Arts

De IJzeren Baobab – Een boom van beweging, herinnering en verbeelding

March 20th, 2026

Sinds 26 oktober 2025 staat er een ijzeren monumentale baobab in de Wereldtuin, ook wel bekend als de Hoftuin van de Protestantse Diaconie aan de Amsterdamse Weesperstraat en Nieuwe Herengracht, tussen het Holocaust Namenmonument en H’ART Museum. De boom is stevig verankerd in de grond, maar staat tegelijkertijd klaar om op reis te gaan, want deze boom is een voertuig van verhalen, een drager van herinneringen, geboren uit de herinnering aan Papa Sakho († 9-1-2025), de Afrikaanse Senegalese kunstenaar. Om niet te vergeten.De baobab, ook bekend als de Afrikaanse apenbroodboom, is niet zomaar een boom. Zijn vruchten, bladeren en ook zijn schors bieden vezel- en vitaminerijk voedsel en genezing. Zijn gaven zijn onbegrensd. De baobab is een bron van leven. De metersdikke stam bewaart het water. Het is vrijgevigheid in optima forma, en iedereen is welkom in zijn schaduw. In het sociale verkeer is de baobab veelal de plaats van samenkomst, waar relaties ontstaan, verhalen verteld worden en rituelen herhaald. Hier krijgt je plek in de gemeenschap gestalte, om thuis te komen, maar ook als vertrek- en referentiepunt.

In het rijk van het spirituele weet de gemeenschap dat de boom die verhalen opslaat. Men zegt dat de baobab ook de geesten van overleden griots herbergt, de verhalenvertellers en volkszangers die de geschiedenis en de voorouders levend houden.

De baobab is in zijn vrijgevigheid en communaliteit een natuurlijke verschijning van teranga, Beide zijn nationale symbolen van Senegal. Je ziet het woord teranga op gevels van meubelmarkten en nagelsalons, het beeld van de baobab op vliegtuigen en bankbiljetten. Het nationale voetbalelftal heet in de volksmond “De Leeuwen van Teranga”, en die zijn niet voor niets kampioen van Afrika. De fraaiste ijzeren baobab staat in Senegal, in de hoofdstad Dakar, midden in het Musée des Civilisations Noires, een oprijzende drager als een as van beschaving.

De ijzeren baobab in Amsterdam is ontworpen in Dakar en in elkaar gelast in Amsterdam door Momar Lys Sakho, hij draagt het verhaal van zijn vader, de Senegalese kunstschilder Papa Sakho. Geboren als Cheikh Masamba Sakho in Dakar, migreerde hij naar Amsterdam, overleefde de Schipholbrand in 2005, was naamgever van We Are Here en drager van teranga, de code van verwelkoming. Hij overleed op 9 januari 2025 in Amsterdam, waarna zijn lichaam terugkeerde naar het familiegraf in Dakar. Dit verhaal, en deze baobab, volgt de keerpunten in zijn leven.

A people without its history is like a tree without its roots.” Malcolm X

Papa Sakho met zijn manden gefotografeerd door Rob de Heer in The Beach te Amsterdam Osdorp.

Dakar - Amsterdam

Toen Papa Sakho in 2001 naar Nederland vloog had hij twee koffers bij zich. In de ene zaten zijn schilderijen, die hij wilde laten zien. De andere zat vol teranga – de Senegalese stijl van samenleven, van gastvrijheid, vrijgevigheid en solidariteit. Het woord teranga komt uit het Wolof, de meest gesproken taal van Senegal, en staat voor een diepgewortelde cultuur van verwelkomen, van wederkerigheid, van openstaan voor de ander en vooral ook voor de reiziger, de vreemdeling.

Papa Sakho’s huis in Dakar stond altijd open voor bezoekers, waar ze ook vandaan kwamen. De familie van kunstenaars, waar hij uit voortkwam, kon hem niet groot genoeg zijn. Voor zijn schilderijen noemde hij nooit een prijs. De koper moest zelf de waarde bepalen. Maar dan zeiden ze er wel bij: “Ga naar Europa, daar verdien je beter.”

Hij kwam naar Europa om kunst uit te wisselen, om te inspireren en geïnspireerd te raken, om geld voor zijn familie te verdienen. En hij kwam wat brengen. Maar al snel bleek dat de wederkerigheid ver te zoeken was. Op straat in de winter, waar moet je naar de WC in een stad vol gesloten deuren? Als migrant in Nederland zonder status doe je niet mee, tel je niet mee, mag je er niet eens zijn – tenzij opgesloten. Tot illegaal verklaard.

