HvA Afscheidsinterview met Geert Lovink

Geert Lovink blikt terug op ruim twintig jaar netwerkcultuur – Door Joyce Wijhenke (voor de nieuwsbrief van de Faculteit Digitale Media en Creatieve Industrie), 15 juni 2026

Op donderdag 3 september om 16.00 uur neemt lector Netwerkcultuur Geert Lovink afscheid van de HvA. Als mediatheoreticus, internetcriticus en auteur hield hij zich met zijn Instituut voor Netwerkcultuur (INC) sinds 2004 bezig met de invloed van digitale technologie op onze samenleving. Aan de hand van een aantal van zijn spraakmakende uitspraken blikt hij terug op twee decennia netwerkcultuur, de opkomst van Big Tech en de toekomst van media, onderwijs en creatieve industrie.

Tegen die achtergrond stelt Lovink een fundamentele vraag: zijn ’sociale media’ eigenlijk wel media? Is het niet belangrijk juist dit begrip terug te pakken en opnieuw uit te vinden? Volgens hem is de nadruk op het publieke karakter van ‘de media’ goed bedoeld, maar is er meer ruimte nodig voor experiment, onafhankelijkheid en nieuwe vormen van publieke communicatie. Zijn inzichten hebben het debat over digitale cultuur en media jarenlang gevoed en zijn van grote betekenis geweest zowel binnen de HvA als daarbuiten.

“Optimist by nature, pessimist by design.” – uit een interview met onderzoeker Nikita Lin (2023).

Als je terugkijkt op ruim twintig jaar onderzoek naar netwerkcultuur, wie van de twee heeft uiteindelijk gelijk gekregen: de optimist of de pessimist?

Geert: “De pessimist. Het internet is helemaal vastgelopen en overgenomen door een handjevol grote bedrijven, Big Tech geheten. Dat is toch anders gelopen dan voorzien, nietwaar? Waar wij vooral keken naar decentrale netwerken waar de macht – vooral die van de media – zou decentraliseren, is het tegenovergestelde gebeurd. Zagen we dat aankomen? Ja, dat wel. Vervolgens hebben we een decennium lang geprobeerd om hier iets tegen te doen. Ik kan niet zeggen dat we daarin zijn geslaagd. We hebben altijd geprobeerd om alternatieven te ontwikkelen, met een naïef geloof dat onderzoek verschil kan maken, dat je beleid kan veranderen en via kritiek en argumenten een verandering op gang kan brengen, maar daar is uiteindelijk weinig van terechtgekomen.”

 “We moeten het internet heroveren, voordat het te laat is.” – de titel van een interview over Stuck on the Platform (2022)

Toen je in 2004 begon als lector was het internet nog een belofte. Inmiddels spreek je over het heroveren ervan. Wanneer kantelde het optimisme?

Geert: “Het internet was een belofte want het groeide. Het kwam in die beginperiode van INC net uit zijn eerste grote crisis, de dotcom crash, die in 2002 en 2003 een grote impact had. Bedrijven gingen failliet, kapitaal verdampte en verwachtingen bleven uit. Daar kwamen ook nog onder meer 9/11 en de oorlog in Irak overheen. In Nederland gingen we van het globalistische en neoliberale jaren negentig beleid naar een heel ander politiek klimaat, met de opkomst van de PVV en Geert Wilders. Hierdoor ging de groei van het internet langzamerhand een totaal andere kant op, richting platformen, sociale media en een totale integratie in het dagelijks leven, dag en nacht, via de smartphone. Sociale media hadden democratiserende claims dat mensen, als ze de tools hadden, daar ook gebruik van zouden maken. Maar in die periode zagen we de centralisering al inzetten die uiteindelijk leidde tot waar we nu zijn.”

In datzelfde interview zeg je: “Er moeten alternatieve platforms komen die in dienst van de samenleving staan, en niet van een beursgenoteerd bedrijf.”

Je pleitte jarenlang voor alternatieven voor Big Tech. Welke initiatieven hebben je hoop gegeven en welke lessen heb je onderweg geleerd?

