Hedendaags nihilisme Over de georganiseerde onschuld Door Bilwet "Wenn die Reflexion durch ein Unendliches gegangen ist, stellt sich Unschuld wieder her." Heinrich von Kleist Wie niets heeft te verbergen, hoeft ook niets te vrezen. Met de opkomst van de bevoorrechte middenmoot kwam het onschuldig bestaan binnen ieders bereik. Men behoorde niet langer tot een klasse die een historisch doel nastreefde, zoals revolutie of fascisme. Men kwam in een koude periode terecht, die niet langer passies kende. Terwijl het buiten stormde en veranderingen zich elkaar in snel tempo opvolgden, zette men het eigen leven in de parkeerstand, waarin men ongeacht de geschiedenis, de mode, de politiek, de sex en de media de tijd zijn gang kon laten gaan. De onschuldige deed niet moeilijk en had daar ook een hekel aan. 'Laat de dingen toch hun gang gaan.' Gewone mensen beschouwden zich als radertjes in een groter geheel en schaamden zich daar ook niet voor. Zij zorgden ervoor dat de treinen op tijd reden en gingen 's ochtendsvroeg trouw naar hun werk. In plaats van oude barriäres als klasse, sexe en religie voerde de onschuld dooddoeners als tolerantie, gelijkheid en samenwerking in. Het was het positivisme pur sang. De kritiek diende de wederopbouw van politiek en cultuur. Men vermaakte zich, was druk en dynamisch bezig en had volop werk. Het beeld over de werkelijkheid was eenvoudig en helder. De onschuldigen belichaamden niet het Goede, ze hadden gewoon geen plan. Aan de misdaad kwamen ze ook niet toe. En zo werden ze ongewild het objekt voor de strategieen van Goed en Kwaad. Het gaat hier om een leven zonder drama, urgentie, Entscheidung. Het zal er nooit om spannen. Er hoeft nooit een keuze te worden gemaakt. Je hoeft niet uit te breken om gewoon jezelf te zijn. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Onschuldigen gedijen in de rituelen van alledag, daar voelen ze zich happy bij. Een kapotte wasmachine kan een mens helemaal tot gekte drijven: dat ding moet het gewoon doen. De klacht tegen de dingen is dat ze stuk gaan, haperen, uitvallen, raar gaan doen en niet ongemerkt vervangen kunnen worden. De zekerheid van de ongestoorde konsumptie is dat er nooit meer iets zal voorvallen. In dit onproblematisch bestaan is het komfort zo vanzelfsprekend, dat het onopgemerkt blijft. Het onschuldig bewustzijn wordt gekenmerkt door een benauwde kleinschaligheid die een universum oproept waarin persoonlijke irritaties bij het minste of geringste losbarsten: stoplichten, files en vertragingen, administratieve rompslomp, slecht weer, bouwlawaai, ziektes, ongelukken, onverwachte gasten en gebeurtenissen vormen alle een aanslag op het onschuldig bestaan. Men raakt betrokken bij zaken waar men niet om zat te wachten. Dit storingsvijandig bestaan, dat zich heeft gewijd aan werk en beroep, sluit ieder risiko uit en heeft het haalbare tot enigst kriterium verheven. Het hoogste geluk bestaat uit soft porno, een nieuwe middenklasse auto, eigen huis en hypotheek, een interessante hobby, het verenigingsleven, de kinderen, goed verzorgde verjaardagen van familie en vrienden, de boekenklub, kerstkaarten, werken aan de tuin, schone kleren, de biosfeer van huisdieren en kamerplanten, de vakantiebestemming, een keertje lekker eten, bijpraten en maar wat kletsen, het lidmaatschap van Greenpeace of adoptie op afstand via Foster Parentsplan. Dit ideaal van een rimpellloos en vlekkeloos leven heeft de aandoenlijke pretentie door letterlijk iedereen te worden nagejaagd. Onschuldigheid is een universeel mensenrecht en strekt zich uit over dieren, planten, gebouwen, landschappen