De lange nacht van de Schipholbrand

In de nacht van 26 op 27 oktober 2005 brak er brand uit in blok K van het cellencomplex aan de Aalsmeerbaan op Schiphol-Oost. Hier zaten mensen zonder aanklacht in afwachting van hun uitzetting, omdat ze illegaal waren verklaard en beschikbaar moesten zijn voor deportatie. Elf migranten stierven in de vlammen en de rook. Papa Sakho werd gered door zijn celgenoot Ali Ben Kassem uit Algerije. Ali is daarna spoorloos verdwenen. Papa Sakho raakte zwaargewond, fysiek en geestelijk. De brand zou zijn leven voorgoed veranderen, maar wat hem de rest van zijn leven het meest heeft geteisterd was zijn schuldgevoel, want had hij niet moeten sterven in plaats van  de jonge Surinamer Robert Arah, die juist die dag met hem van cel was gewisseld?

De verschrikking van de ramp, maar vooral van de behandeling door de marechaussee, vertelde Chafik Chnachi (Marokko) in zijn autobiografie #Alarmbellen (2016):

“Velen van ons zijn op tijd uit onze cellen bevrijd, maar we zijn nog niet compleet. Ik hoor het gegil en geschreeuw van de mensen die nog vastzitten. Ik hoor het gebonk van machteloze vuisten op de deuren. Ik moet terug. Hier mogen geen mensen doodgaan. Ineens denk ik aan die Oekraïense vrouw en mijn gedachten gaan terug naar woensdagmiddag. Toen heb ik haar nog gezien in de recreatieruimte. In tranen bij het afscheid van haar man.

Zij zit nog vast, maar deze vrouw moet mee. Ik wil niet dat ze doodgaat. Het mag niet. Het kan niet. Ik wil naar haar toe. “Die vrouw in cel 14 moeten we redden!” schreeuw ik tegen de rest.

Maar ik krijg de kans niet. Voor ik weet wat er gebeurt, wordt er een dienstwapen getrokken en op mij gericht. “Achteruit jij, anders schiet ik je door je kop.” 

In de indrukwekkende documentaire “Cellenblok K, Daar is mijn hoofd gebleven” (HUMAN 2006) vertelden zeven overlevenden hoe zij de brand en de mishandelingen die daarop volgden hebben ervaren.

Herdenking Schipholbrand op 26 oktober 2008 op Schiphol Oost. Voor de aluminium baobab staan Jo van der Spek, Mohamed Bah, Ben Duivenvoorden, Papa Sakho, Niko Sharapov en Emilie Randoe. Foto: Rob Nelissen.

Mohamed Bah uit Sierra Leone, een andere overlevende, sprakij de 20-jarige herdenking op 26 oktober 2025 namens de overlevenden:

“Hun dood was een diepe schok, een smet op het geweten van een natie. Ze stierven niet in een verre oorlog, maar in het hart van een van de modernste luchthavens ter wereld, onder zorg en controle van de staat. De tragedie legde een schrijnende waarheid bloot: dat de waarde van een mensenleven gevaarlijk verminderd kan worden door iemands legale status. Hun verhaal is een blijvende, pijnlijke herinnering aan onze gedeelde verantwoordelijkheid jegens de meest kwetsbaren – zelfs, en juist, wanneer ze achter de tralies zitten.”

Papa Sakho noemde de brand consequent een mistake. Zijn hartsvriend Jo van der Spek noemt de Schipholbrand nog steeds een schoolvoorbeeld van misdadige nalatigheid. Het moedwillig verwaarlozen van de veiligheid van mensen die aan jouw macht zijn overgeleverd. Ze waren, en zijn ook nu nog  gijzelaars van een xenofobe samenleving en een staat in de kramp van haar eigen soevereiniteit. Het was geen bedrijfsongeval en ook geen opstapeling van wanbestuur, maar het gevolg van welbewuste en systematische minachting. Hoe kun je ook mensen menselijk behandelen die er volgens jou niet mogen zijn? Hoe doe je recht aan rechtelozen?

Een technisch onderzoek door de Onderzoeksraad voor Veiligheid kon de oorzaak van de brand niet vaststellen, maar concludeerde wel dat er geen of minder doden waren gevallen als de veiligheidsvoorschriften zouden zijn nageleefd. Het rapport, een minutieuze reconstructie van de brand en hoe die zo uit de hand kon lopen, leest als de kroniek van een aangekondigde dood. Daarom moesten de toenmalige ministers Piet Hein Donner van Justitie en Sybilla Dekker van VROM aftreden. Dood door schuld dus. Donner verklaarde bij zijn aftreden parmantig dat het onvermijdelijk is dat dit soort dingen gebeuren, want wie verwacht dat de overheid alle gevaren weet te voorkomen verlangt een politiestaat. Shit happens. Toenmalig minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken & Integratie ontsnapte aan de politieke stoelendans, maar zag zich wel genoodzaakt om 39 van de overlevenden een verblijfsvergunning te geven, om hun herstel mogelijk te maken. Bijna een jaar na de brand.