Geert: “We hebben altijd geprobeerd om een verschil te maken. In Nederland werd dit bekend met Fairphone en Public Spaces, maar ook via nieuwe media cultuur. Wij gaven daar een een kritische en theoretische ondersteuning aan. De opleiding Interactieve Media, waar wij toen deel van uit maakten (wat nu Communication and Multimedia Design of CMD heet), was daar onderdeel van. Die initiatieven bestaan natuurlijk nog steeds, maar kunnen niet op tegen Big Tech. Het is zelfs de vraag of de EU daar groot genoeg voor is. Een van de grote problemen met Europese digitale soevereiniteit is dat we niet weten of we het van onderaf moeten opbouwen, zoals we dat heel lang gedaan hebben, of van bovenaf. In dat laatste hebben we nooit geloofd. Zeggen ‘begin maar een denktank en ga lobbyen in Brussel’ is voor mensen met onze achtergrond makkelijker gezegd dan gedaan omdat wij altijd sterk hebben geloofd in een verandering van onderaf. Zelf software en netwerken bouwen, een verschil maken. We hadden misschien ook een naïef geloof in de gebruiker. De verwachting was dat die op een gegeven moment wel genoeg zou hebben van Facebook en Google. Maar dat is niet gebeurd. Het tegenovergestelde zelfs. Hoe jonger je bent, hoe dieper je er eigenlijk in zit en hoe groter de mentale impact is van die platformen.”

“Social media as a concept is dead” – uit een interview over

Je stelt hierin dat de term sociale media zijn betekenis heeft verloren. Is dat vooral een analyse of ook een oproep om verder te kijken dan sociale media?

Geert: “Ik denk dat pas in 2025-2026 voor meer mensen duidelijk wordt dat sociale media niet meer werken zoals voorheen. Je kunt er niet langer vrij posten en discussiëren met elkaar zonder te worden verwijderd, geobserveerd dan wel lastiggevallen worden met AI-slop, advertenties of doelbewuste manipulatieve interventies. Meer mensen zien nu in dat sociale media zijn dichtgeslibd en niet meer functioneren. Voor miljoenen Nederlanders is dat een nieuw inzicht. Aangezien er geen goed functionerende alternatieven zijn, lopen die mensen daarin dus vast. Ze vinden het niks meer terwijl ze door hun afhankelijkheid niet weg kunnen lopen.”

“Social media and the psyche have fused” – in 

Had je verwacht dat sociale media ons gedrag, welzijn en de manier waarop we onszelf zien zo zou beïnvloeden?

Geert: “Nee, helemaal niet. Ik denk dat wij uit een cultuur komen die erin gelooft dat je sociale media voor een bepaald doel inzet, om iets te organiseren voor de voetbalclub of om te communiceren met je vrienden. Dus sociale media met een coördinerend karakter. Daarna is eigenlijk de interruptie steeds belangrijker geworden. Je bent ergens mee bezig, maar er komt alweer iets anders voorbij. Dus in plaats van dat je het gebruikt als een gereedschap om een bepaald doel te bereiken, is dat ontwerp zo gemaakt dat het één grote onderbrekingsmachine is. En dat is verslavend, daar kom je niet van af. Ook omdat die afhankelijkheden daarvan gewoon steeds verder worden uitgebouwd en ook steeds dieper in je eigen leven of psyche doordringen. Je wil heel graag weten wat die ander waar ook ter wereld doet, en voor je het weet zit je er al middenin.”

“The world cries for action, not likes” komt uit 

Zijn we volgens jou te verslaafd geraakt aan zichtbaarheid om te veranderen?

Geert: “Een van de problemen van mijn eigen analyse is dat ik altijd heb geprobeerd weg te blijven van de medische term verslaving. Wij zijn niet ziek, en anderen ook niet. Ik geloof niet dat dit probleem kan worden opgelost met een medische aanpak zoals digitale detox. We weten inmiddels al tien à vijftien jaar dat dit niet werkt.

Er is iets anders aan de hand. We moeten niet alleen kijken naar individuele verantwoordelijkheid, maar vooral naar het ontwerp van deze platformen. De mechanismen die verslaving aanjagen – likes, followers en voortdurende interventies – moeten eruit. Niet sociale media afschaffen, maar terug naar niet-verslavende vormen van communiceren en gezamenlijk coördineren. Dit betekent bijvoorbeeld dat we het ‘nieuws’ element eruit halen. Waarom zou ons sociaal leven hier permanent door moeten worden onderbroken? Dat is een ontwerpfout. Als je nieuws wilt kan je naar een nieuws website of app gaan, net zo makkelijk.

