HOE NEDERLAND VAN ZIJN KRAKERS VERVREEMDDE WNC en de hetze der persen DE VOORAVOND Kraken anno '90 belichaamt nog een sociaal verhaal, dat voor de rest van Nederland volkomen onbegrijpelijk is geworden. Sociale woningbouw en sociaal-culturele voorzieningen die volgens krakers 'de elementaire rechten en voorwaarden voor zelfontplooiing' vormen, zijn vervangen door 'exotiese musea en buitenlandse architecten'. 'Mensen met weinig geld worden verbannen naar kippenhokken in Beijum of een gifbelt voor een krottenkampje'. Het WNC, 'op een eminente lokatie in de binnenstad' en 'op steenworp afstand van de Grote Markt', bood een 'groot aantal voorzieningen', zoals 'volxkeuken Salmonella, dagkafee 't Gebrek, vrouwenkafee de Derde Dame, info-verspreidingspunt 689, casette/platenwinkel de Teller, nachtkroeg de Perfectie' en 'een (bak)-fietsenwerkplaats, ateliers, rommelwinkel, sportzaal, akrobatenoefenruimte, concertzaal, muziekoefenruimte en woonruimtes', waarin onderdak werd geboden aan 'plusmin. 40 mensen, een hoop honden en katten en ook nog wat kippen'. Ondanks deze bijdrage aan hun 'beeld van de leefbare stad' die zich onderscheidde van de 'economische a-sociale orde', liepen 'gesprekken tussen (alle) politieke partijen en krakers uit op onbegrip'. De Burgemeester Staatsen: 'Waar zijn ze nu zo boos om, denk ik dan. Waarom doen ze zoiets? Ik heb daar geen antwoord op. Wat ze doen heeft compleet geen zin. Ik denk nogal rationeel. En daardoor begrijp ik het niet. Misschien moeten we voortaan wel vaker bij een psycholoog te rade gaan.' Na wat therapie zou de burgervader weer contact met krakers kunnen leggen. Nederland spreekt inmiddels een andere taal dan het sociale 'krakersproza' dat naar buiten komt via 'open dagen, stencils en gebonden boekwerkjes'. Uit de recensies blijkt dat de persagenten zich totaal hebben overgeleverd aan de marketinggedachte. Dit is een vertoog waarvan verondersteld wordt dat iedereen zich daar in de loop van de jaren '80 aan heeft onderworpen. Krakers wordt een falende PR verweten: 'een enkele open dag kon de populariteit van het WNC onder de Groningers niet verhogen. Een andere mogelijkheid, de pers, werd niet gebruikt.' Deze quote definiëert de activiteiten van de pers als free-publicity in het kader van campagnes voor de eigen 'imagoverbetering'. De krakers worden aangeklaagd omdat zij met hun krukkig design en modebeeld geen bijdrage hebben geleverd aan het verkopen van zichzelf. 'Het is zo'n rot gezicht voor de klanten', luidde de kritiek van de overige middenstand in de Oude Boteringestraat. Bovendien liet de direct mail die de krakers in de bus deden bij omwonenden en media 'meer vragen open dan zij beantwoordde.' Groenlinks raadslid Tom Pitstra ziet het zo: 'De bewoners van het WNC hadden gewoon geen goed verhaal te bieden.' De WNC-krakers interpreteerden het verschil tussen hun verteltrant en de criteria om gesprekspartner van de burgerpers te worden als 'criminalisering'. Als je hun taal niet spreekt, is het mediabolwerk 'niet vrijelijk toegankelijk' en op voorhand wordt daarom al gerekend op 'een verdere hetze van de pers': 'de kranten zullen weer volstaan van halve waarheden, leugens en onvolledige en eenzijdige verslagen.' Men wendt zich af van het mediamanagement dat onder actievoerders gemeengoed was geworden en brengt een anti-mediale beschermlaag rond de eigen panden aan. 'Binnendringen in de krakerswereld is onmogelijk', constateert daarop onze verslaggever Harry Wubs. 