De vraag is natuurlijk eerst en vooral waarom mensen zonder enige verdenking van strafbaar handelen in vreemdelingenbewaring worden gehouden. Geen enkele politieke partij heeft het bestaan van het verschijnsel vreemdelingendetentie ten principale ter discussie gesteld. Hun antwoord: noem ze strafbaar, in de vorm van het wetsvoorstel om verblijf zonder vergunning strafbaar te stellen. De Tweede Kamer heeft daar geen probleem mee, zolang legale burgers maar  het recht behouden om soep uit te delen aan illegaal verklaarde vreemdelingen, ook al is hun aanwezigheid een misdrijf. Een beter antwoord zou zes jaar na de brand uit onverwachte hoek komen.

Terug naar Amsterdam

Na de brand maakten de overlevenden een gedwongen zwerftocht langs (vaak) een ziekenhuis, een verhoorkamer, een bajesboot in Rotterdam, Kamp Zeist en daarna een afgeschreven asielzoekerscentrum in het Groningse Ulrum. Uiteindelijk zaten ze met z’n twintigen in een verlaten verzorgingshuis in Musselkanaal. Al die tijd waren ze beschikbaar gehouden, en in angst voor deportatie. Met alleen pillen tegen de pijn die niet genazen, maar wel verslaafden. De meesten van de destijds minstens 268 vreemdelingen die de brand meemaakten waren trouwens toen al zonder enige vorm van nazorg heengezonden naar hun landen van herkomst. Weg is weg. Uit het zicht.

In Musselkanaal trof Papa Sakho op zolder wel een atelierruimte om in te tekenen en schilderen en les te geven aan lotgenoten. Het kon alleen maar over de brand en de doden gaan. Zijn kunst was zijn manier om te overleven, to make a life again, samen met zijn broeders en zusters, en een proberen , om zijn leven opnieuw uit te vinden na alle verschrikkingen en traumatische gevolgen. Zonder zijn vrouw.

In Musselkanaal ontving Papa Sakho de activist Jo van der Spek uit Amsterdam in zijn cel van drie bij drie meter, en na enig op en neer reizen besloten zij dat de overlevenden in de gelegenheid moesten worden gesteld om de eerste herdenking van de Schipholbrand bij te wonen, bij het cellencomplex op Schiphol-Oost. En zo geschiedde. Het was een ontmoeting die het begin werd van een levenslange vriendschap.

De baobab van Papa Sakho, met de geesten van de elf gedode migranten, geschilderd op 25 oktober 2008 in Het Blauwe Huis met Jennifer Oehlers.

Het schilderij dat verdween

Ter aankondiging van de herdenking koos Jo de woorden van Papa Sakho: We are here - To make a life again - Together as one.

Tijdens de eerste herdenking werd het eerste monument geplaatst door overlevenden en nabestaanden: elf houten zuilen met de namen van de doden, pal aan het hek van de brandhaard. Papa Sakho kon als eerste van de Schiphol People ruim een jaar na de brand naar Amsterdam verhuizen, want hij werd artist in residence in Het Blauwe Huis, een project van Jeanne van Heeswijk, waar hij alle ruimte had om te bewegen.

Voor de herdenking van 2008 werd in Het Blauwe Huis door een groep kunstenaars, waaronder Ferdous Ara Lovely (Bangladesh), Papa Sakho en Jos Zandvliet (NL), en overlevenden een baobab van aluminium schroot gemaakt. Deze boom werd geplaatst in het gras voor de houten zuilen en vastgegoten in snelcement, met daarbij een lindeboompje. De linde is namelijk het Germaanse equivalent van de baobab, de boom  op de dorpsbrink waaronder mensen elkaar verhalen vertellen.

Er was geen vergunning gevraagd voor deze installatie, zodat de baobab een paar dagen later door Papa Sakho persoonlijk met een pikhouweel werd losgehakt op bevel van de burgemeester. Het zes meter lange gevaarte werd op de salonboot van trompettist Boy Raaijmakers getild en over de Ringvaart naar kunstenaarscollectief Nieuw en Meer gevaren. De bewegende baobab was geboren.

