (vaak in de vorm van een boek) worden veranderingen in kaart gebracht die gedaan zijn. Hierin kun je de verschillen in tekst zien en zo wordt het werk van de auteur geconserveerd. Maar gaat een breed publiek naar de papieren teksteditie kijken? ‘Nee, dat denk ik niet’ zegt Henk Wals. ‘We komen hier bij de grens van wat er op papier mogelijk is.’

Een gedrukt boek heeft een beperkte ruimte, dit in tegenstelling tot een digitale editie. Je kunt digitaal alles laten zien wat de lezer door de tijd heen voor ogen heeft gehad, verschillende vormen van spelling laten zien en zo veel toelichtingen als gewenst weergeven. Teamwork is nu ook mogelijk en er hoeft ook geen uitgever meer aan te pas te komen. Bovendien kan de computer automatisch de versies met elkaar vergelijken. Henk laat op het scherm een voorbeeld zien van een digitale teksteditie. Met verschillende kleuren zijn de veranderingen in de tekst duidelijk te zien.‘Het is een hele vooruitgang ten opzichte van de papieren variant’ gaat Henk Wals verder. Hij laat het project ‘Vincent van Gogh The Letters’ zien, wat bestaat uit een online collectie van 902 brieven van Van Gogh. De gebruiker kan door de brieven zoeken door middel van twee panelen: een paneel met de transcriptie en een paneel met het originele document. De lezer kan zoeken per onderwerp, onderdelen markeren, vertaling krijgen en naar de genoemde kunst kijken. Er is ook een papieren editie, maar die haalt het natuurlijk niet bij deze digitale volgens Henk. Het project ‘Beyond read’ gaat al een stukje verder. De lezer logt in met een Facebook account en op basis van het profiel wordt er een boek gekozen wat bij de gebruiker past. Social reading is ook mogelijk met dit project: lezers kunnen commentaar geven, vragen stellen, samen met vrienden lezen, achtergrond informatie krijgen enz.

Wat nog meer? ‘Ik heb daar geen vast omlijnd idee over’ zegt Henk Wals. ‘Ik weet waar het ongeveer naar toe gaat: een gedistribueerde opzet. Ik stel voor dat alle tekstversies vindbaar zijn.’ De teksten kunnen dan met elkaar worden vergeleken, onderzoek wordt makkelijker en op den duur ontstaat dan een enorme hoeveelheid kennis. De teksten kunnen ook voor het onderwijs beschikbaar worden gesteld of gebruikt worden voor social reading. Toch moet het volgens Henk wel mogelijk zijn om papieren boeken te generen uit de teksten. Henk voorziet een toekomst waarbij er geen monolieten meer zijn op het web, maar combinaties van data en slimme web services die door instellingen zoals Huygens ING worden ontwikkeld. ‘Ik denk dat dit een goede manier is om zo met het cultureel erfgoed om te gaan. Je dient onderzoek en onderwijs, geeft lezers allerlei manieren van toegang tot de tekst’ zegt Henk. Een virtueel museum is misschien voor sommige lezers ook een goed idee.

Kortom, het is duidelijk dat de teksteditie uit de band is. We gaan een spannende toekomst tegemoet met meer interactieve vormen van literatuur.