'Wat de Bratra binnen de panden mogen verwachten is onbekend.' Het anderssoortige leven dat geleid wordt in de 'monumentale panden' wordt door de persen plots vreemd en beangstigend gemaakt. De krakers waren aanvankelijk niet meer dan anders tussen anderen, terwijl ze met de ontruiming voor de deur ineens worden opgelicht door de mediale schijnwerpers. Deze vervreemding van het pand roept onder de 'stadjers' heftige aantrekkings- en afstotingseffecten op. Nu het sociale verhaal, waarin krakers zich opwerpen als verantwoordelijke burgers, niet meer werkt, worden zijzelf 'verdrevenen' die ofwel een exotische 'afwisseling in het straatbeeld zijn' ofwel 'verwijderd zijn geraakt van de overheersende cultuur, een subcultuur die niets, maar dan ook niets met de heersende normen en waarden te maken hebben'. Het WNC zelf profileerde zich naar dit laatste beeld, terwijl de bezorgde pers en politiek van hen verlangde dat zij zich zouden promoten naar het eerste imago, als verrijking van de grootstedelijke cultuur. Deze twee contrasterende beelden zullen in verhevigde vorm terugkeren in de commentaren op de vorm die de krakers voor hun ontruiming hadden gekozen. DE SLOOP In de posthistorie van het kraaktijdperk verschijnen alle erupties als een katastrofale gebeurtenis. In de permanente actualiteit van hun nieuwsvergaring hebben de reporters hun geheugen verloren. Niemand snapte de strategie van de krakers. Het WNC is een normaal voorbeeld van de uitgelokte ontruiming, waarbij de bewoners van begin tot eind het initiatief in eigen handen houden, vergelijkbaar met de Grote Wetering, de Mariënburcht en de Tesselschadestraat. Het gebruik van belendende percelen als barricademateriaal gebeurde volgens het klassieke boekhoudkundig rechtvaardigheidsprincipe: 'Jullie slopen onze kafees, wij die van jullie' (grand café 'Forum'). Of: 'Jullie laten ons ontruimen, wij ontruimen jullie' in het geval van het advokatenkantoor 'Vos, Seidel en Plas'. Maar 'Akse Hoortoestellen' werd niet aangepakt. De heer P.C. Akse: 'Ik had aan één zin genoeg om de krakers mijn deur voorbij te laten gaan. Ik riep dat ze nu maar eens naar een ander moesten gaan. Ik had mijn beurt al gehad.' Het opwerpen van barricades was vanaf 4.20 uur al ruim een uur bezig toen de eerste commandowagen van de ME arriveerde. Het zou nog vier uur duren voor de mensen op straat het verstandiger vonden om zich terug te trekken in het pand. Door het gebruikelijke gekluns van de politie was er een zee van tijd geweest om naar ander materiaal om te kijken toen het eigen op was. Om 7.00 uur ging de fik in de barricades en werd de advokateninventaris aangesproken: 'Deze schade is overigens in het heetst van de strijd ontstaan, deels zonder opzet en deels door eigen initiatief van mensen.' De pers beschreef de verwoestingen met onverholen plezier: 'Een pas aangeschafde kopieermachine van 100.000,- is met een moker door midden geslagen. Een viertal computers heeft hetzelfde lot ondergaan, bureaus, stoelen en dicteerapparaten kunnen alsnog bij het grofvuil, evenals de telefooninstallatie en peperdure armenturen voor de verlichting.' Het 'alsnog' suggereert dat de inhoud van het advokatenkantoor al veel eerder bij de kippel had moeten staan. Het 'Bureau Bedrijfsleven' wordt ook door de krant bezocht: 'Acht personal computers zijn vernield en vrijwel alle archiefkasten in een ru'ne veranderd. De kantoren aan de achterzijde komen er nog goed af met een kreet op de muur en een omgevallen kamerplant.' Het bureau ziet hierin de mogelijkheid om een extraatje binnen te halen en claimt een schade van drie ton. Forum-eigenaar Freek de Geus slaagt erin de grand riot helemaal voor zich op te eisen, door van zijn citruspers het symbool van de ontruiming te maken. Zijn salestalk haalt alle media: 'Dat