Voor de herdenking van 2008 schilderde Papa Sakho, samen met Martin Travers (Nepal) en overlevende Jennifer Oehlers (Suriname), een groot doek (2 x 3 meter) met een baobab in een zonnig Afrikaans landschap met de geesten van zijn elf overleden medegevangenen als schimmen in de stam. Het was zijn antwoord op de pijn, zijn vorm om de doden te eren en hun verhalen te bewaren. Staand voor deze baobab, hangend aan het hek van de verbrande bajes, getuigden overlevenden van de brand en van hun gehavende leven daarna.

Het schilderij zou in 2012 verdwijnen tijdens de verplaatsing van We Are Here van de Wereldtuin naar de Wildemanbuurt in Amsterdam Osdorp, maar het beeld bleef voortleven.

Ter Apel 23 mei 2012, een politie officier probeert Somalische uitgeprocedeerde asielzoekers dringend maar nog vriendelijk het terrein te verlaten. Later zal ook de ME er aan te pas komen om de mensen te arresteren en af te voeren. foto Harry Cock/de Volkskrant

We Are Here – beweging van vluchtelingen

 “Alone, you are nothing.” We Are Here was een collectief verzet tegen de onmenselijke behandeling van ongedocumenteerde vreemdelingen, of beter: illegaal verklaarde migranten.

In het jaar 2011 begon vanuit Utrecht een beweging van uitgeprocedeerde asielzoekers met demonstraties van Somaliërs in Utrecht en Den Haag en kleine kampeeracties voor de poort van het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Hun eis was: laat ons vrij om naar een ander land te vertrekken (maar verwijder eerst onze biometrische gegevens uit jullie systeem). In mei 2012 volgde een groot tentenkamp met circa 400 deelnemers uit vooral Irak en Somalië, dat na een kleine maand werd ontruimd. Stichting Migrant 2 Migrant (M2M) was erbij met een generator, internet en een radiozender. De ontruiming kwam onvermijdelijk,  maar de avond ervoor schreven de kinderen met stoepkrijt op de weg: WE ARE HERE. Het beste antwoord op criminalisering en vreemdelingenbewaring, ook bekend als gijzeling, kwam van de illegaal verklaarden zelf.

In de Wereldtuin begon dokter Co van Melle op 4 september 2012 met een actie voor bed-bad-brood voor illegaal verklaarde migranten. Het werd de geboorte van We Are Here. Foto M2M

Op 4 september 2012 startte de Amsterdamse straatarts Co van Melle, samen met Reeda (Eritrea) en Tulu (Ethiopië), de actie ‘De kerk slaapt buiten’ in de tuin achter het Wereldhuis van Amsterdam. Zij legden zich te slapen onder een oranje zeil dat over de zeven beelden van barmhartigheid was gedrapeerd. Voor Reeda en Tulu was het puur uit nood geboren. Ze sliepen op straat in weer en wind, en de zomer was voorbij. Voor hen was de eis: Bad-Bed-Brood. Dokter Co deed zijn leven lang wat hij kon voor vluchtelingen en daklozen. Hij is thans 89 en werd begin 2026 uitgeroepen tot Amsterdammer van het Jaar.

Na twee weken was het aantal vluchtelingen in de tent in de Wereldtuin opgelopen tot boven de twintig en dat werd teveel van het goede voor de eigenaar van de tuin, de Protestantse Diaconie. Voor een algemene vergadering van We Are Here werd gekozen voor het nabijgelegen Wertheimpark. Het schilderij van de baobab ging mee van de tuin naar het park, maar is daarna op raadselachtige wijze spoorloos verdwenen.

Het vluchtelingencollectief We Are Here besloot te verhuizen naar Osdorp, naar een verlaten schoolplein aan de Notweg in de Wildemanbuurt, om de hoek bij de huurwoning van Papa Sakho. In diens berging lag een versleten legertent van protestbeweging Occupy klaar. Met vereende krachten sleepten zes man de tent over de stoep naar het verlaten schoolplein: het begin van Tentenkamp Osdorp. Hier was elke dakloze vluchteling welkom. De meest gestelde persvraag beantwoordde men met “Iedereen telt. Wij tellen niet.”

We Are Here groeide in een paar weken uit tot een zeer diverse, meest Afrikaanse, groep van honderden mannen en vrouwen zonder de juiste papieren, die er met veel steun van buren en sympathisanten in slaagden jarenlang te overleven in kraakpanden, zoals De Vluchtkerk (Bos en Lommer) en de Vluchtgarage (Zuidoost). Het was van 2012 tot 2018 misschien wel de succesvolste actiegroep van Nederland en zeker voor de meer dan 100 deelnemers die een status wisten te veroveren.