en culturen. Dit is de conditie waaronder de planeet uiteindelijk nog gered kan worden: noch utopisch, noch fatalistisch, maar normaal funktionerend. De reclame die dit leven begeleidt doet een appäl op het kinderlijk geluksgevoel dat op de prestatie de beloning volgt. De scenes tonen glimlachende vaders en moeders die zich alles kunnen permitteren. Dat verwijst naar de autoritaire verhoudingen waarbinnen het kind tot mondigheid wordt opgevoed en leert praten. De onschuld veronderstelt de besloten veiligheid van het gezin, de school, het bedrijf, de sportclub. Binnen het 'infantiel kapitalisme' (Asada) wordt de drift verleidt door het aangeboden verzekerd bestaan. Door braaf te zijn garandeer je dat de voortdurende veranderingen in de grote wereld om je heen geen katastrofes teweeg zullen brengen. Opstandigheid wordt bestraft en heeft ueberhaupt geen zin. De angst achter de onschuld is er een voor het onverwachte en zinloze. Verrassingen zijn slechts binnen vertrouwde konstellaties toegestaan. Alleen de verliefdheid vormt een uitzondering op deze regel. Alleen binnen de sex kan er nog sprake zijn van een overval, met alle mogelijke gevolgen vandien. Daarom is de kontaktadvertentie ook zo'n onschuldig medium dat niets met prostitutie en zedenvervaging te maken heeft. De onschuld is in hoge mate afweer en kan niet neutraal blijven onder de voortdurende bedreigingen van buitenaf (dieven, verkrachters, hackers, valsemunters, incestplegers, psychopaten, afvalligen, bacterieân, raketten, gifwolken, vreemden). Daarom kan het ook niet de kinderlijke nieuwsgierigheid hebben. De onschuld is een pantser tegen de buitenwereld. Zo wordt het beeld opgeroepen dat de bedreigingen een georganiseerd karakter hebben. Mafia, jeugdbendes, kriminele verenigingen, sektes, drugskartels, banditisme en piraten zouden het hebben voorzien op de naiviteit van de doorsnee. Ze spoken rond en zijn overal. Voor je het weet ben je erin betrokken, doe je mee aan de corruptie of wordt je er het slachtoffer van. De onschuld die wanhopig blijft wegkijken en net doet alsof er niets aan de hand is, dreigt te bezwijken. Realistischer is het om de aanvallen te kanaliseren en te lokaliseren. Een ieder krijgt een electronisch bewijs van onschuld en vroeg of laat belanden de illegalen in speciale gevangenissen. Eigenlijk zou de onschuld zich niet hoeven te legitimeren en verliest door alle registratie en bewaking z'n aura. Iedereen is een potentiele wetsovertreder, mits het tegendeel bewezen wordt. Ontsnappen in de anonimiteit wordt met de dag gevaarlijker en ongewenster. De afzijdigheid krijgt zo de fatale trekken van het zelfgewilde isolement dat eindigt in uitsluiting. Als men niet is aangesloten, mag men dan ook geen beroep doen op compassie van de georganiseerde onschuld. De onschuld staat onder voortdurende behandeling van de dokter, de therapeut, de schoonheidsspecialist, de accupuncturist, de garagehouder. De onschuld laat graag aan zich sleutelen. Het ziet het als een plicht om zich verder te ontwikkelen en desnoods om te scholen. Men neemt een cursus, woont een bilwetoptreden bij, bezoekt schouwburg, concertzaal en tentoonstelling, leest een boek, volgt de pijltjes tijdens de boswandeling, doet aktief aan spiersport. De georganiseerde onschuld is gefixeerd op het Kwaad, dat het uitpluist, kategoriseert, ontmaskert om het uiteindelijk te kunnen omzeilen. De onschuld bestaat bij gratie van de schijn van haar tegendeel. Je kan je er niet toe bekennen, want elke bekentenis is er een van schuld, elke geste een valse pose die de goedheid zelve wil zijn. Men