ze juist zijn zaak hebben uitgekozen voor demontage ligt volgens de Geus aan het open karakter van Forum. Grote ramen en veel makkelijk gooibaar meubilair.' Het draagbare karakter dat hij aan zijn vluchtige etablissement had meegegeven, wordt hem door de persen onder de neus gewreven. Met veel leedvermaak constateren zij: 'Een kennelijk te zware piano bleek grondig tot schroot verwerkt.' Ook Freek slaagt erin de verzekering voor drie ton te tillen. Hierop droeg de gemeente haar steentje bij aan het schadebeeld: 'Met de bedoeling het te vorderen bedrag zo hoog mogelijk op te voeren zijn drie ambtenaren vrijgemaakt om alle getroffenen actief te benaderen en te assisteren bij het opstellen van hun claims.' Experts van verzekeringsmaatschappijen vonden dan ook de schade 'voor Noordelijke begrippen exceptioneel.' 'Het begin: een nieuwe Peugeot 205 heeft zijn beste tijd gehad.' De behoefte aan vernietiging en verspilling is bij de mediawerkers niet te stillen. 'Daar gaan onze dossiers...' kopt een lokale journaille door dolle heen. 'De plaatselijke journalisten zijn blij met de dramatische ontwikkelingen. Ze verschansen zich enthousiast op de daken, wachtend op wat wel eens het hoogtepunt in hun carrière zou kunnen worden', schrijft een sensatieblad uit het Westen schamperend over de achterlijkheid van hun collega's. Maar twee dagen na het 'Waterloo van de krakers' plaatsen Vos, Seidel en Plas al weer een mededeling in de krant: 'Geen van onze dossiers is verloren gegaan. Wij zijn normaal bereikbaar onder onze nummers tel. 050-180541, fax. 050-185258.' De Peugeot blijkt drie jaar oud te zijn geweest en werd 'gedumpt op het opslagterrein van de milieudienst, met op de achterbank folders over mooi Groningen. Die waren bij de recente verhuizing van de eigenaar met plezier gelezen: 'Er gaat niks boven Groningen. Ja, ja, dat hebben we gemerkt. We zijn intussen al bijna in een steekpartij verzeild geraakt en we kregen parkeerproblemen door markt en kermis.' In de eerste mediafall-out vinden we een nauwelijks verborgen vreugde over de gerichte aanvallen op yuppendomeinen. De vluchtigheid van de pseudorijkdom waarmee de snelle geldmakers goedkope sier maken, kwam in gans zijn armzalige materialiteit op straat te liggen. Het destructie-plezier van de persen is ook een uiting van hun afkeer tegen de vergankelijkheid van de eigen mediaproduktie. De krakers, in hun strijd tegen de stadsvernieling, sloopten precies de symbolen van het kortzichtige winstbejag dat de 950-jarige stad Groningen het aanzien geeft van een maquette van gipsplaatjes die het niet langer dan vijf jaar zullen houden. Deze mentaliteit achter de lokale stadsvernieuwing werd het meest treffend onder woorden gebracht door een van de veertien werknemers van slopersbedrijf Jager uit Mitwolde: 'Een leuke klus, zo'n groot en onoverzichtelijk gebouw te mogen slopen.' Maar anderzijds wist WNC met zijn concrete aanpak in de Westerse media een imagovergroting te bewerkstelligen, waarin zowel Staatsen als de plaatselijke scribenten gefaald hadden: 'Het is de bewoners van het WNC met al dat zinloze geweld wel gelukt om de jarige stad royaal op de TV te krijgen. En dat is iets wat je van de Stichting Groningen 950 nog steeds niet kunt zeggen.' VROUWEN EN VREEMDEN In de dagen na de ontruiming komt het parasiteren op de gebeurtenis pas goed op gang. Pers, politie, politiek en justitie, die er tot dan niet in waren geslaagd door te dringen tot het WNC, proberen een maximale energie aan pand & arrestant te onttrekken om zichzelf in beeld te krijgen. Enerzijds poogt men de krakers zo vreemd mogelijk te maken door ze totaal af te snijden van het geregelde leven. Maar anderzijds ligt het in de bedoeling hen te polijsten tot 'normale burgers', die middenin de economische orde staan en waaraan dus grote geldbedragen kunnen worden onttrokken. Vertegenwoordigers van de pers trekken onder leiding van veldwachter Arjan van de Leur binnen in het wildpark van de zojuist ontruimde panden. 