Bushalte Hofgeest, waar leden van We Are Here zich verzamelden in de nacht van 30 november 2012, nadat ze werden vrijgelaten uit politiebureau Flierbosdreef, waar ze waren geparkeerd na de ontruiming van hun tentenkamp in Osdorp. Foto Elmer van de Marel.

Deze illegaal verklaarden maakten zich zichtbaar en werden gezien. We Are Here bood de kans om deze mensen te leren kennen en daardoor hun situatie te begrijpen, en wie weet te verbeteren. Zoals Oumar Berete, een van de leidende Francophone Afrikanen, het uitlegde aan studenten: “Mensen worden geboren met benen. Waarvoor? Om te lopen. En dat begon in Afrika.” Voor zichzelf vroegen de leden van We Are Here niets meer of minder dan “normal life”, de kans om te leven als anderen. Verlangen naar gewoon leven mag nogal banaal klinken, maar is voor een “illegaal” behoorlijk radicaal. Leven zoals anderen. Gelijk.

We Are Here, een tijdelijke vrije ruimte van en voor vluchtelingen, liet zien hoe pijn kan worden omgezet in kracht, in daadkracht door vereniging. Dat herkende Papa Sakho als hij ze in zijn woninkje ontving om op te warmen, maar natuurlijk was We Are Here ook een open inrichting voor gestrande schipbreukelingen. Ook die geschiedenis moet nog geschreven worden. Maar er werden al bomen geplant: voor De Vluchtkerk, in de Wereldtuin en aan de Notweg. Tekenen van hoop, op wortel schieten.

Amsterdam - Dakar

De dood van Papa Sakho op 9 januari 2025 was weer een keerpunt. Hij stierf aan zijn beschadigde longen, die er sinds de brand niet beter op waren geworden. Hij was niet alleen, want zijn vrouw Martelle Gomis was op tijd overgekomen uit Senegal. Door samen met zijn weduwe en zijn lichaam terug te keren naar zijn familie en vrienden in Dakar, ontdekte Jo wie Sakho echt was en wat hij achterliet in Dakar: zijn kinderen, zijn broer en vrienden. De begrafenis en de helende rituelen. Het was een warm bad van teranga. Daar groeide bij Jo het idee voor een nieuw werk. Een baobab die beweegt.

Een baobab bij het graf planten? Neen, het kerkhof in Dakar is kaal. Een echte baobab meenemen naar Nederland? Dat vindt hij vast niet fijn. De familiebanden leidden als vanzelf naar het antwoord. De begrafenis in Dakar werd geleid door Moussa Sakho, de oudere broer van Papa, die sinds jaar en dag werkte in het kunstenaarsdorp van Dakar, Village des Arts. In de coronatijd verzamelde hij oud metaal langs de weg en bouwde daar een levensgroot paard van. Hij noemde het COVID-19, en is gemodelleerd naar Malaw, het beroemdste paard in de geschiedenis van Senegal. Dit is het meest substantiële kunstwerk dat Moussa Sakho heeft nagelaten, want twee maanden na Papa liet ook Moussa het leven. Alleen de wielen ontbreken nog, want het paard moet wel kunnen lopen.

Momar Lys Sakho voor zijn atelier in de Buurtwerkplaats Noorderhof, september 2025. Foto M2M

Van de drie zoons van Papa Sakho is Momar de jongste. Hij is volleerd lasser en een niet te onderschatten sportvechter. Hij is eerder een ambachtsman dan een kunstenaar, maar hij weet wat hem te doen staat. Een voortzetting van het schilderij van Papa Sakho en ook van het ijzerwerk van oom Moussa: een baobab van ijzer, levensgroot, ontworpen in Dakar, gelast in Amsterdam en gedoopt in de Wereldtuin.

De ijzeren baobab – voertuig van verbeelding

De beweegbare baobab is geen decoratief object, maar een levend monument dat migratie, herinnering en verbondenheid verbeeldt. De boom is modulair en mobiel,  hij kan uit elkaar, zodat hij kan migreren. Deze baobab is een verschijning van de reizende mens, van verplaatsing, veerkracht en opnieuw wortelschieten.