Sinds de tweede regeerperiode van Trump denken meer mensen na om te vertrekken. Tegelijkertijd blijft de afhankelijkheid van Big Tech groot, zeker onder jongeren en in sectoren als onderwijs, media, kunst en cultuur. Dat is het spagaat waarin we zitten. Het bewustzijn groeit, maar verandering gaat tergend langzaam. Iedereen wacht op een plotse ineenstorting – die niet komt. Toch denk ik dat het anders organiseren van informatie en communicatie uiteindelijk eenvoudiger is dan andere maatschappelijke uitdagingen. De vraag is alleen: gaan we het ook doen?”

Uit hetzelfde boek komt de zin: “Organized networks are an alternative to the social media logic of weak links.”

Met het lectoraat Netwerkcultuur bracht je wereldwijd onderzoekers, kunstenaars, ontwerpers, critici en theoretici met elkaar in contact. Welke netwerken of samenwerkingen beschouw jij als je belangrijkste erfenis?

Geert: “Georganiseerde netwerken zijn nog steeds nieuw. Mensen denken vaak dat er maar één mogelijkheid is: de telefoon in een hoek gooien en offline gaan of gewoon 24/7 doorgaan. Maar dat is onzin. We hebben juist meer coördinatie nodig om veranderingen vorm te geven. Veel mensen zijn al bezig met andere, effectieve vormen. Eén klein puzzelstukje heb ik samen met Ned Rossiter proberen bij te dragen: het idee van een georganiseerd netwerk dat sterk is en naar binnen toe is gericht. Niet nog meer zwakke verbindingen. Dat is altijd het probleem geweest van sociale netwerken die uiteindelijk verwerden tot ‘sociale media’. Het moest altijd exponentieel groeien: van 20 naar 200, naar 2.000, naar 20.000 volgers. Deze marketinglogica levert uiteindelijk weinig op. Vandaar het pleidooi voor nadruk op sterke sociale samenhangen en taken in plaats van de nerveuze jacht op ‘weak links’. Hoe hebben we onze sociale leven laten leiden door deze advertentielogica? We zouden op z’n minst functionaliteit uit kunnen zetten.

Met het lectoraat netwerkcultuur hebben we veel netwerken en samenwerkingen gevormd. Een project dat eruit springt is onze experimentele uitgeverij, waarmee we twintig jaar lang hybride vormen van digitaal publiceren hebben ontwikkeld. Tegenwoordig leggen we nadruk op video-integratie. Het gaat daarbij, vooral bij jonge mensen, om een nieuw evenwicht tussen visuele informatie en tekst. Ook het vroegere Video Vortex, dat we hebben voortgezet met Oekraïne TV in Krakau en later het Stream Art Network, speelt daarin een belangrijke rol.

Waar ik ook trots op ben is Girl Theory. De afgelopen vijf jaar heb ik veel samengewerkt met Gen Z. Mensen in de twintig hebben veel klappen gehad, denk alleen al aan de COVID periode. Ik voel me nauw verbonden met deze generatie. Als je jonge mensen serieus neemt en ondersteunt, komt daar veel moois uit voort.

Een vraagstuk dat voor mij nog altijd openstaat, is hoe jonge makers in deze sector een inkomen kunnen verdienen. Big Tech biedt gratis diensten, maar het verdienmodel ligt vrijwel volledig bij hen. Dat heeft geleid tot een enorme concentratie van macht en geld. De vraag hoe we dat eerlijker kunnen organiseren, blijft voor mij een van de grote uitdagingen voor de toekomst.”

“Als je over tien jaar terugkomt bij de HvA, wat hoop je dan aan te treffen?”

Geert: “Een kleine faculteit, die zich specialiseert, met een zeer hoogwaardige kwaliteit. Want ik denk dat de faculteit, zeker in de laatste tien jaar, gewoon in een gigantische val is gelopen door het geloof in kwantiteit. Dat betekent niet dat ik geloof in sluiting van opleidingen. Ik geloof niet in AI als oplossing. Voor onderwijs is dat een sterfhuisconstructie. AI gaat er alleen maar toe leiden dat je mensen opleidt om hun eigen baan op te heffen en zal uiteindelijk leiden tot de opheffing van opleidingen. Dat betekent dat je de vraag van design, media en creativiteit niet serieus neemt.”

Share