'Voortgang door de ruime kamers leert dat de vloeren overal gesloopt zijn. Lege flessen staan in dozen, bedspiralen zijn voor ramen getimmerd en verwarmingselementen als alternatieve planken gebruikt.' Even daarvoor hebben 'de horden' van de stadjers en de ME 'hun emoties van zich afgemompeld: 'Stelletje ratten!' en 'Zijn dat ze nou?''. Prompt treft één onzer verslaggeefsters tussen glasscherven, bananenschillen en ondefinieerbare puinhopen 'rattekeutels' aan. 'Het stinkt'. Maar helaas, nu de bewoning voorbij is 'valt niet meer te achterhalen of de krakers inderdaad tussen de puinhopen leefden.' Als amateur-ethnoloog vraagt zij zich af of in andere delen van het complex 'niet een beter beeld te krijgen valt van de leefgewoonten van de krakers.' Daarop doet René Otterloo om 11 over 10 enkele verhelderende observaties te Winschoten: 'Een bus met 20 meisjes in leeftijd van pakweg 16 tot 22 jaar arriveert met oorverdovend gekrijs bij de achteringang van gevangenis de Noorderschans. Zij noemen zich krakers en proberen tijdens het schaamteloze gebulder de vloer van hun 'taxi' te vernielen. Tientallen voeten dreunen onafgebroken op het plankier. Door deels geblindeerde ruiten zien omstanders het schorriemorrie aan zich voorbij trekken. Verwilderde blikken in hun ogen, hier en daar een hanekam. Even later worden ze zonder dralen in de cel gesmeten. 'Daar komen ze wel tot rust', voorspelt bewaarder Rudi Wijngaard. Hoofdbewaarder Otto Brakhuis heeft vandaag nog even maandverband aangeschaft.' Nadat in de mannenfantasieën van Otterloo de wilde wieven getemd zijn, is de toon gezet om de arrestanten alle benamingen te geven die hun naar de woestenij verwijzen: 'avonturiers, leden van randgroepen, branieschoppers overgoten met een pseudo-idealistisch sausje, alternatief ingestelde individualisten, drop-outs uit alle windstreken, schurfekoppen, geteisem, losgeslagen jongelui die vrijelijk schoffeerden, viezerikkuh, pubers, radicalen, jonge criminelen, terreurbende, vandalen, elitair anarchoclubje, desperado's, richtingloze mensen, terro's', kortom 'een stel in bivakmuts en anarchisten-uniform gehesen relschoppers dat zich kraker noemt' met als drijfveer 'destroy tot je er bij neervalt'. Genoemde Wubs nuanceert echter subtiel tussen de 'eigen krakers' en 'de buitenlanders': 'In Italië al joeg de politie hen uit de gekraakte panden. In Duitsland werden ze in Bremen en Hamburg uit hun illegaal verkregen woonsteden gejaagd of waren ze 'nicht gewünscht' in de Hafenstrasse, de krakersvrijstaat in de Elbestad. En hetzelfde gold voor de 'squatters' die uit Engeland de Noordzee waren overgestoken. Tenslotte klonterden ze samen in het WNC-complex, namen er meer en meer de plaats in van de oorspronkelijke krakers.' In de natte dromen die Wubs aan zijn publiek toeschrijft, duiken de 'verdrevenen' in de kraakdiaspora op uit waterige oorden aan de rand van de beschaving, om telkens 'elders een nieuw droomwereldje op te bouwen, al was het in Zweden of Denemarken. Want Europa 1992 hebben zij in hun kringen allang in praktijk gebracht.' De wubse variant van de buitenlanderhaat projecteert hij fatsoenlijk in het Duitsche anti-semitisme waar hij de Hafenstrasse-krakers van beticht. De Europese barbaren beschikken bovendien over een eigen tamtam: 'de jungle-telefoon, een onderling waarschuwingssysteem in geval van calamiteiten.' Wubs moet zich nodig eens laten nakijken, maar in vergelijking met de andere hetzers zet hij zijn deliria eigenlijk alleen maar wat helderder op een rijtje. Hij ziet krakers als de terugkeer van vaganten, nomaden en gekken die de nieuwe stadstaten na '92 gaan belegeren. 