In de loop van het jaar 2025 ontwikkelde de baobab zich tot voertuig van verbeelding en pièce de résistance van de manifestatie NIET VERGETEN, precies twintig jaar na de Schipholbrand. Na aankomst in Amsterdam bracht Momar zijn eerste bezoek aan de oude drukker en fijnmechanicus John Termarsch in diens werkplaats in de Nieuwmarktbuurt. John brandde Momars naam in een fraai Opinel-zakmes, als welkomstgeschenk, en Momar mocht vijf platen staal meenemen om bladeren uit te snijden voor de baobab – platen die nog onderdeel waren geweest van de luchtbrug over de Rechtboomssloot in de Nieuwmarktbuurt ten tijde van de ontruiming voor de metro in het voorjaar van 1975. Een luchtbrug tegen een metrotunnel, hergebruikt als overspanning tussen Dakar en Amsterdam. Het oude betonijzer werd gevonden aan het Zeeburgerpad in Oost en overgebracht naar de Sloterplas in West. Daar bevindt zich de Buurtwerkplaats Noorderhof waar al een fraaie dome klaar stond om als werkplaats te dienen. Het werd een race tegen de tijd.

Het is een kunstwerk van vereende krachten, want opbouwen en afbreken doe je niet in je eentje. En bij het optuigen kan eenieder er bladeren, bloemen, vruchten, vogels of andere objecten aanhangig maken, als nieuwe loten, nieuwe verhalen. Ook tijdens presentaties en na verplaatsingen kunnen dingen of tekens afvallen en toegevoegd worden. De baobab groeit mee met de verhalen die eraan worden toegevoegd. Halverwege de bouw van de baobab, toen Momar in de top aan het lassen was deed hij denken aan een astronaut in een raket. Reaching for the stars.

Momar Sakho last zijn signatuur vast aan de baobab. Foto Manette Ingenegeren.

De baobab is gedoopt op 26 oktober 2025, als bekroning van de manifestatie NIET VERGETEN. Een reprint van het verdwenen baobabschilderij van Papa Sakho hing erbij, gespannen op een hekwerk.

Tijdens de doopceremonie vormde zich een kring van geestverwanten rond de boom, begeleid door de gebeden en de geluiden van de djembė van Cheikh Andji. De eerste verhalen kwamen naar boven. Dokter Co van Melle zag weer een schuilplaats, curator Annemarie de Wildt zag tralies van een gevang.  Of is het een vuurtoren? Een waakvlam? De elf vruchten bewegen in de wind, met de geesten van de elf doden. En zijn de bladeren ook sterren? Ieder projecteert zijn eigen verhaal op het kunstwerk.

We Are Here, and we will fight, for feedom of movement is everybody’s right.

De omgekeerde wereld

De baobab is een levend archief, vol van helende krachten, als vogels tussen zijn bladeren ritselen de mythes, in zijn stam verschuilen zich de geesten der voorouders. Een van hun oermythes  vertelt dat de baobab trots en ijdel was, altijd klagend over zijn uiterlijk en jaloers op mooiere bomen. Uit ergernis trok God hem uit de grond en plantte hem met de wortels omhoog, zodat hij niet meer kon klagen. Dat verklaart waarom de baobab eruitziet alsof zijn wortels in de lucht steken. En het verklaart waarom de wereld er vanuit de baobab gezien heel anders uitziet.

Zoals Sakho geplaagd werd door zijn schuldgevoel als gevolg van de wisseling van cel, zo laveerde Piet Hein Donner langs de verantwoordelijkheid van de staat. Alsof de illegaal verklaarde het onmogelijke zou verwachten en niet alleen maar gezond blijven.

Het al langer bestaande Monument Schipholbrand staat precies op de verkeerde plek, namelijk vlakbij waar vroeger het cellencomplex stond, en dat is gesloopt en verplaatst naar de andere kant van de luchthaven. Welnu, die plek bestaat dus niet meer. En bovendien is het wel de laatste plek op aarde waar overlevenden en nabestaanden naartoe terug willen. Maar als je er toch een bezoek brengt, dan zie je pas hoe vals het is.

Het is een steen, een mislukte obelisk, hard en bekrast, met de namen van bewindspersonen die verantwoordelijk zijn voor de brand en voor het vreemdelingenbeleid dat ertoe leidde, en nog steeds leidt. Het is een schaamsteen. Om dat schaamteloos in een monument te plaatsen voor de neuzen van de elf doden is op zijn zachtst gezegd hypocriet, want geen van die bewindspersonen heeft ooit sorry gezegd, en al helemaal niet ten overstaan van de overlevenden. Hoeveel monumenten zijn er waar daders en slachtoffers zo bij elkaar staan?