is sowieso op de hoogte, weet reeds alles van elkaar en is het er over eens dat je over bepaalde zaken niet spreekt. Onschuldigen zijn bescheiden en dringen niet door tot geheime domeinen (van de macht, de lust, de dood). De grensoverschrijding blijft bij hen uit. De vakantie kan het een en ander kompenseren, maar alles op zijn tijd. De naaste is degene waar men zich het meest aan ergert. Dat zijn de gierige buren, de luidruchtige kinderen, dat vreemde stel. Een eerste ergenis wordt al snel tot embleem verheven, waar men telkens op kan terugkomen. Men bespiedt elkaar wantrouwend, zonder dat deze bewaking omgezet kan worden in straf, want er is helemaal geen gemeenschapelijke omgang waarin een norm wordt bepaald. De normaliteit kan geen afwijking meer definieren. Alleen in het geval van hard drugs overlast, prostitutie zones, zigeuneurkampen of azielzoekers kunnen nog de burger tijdelijk doen verenigen in een meute, uit vrees voor een daling van de waarde van het huis. Dit buurtverzet is niet ideologisch gemotiveerd, want men komt simpelweg niet tot het formuleren van overdraagbare ideeen. De buurman maakt modelvliegtuigjes, terwijl men zelf naar Pierre Boulez luistert. Men is door meer gescheiden dan tuinhekjes alleen. Daarom is hier het verwijt van racisme of discriminatie ook niet op z'n plaats. Er heerst geen morele orde, die zou kunnen ontaarden in vooroordelen. Er hangt een waas over de stereotypen. Men zou niet weten hoe een Jood eruit ziet en wat het verschil is tussen een Turk en een Marokkaan. De kenmerken van de ander blijven niet hangen omdat men zelf geen identiteitsbesef heeft. Daar verandert goed bedoelde media-informatie ook niets aan, ook kookrecepten niet. De multi-kulturele samenleving bestaat alleen in die zin dat er een kloof is tussen de burger zonder eigenschap en de erfgenamen van identiteiten. Er bestaat een grondig misverstand bij de Onschuldigen over de Ander die van verre is gekomen. Men is maar al te zeer bereid om het gegeven van andere kulturen te accepteren. In feite is het om het even wat anderen praktiseren. Er wordt vanuitgegaan dat dit beleven in een zelfde soort isolement zich voltrekt, als waar men zelf in verkeert. Je zou het toch niemand gunnen om zo saai te leven zoals wij en te eindigen in een dergelijke verzorgde eenzaamheid? Tolerantie is afgunst om andermans eenvoud. Men herkent in de vrijdagse gang geen achterlijkheid (zoals men bij stijle geformeerden wel placht te doen), maar een toewijding en rechtlijnigheid die men zelf niet meer kan opbrengen. De voorstad is polytheistisch: men gelooft in alles. Er is meer dan wat er op school verteld is, maar wat? Al zoekende heeft men gevonden, maar de verontrusting is gebleven wat zich nog meer zal aandienen. Guru's, geneeskrachige stenen, hemelverschijningen, ontmoetingen glijden langs je heen en het delen van die ervaringen blijft maar uit. Even denkt men dat er heel wat gaande is en de wereld om je heen bruist van intensieve kontakten, beloften en hoopvolle verwachtingen. Al rap staat men alleen met het aangeschafde ervaringsattributen voor het langlaufen, de cursusboeken, de flesjes olien, een leuk windjack dat we nog samen kochten, de lege organizer en de mapjes met vakantiefoto's. Welke macromaatschappelijke leidraad kan al dit klein menselijk leed doen oplossen en de verwarring wegnemen? Wie toch bouwt er nu al aan deze nieuwe levensinrichting, midden om ons heen? De vluchteling als drager van cultuur zou wellicht een profeet kunnen zijn. Zij brengen de uitgebannen spiritualiteit terug, waar men in het Westen zo om zit te schreeuwen.