'Hun voertuigen stonden vorige week al geparkeerd langs de Peizerweg (foto Ida Mulder).' Overigens wordt er ook tussen buitenlanders genuanceerd. Nu de Italianen in het cachot zitten, wachtend op hun uitwijzing, kon het complex worden afgebroken 'naar een ontwerp van de Italiaan Giorgio Grassi'. DE KELDER Een synoniem voor de 'woeste en niets ontziende' groep duikt weer op uit het sociologen-vocabulair van de jaren zestig: de subcultuur. Van een kraakbeweging is bij de schrijvende persen geen sprake meer. Het neutraliserende woord 'scene' kennen ze niet en ze grijpen daarom terug naar de archaische term uit de begintijd van de jongerenconsumptie. De subcultuur beweegt zich niet in de sfeer van het sociale en het politieke. Hij heeft zich geworteld op een plek, die 'vrijstaat' wordt genoemd. Deze plaats is wel lokaliseerbaar, maar bevindt zich de facto ondergronds. Een beeld dat nog versterkt wordt door het feit dat de groep van 150 uit hun 'krakersbunker' naar boven klommen om op straat gearresteerd te worden. Het eigenaardige van het afgedrukte denken in 'subculturen' is dat ze eerst krachtig van de hand worden gewezen door de autoriteiten, maar direct daarna in bescherming worden genomen tegen de kwade invloeden van over de grenzen. Burgemeester Staatsen raakte echter zozeer in een repressieroes dat hij niets anders meer kan bedenken dan dat hij alle uitingen van anders-zijn 'blindeloos' wil uitroeien. Na het WNC-weekend laat Josje Staatsen het kraakpand P.K. Woldijk ontruimen, waar de ex-WNC'ers zouden gaan wonen. Zijn legitimatie voor de juridische truc die daarvoor gebruikt wordt: 'Het is niet de bedoeling dat ze zich weer gaan concentreren. We moeten alles doen om opnieuw een vrijstaat in Groningen te voorkomen. De knop is om.' Het bestuur geeft hiermee openlijk toe dat ze het stadium van niet-toerekeningsvatbaarheid heeft betreden en uit dat in waan-voorstellen over het omkeren van de bewijslast, het verbieden van kraken omdat de woningnood is opgelost en het verhalen van de schade op de arrestanten door hen 'druppelsgewijs uit te wringen.' Deze drooglegging van de krakers zou via het 'inhouden van uitkering, loon en zakgeld' dienen te gebeuren. Maar al snel wordt ingezien dat deze strategie op niets zal uitlopen. Waren de krakers eerst ratten, daarna makke lammetjes, nu worden ze definitief 'een kale kip die je niet kunt plukken'. J. Mees stelt dan ook voor ze 'vrijwillig onder toezicht een vak bij te brengen om zodoende de zinloze schade weer te vergoeden.' Het enige dat de persen tegenover het sociale verhaal van de krakers weten te stellen is een beroep op hun eigen portemonnee. De politie, die in Groningen terugkijkt op 'het ambachtelijk hoogtepunt van zijn carrière', probeert nog een beetje na te hetzen door de leefgewoonten van krakers alsvolgt te karakteriseren in hun corpsblad: 'Er werd proletarisch gewinkeld, winkelpersoneel in elkaar geslagen en zelfs een te hulp geschoten agent zwaar gewond.' In deze kijk draait het in het kraak-consumptiepatroon niet om het fatsoenlijk verbrassen van geld, maar om het stormenderhand onttrekken van gebruikswaar aan het maatschappelijk verkeer. Dit onbehagen in de burgelijke cultuur werd ook al bevestigd door het feit dat de WNC'ers zich verzetten tegen de vestiging van nota bene een bibliotheek op hun plek en door het gegeven dat ze 'kunst', die de advokaten als investering aan de muur hadden hangen, 'op de brandstapel wierpen'. ALWEER WOENSDAG Toch schijnt door al deze psychotische projecties de lof voor de krakers heen. Ze waren er dan toch maar in geslaagd 'menig kunstenaar een atelier te bezorgen, menig muzikant oefende er en minder populaire muziekgenres hadden er hun podia'. Dit alles heeft 'voor de Groninger samenleving een bescheiden rol gespeeld'. 'Een andere, veelgehoorde bewering over WNC-krakers, als zouden het maniakale criminelen zonder ideële bedoelingen zijn, kan als foutieve generalisering de prullebak in', getuige 'de stencilmachine waarop de welbekende pamfletten van de krakers in duizendvoud vermenigvuldigd zijn'. 'Burgemeester Staatsen maakte een grove inschatting van de populariteit van de krakers: 'Bij de bevolking van Groningen bestaat geen greintje sympathie voor de mensen die zich in het WNC ophielden.' Hij had ongelijk. Dertig Groninger krakers demonstreerden gisteravond voor het hoofdbureau van politie tegen de arrestatie van hun broeders en zusters in de strijd.' De onverwoestbaarheid van de WNC-kultuur blijkt volgens Mees ook uit het volgende: 'De lectuur waarmee ze zichzelf 'fijn' opfokken is nog steeds in de speciale winkeltjes te koop.' Deze roep om censuur maakt de stencils pas echt attractief! Toen 'onze verwilderde krakers' wat minder bescheiden werden en in het straatoptreden van vrijdagnacht hun mening over het afzichtelijke uiterlijk van het bibliotheekontwerp ventileerden, resulteerde dat dan ook alleen in een tijdelijke inzinking van het low-profile kraakimago. Gilde de burgerij eerst hysterisch dat de kraakmenschen alles zelf zullen moeten betalen, na een paar dagen gillen draaien de persen terug en proberen alsnog te scoren. Een week na de 'complete oorlog' lezen we onder de kop 'Ach, zo'n café' dat 'nu de sensatiejagers van de media naar verse brandhaarden zijn afgereisd, het publiek met volle teugen geniet van een enerverend stad-Groninger arrangement: een wandeling door de Boteringestraat, over het Broerplein, versnapering in het Forum en, tot slot, een brok straat- of baksteen als souvenir, eigenhandig geraapt, dan wel met hamer en bijltje gebikt.' Met de bijdrage van het WNC aan Groningen 950 is de stad de jaren negentig ingetreden en kan het zich voortaan meten aan de wereldgeschiedenis die aan de Berlijnse Muur werd gemaakt. Forum, dat eerst nog het uiterlijk had van een Bols-commercial, heeft dankzij de kraak-restyling een post-modern design gekregen, waarin brokstukken, citaten uit de geschiedenis en ru'ne-esthetiek voor net dat beetje extra zorgen: 'Aan de wand een grote spiegellijst zonder spiegel, de klankkast en het toetsenpaneel van de oude, witte piano volledig gehavend, een brok stoeptegel en een ingelijste reeks foto's van het café bij 'de bevrijding'.' Zelfs de bezoekers hebben begrepen wat het nieuwe modebeeld is: 'Aan de leestafel zit een bijna vijftiger, zijn niet meer al te weelderige haardos in 'coupe punky', paars t-shirt, spijkerbroek.' Weemoedig kijken de Groningers terug naar de 'ongewoon heftige explosie van agressie' die de stad even de media-werkelijkheid had ingedreven om te worden opgenomen in de vaart der volkeren. 'Jammer dat de krakers moesten vertrekken', hoort men in Forum. 'De krakers hoorden bij de stad. Zo'n ongeordend zootje zorgt voor afwisseling in het straatbeeld, maakt een stad minder ordentelijk, minder saai.' Voortaan zit het calvinistische nihilisme van de Groningers weer in de tang van de overheersende cultuur. (circa 1992)