Vreemdelingenbewaring bewaart niet, het maakt kapot, want de vreemdeling zit om  - zeker voor hem - onbegrijpelijke redenen vast. Vreemd? Het is maar van welke grens je het bekijkt. Voor iemand die op Schiphol landt in de verwachting als een mens te worden ontvangen en vervolgens maanden en jaren in cellen en kampen wordt opgesloten is het behoorlijk vreemd, en vervelend. Maar verplaats je in de staat en voel je geplaagd door iets wat er niet hoort te zijn maar er toch is.  Het is irregulier, dat ontkent en ondermijnt jouw orde. En dat jeukt en kan tot ernstige krampen leiden.

De “illegale migrant” bevindt zich binnen de territoriale ruimte maar buiten de juridische orde. Het is een categorie die het systeem zelf heeft geproduceerd maar niet kan verwerken, want het bevat een structurele tegenstrijdigheid tussen mensenrechten en staatssoevereiniteit. Soevereiniteit is een precaire zaak en meer dan een kerntaak. Controle over het eigen territorium, en dus over de grenzen en dus over vreemdelingen is van levensbelang  voor iedere staat. Daar voer je oorlog voor. De Nederlandse soevereiniteit lost op aan alle kanten: naar Brussel, naar Google, naar AI, en dus ook naar de ongenode landverhuizers. Het schip van staat lekt en migratie is een slagveld waar staten hun resterende controle proberen te vertonen.

Zonder het te beseffen is de illegaal verklaarde vreemdeling dan ook degene die de staat op zijn kop zet. Zijn pure aanwezigheid vormt een ontkenning van de staat in haar soevereine kwaliteit. De illegaal verklaarde die buiten de orde staat en toch binnen de landsgrenzen is, is vanuit de staat gezien een inbreker, een parasiet, een element dat verwijderd dient te worden. Voelt het als een ongewenste zwangerschap? Het is een onmogelijke uitdaging aan diezelfde staat, want hoe krijg je die lui met goed fatsoen de deur uit? Het is een paradox die niet te managen valt.

Iemand moet vertrekken, en daarom sluit je hem op. Iemand is er niet, maar is wel crimineel. Hoezo de wereld op zijn kop? De ideale illegaal is MOB: met onbekende bestemming vertrokken, die heeft zichzelf onzichtbaar gemaakt, verdwenen. Dat scheelt een hoop papierwerk!

De nauwelijks zichtbare oorlog tegen migranten wordt hypocriet genoeg gelegitimeerd door te wijzen op perfide mensensmokkelaars. Historisch bekeken is dit de pot die de ketel verwijt. Deze paradoxale omkering van de slavenhandel kan je toch niet ontgaan? Vroeger werden zwarte Afrikanen tegen hun wil verscheept en verhandeld,  en terugkeer was er niet bij. In deze eeuw vertrekken de meesten op eigen initiatief en/of vanuit een als uitzichtloos ervaren situatie. En nu moeten ze terug, of liever nog nooit aankomen. De enige vijand waartegen Europa zich nog denkt te kunnen verdedigen is de migrant, die slechts gewapend is met zijn herkomst. Vandaar de naam: EU asiel en migratie PACT. Vanuit dezelfde handelsgeest als die van de Verenigde Oost- en West-Indische Compagnie is de afkoopsom van een asielzoeker bepaald op 20.000 euro. Met dat bedrag kan een EU-land de verplichting tot opvang van een asielzoeker afkopen. Nederland zal grif betalen, want het is een koopje én je houdt schone handen. But we are not bananas.

De Baobab is hier

De ijzeren baobab heeft voorlopig zijn standplaats gevonden in de Wereldtuin, een goede plek op historische grond en in een omgeving bezwangerd met monumenten — van De Dokwerker tot het Holocaust Namenmonument, met daartussenin de M.S. Vaz Diasbrug en daaronder het gedicht Wibautotisme (1982) van Kristian Kanstadt dat in september 2022 onder de noemer LetterverZ werd herbeleefd. Maar een statisch monument kan niet het eind van het liedje zijn. Het is een nieuw begin.

De ijzeren baobab vertelt een verhaal van beweging. Van Papa Sakho die van Dakar naar Amsterdam migreerde. Van de Schipholbrand die elf levens eiste en vele levens voor altijd verwoestte. Van kunst als transformatie van pijn, van verzet als vorm van overleven, van teranga als recept voor solidariteit en medemenselijkheid. Een baobab slaat geesten en verhalen op — van honderden illegaal verklaarden die zich zichtbaar maakten met We Are Here, maar ook de hoop op een wereld waarin migreren niet gevaarlijker is dan lopen, en verwelkomen vanzelfsprekender dan uitsluiten.

De baobab van Momar Sakho staat zo voor teranga als de kunst van het samenleven: een boom die voor- en nazaten, continenten en culturen verweeft, als voertuig van verbeelding, herinnering en voortplanting. Een beschutte plek waar de gemeenschap gestalte krijgt door samen te komen, maar ook als vertrek- en referentiepunt voor wie op reis gaat. Als belichaming van teranga, de kunst van het verwelkomen, biedt hij een antwoord op angst voor vreemdelingen. Zelfs in een guur klimaat weet een baobab te overleven. Door wel 100.000 liter water op te slaan in zijn stam doorstaat hij de droogte van de hete savanne, maar ook hartje stad is hij niet kapot te krijgen.  Een boom voor barre tijden.

Een baobab wil groeien, leven en herbeleven. En hij kan doen leven. Zoals Momar erop terugkeek: “Ik heb vertrouwen gekregen, ik heb zelfvertrouwen gekregen. Nu ben ik een kunstenaar, zoals mijn voorouders. “ Zo zie je ook de stamboom.

De vraag is nu: Hoe houden we de baobab in beweging en in beeld? Hoe kan die doorgroeien? Op welke plaatsen en op welke momenten kan die opdoemen, in werking treden? Hoe komt dit kunstwerk het best tot zijn recht in deze specifieke, historische omgeving? Dat gesprek, dat onderzoek is nog maar net begonnen. De spelende kinderen hebben de boom al gevonden. De kleinsten passen precies door het zijdeurtje. De wortels groeien tot in de hemel.

We Are Here
De ijzeren baobab is mij toegevallen als ingeving ter herinnering
aan mijn soul mate Papa Sakho
en aan de Schipholbrand, die ons bij elkaar bracht,
en ter herinnering aan de migrantenbeweging We Are Here,
die liet zien wat niet mocht zijn.
Deze baobab vertelt en bewaart onze verhalen.

To make a life again
Ik heb de baobab met zoon Momar Sakho gemaakt
Om de kunst van zijn voorouders te eren en te vieren
Om migranten die illegaal verklaard zijn te begroeten en te ontmoeten
Om van toeschouwers deelgenoten te maken.
Hier sta je er niet alleen voor.

Together as one

Een persoonlijke noot. Dit is een verhaal van broederschap. Papa Sakho en ik waren soul mates, zijn kantelpunten waren ook de mijne, en zijn kunst zet ik voort, en zelfs zijn kinderen. Ook dat is teranga. De brand bracht ons bij elkaar. Zijn dood bracht de baobab vol teranga.

Samen stichtten we M2M. Migrant 2 Migrant beschouwt een migrant als een uitnodiging aan ingezetenen om kennis te maken met de wereld. Een migrant is namelijk een messenger, een boodschapper, een drager van een stukje van de wereld, van geschiedenis, van cultuur, van levenswijsheid. Een kans voor wie de landverhuizer weet te ontvangen.

Look with us, not at us – Kijk met ons, niet naar ons, het operationele motto van Migrant 2 Migrant (M2M) is een uitnodiging: verplaats je in mijn schoenen, in mijn perspectief, vrees het vreemde niet. Zie de blik van de ander als een verrijking van je verbeelding. Zo leer je de wereld kennen, en jezelf.

Een speciaal kantelpunt was de gelegenheid die mij geboden werd om mijn nieren te delen. Ik vertelde hierboven over het schuldgevoel van Papa Sakho tegenover de jonge Robert Arah, die stierf in de cel die Sakho net verlaten had. Roberts moeder Gladys Toekaja was de enige moeder in het hele land en altijd nadrukkelijk aanwezig. Zij vertelde mij in 2015 dat haar nierfalen was uitgemond in drie maal per week slopende dialyse en dat ze moest wachten op een nier van een ander. Het was niet moeilijk om ja te zeggen. Gewoon omdat het kon en omdat het klopte. Sindsdien geloof ik in de mogelijkheid van heling.

--

Jo van der Spek (Zutphen, 1956) is artivist, hij combineert zijn activisme met kunst en beweging. Opgeleid als historicus werkt hij sinds jaar en dag bij de radio (STAD> IKON> VPRO en Radio Patapoe). In Ex-Joegoslavië, Afghanistan en Irak zette hij pionierende uitwisselingsprojecten op met kunstenaars en activisten. Sinds 2009 leidt hij stichting Migrant 2 Migrant, ter bevordering van de vrije communicatie van migranten. Hij speelde een coordinerende rol in de nasleep van de Schipholbrand (2005) en bij het ontstaan van We Are Here.

read more: