Erik-Jan Bulthuis en Pieter Swinkels over distributie en verkoop

Het vierde panel over distributie en verkoop vindt plaats in de vorm van twee korte presentaties en een vraaggesprek onder begeleiding van Jos Vrolijk, docent Media, Marketing & Publishing aan de Hogeschool van Amsterdam. De twee sprekers zijn Erik-Jan Bulthuis, die Hans Willem Cortenraad vervangt namens het Centraal Boekhuis, en Pieter Swinkels van de e-reading service Kobo. Eerst geven zij elk een korte presentatie.

Erik-JanErik-Jan Bulthuis is Productmanager Digitale Diensten bij het Centraal Boekhuis. In 1871 is het CB opgericht door uitgevers en boekverkopers, en het heeft al jaren vier hoofdactiviteiten: opslag, distributie, bestelsysteem en vastlegging, en informatieservices. Het Centraal Boekhuis werd opgericht omdat dit de handel in boeken enorm vergemakkelijkte: vroeger ging de uitgever langs verschillende boekwinkels om de boekverkoper van boeken te voorzien. De boekverkoper kreeg op zijn beurt weer tientallen uitgevers op bezoek, die boeken kwamen brengen. Door het Centraal Boekhuis hiertussen te plaatsen, werd de distributie van boeken centraal geregeld. Ook houdt het CB een heel groot deel van de administratie bij voor beide partijen.
In 2009 is ook het eBoekhuis opgericht, dat precies dezelfde activiteiten heeft, maar dan voor e-books. Via webshops – eventueel van een ook fysiek, offline bestaande boekhandel – houdt het Centraal Boekhuis precies bij hoeveel er verkocht wordt. De verkoop van e-boeken stijgt, vooral in de zomermaanden is er een piek in verband met de vakantie. Op dit moment is het percentage gedrukte boeken dat ook als e-book beschikbaar is 15%, maar het betreft dan vooral boeken vanaf ongeveer 2008, want nieuwe titels worden steeds vaker gedrukt én als e-book gepubliceerd.

Bulthuis zou graag zien dat je als lezer een e-book, wanneer je het eenmaal gekocht hebt, kunt lezen op zowel je e-reader als je computer en telefoon. Dit zou ertoe leiden dat je boeken ook kunt verhuren, waarbij je toegang kunt verstrekken voor een bepaalde periode van bijvoorbeeld drie weken. Dit zou voor de bibliotheek gebruikt kunnen worden.

Bulthuis sluit zijn presentatie samenvattend af met het feit dat het belang van het bezitten van een boek verschuift naar het belang van de toegang tot een boek. Hiermee wordt huren mogelijk. Ook onderscheiden e-bookverkopers zich steeds meer met een eigen distributieplatform, dat internationale kansen biedt. Het Centraal Boekhuis wil hierin wel graag de verkoopcijfers bijhouden.

Pieter Swinkels

Pieter Swinkels
Vervolgens is het woord aan Pieter Swinkels, hij werkte bij verschillende uitgeverijen en is nu Director Publishing and Industry Relations bij Kobo, een e-reading service uit Canada die nummer drie wereldwijd is. Kobo is twee jaar geleden opgericht met de missie om de vrijheid te geven om op ieder moment, op elk apparaat te kunnen lezen en die ervaring te delen met je vrienden. Ze werken dus met de ‘cloud’, wanneer je op het ene apparaat tot pagina 24 leest, kun je op het andere apparaat weer op pagina 24 verder lezen. Ook notities worden gewoon onthouden. Op dit moment is de e-reader Kobo Touch net nieuw en Wired noemt het zelfs de beste e-reader van het moment.
Kobo heeft inmiddels 7 miljoen gebruikers en 2,5 miljoen titels die in 200 landen verkocht worden. In elk land hebben ze een partner uit het traditionele boekenvak; in Nederland is dat Libris. Zo is Kobo ook verbonden aan het eBoekhuis.

Kobo probeert waarde toe te voegen aan lezen. Op hun website kun je bijvoorbeeld statistieken vinden over allerlei boeken: hoe lang mensen gelezen hebben, of wat ze ervan vonden. Je kunt zelfs awards verdienen als je bijvoorbeeld veel leest in één genre. Kobo is dan ook verbonden aan Facebook en Twitter.
Swinkels stelt twee vragen: verandert social reading het leesgedrag? En de uitgeeffocus? Hij is van mening dat iedereen zich opnieuw moet oriënteren op zijn taak binnen de keten. Uitgevers kunnen bijvoorbeeld wereldwijd uitgeven, na vertaling. Zo ontstaat er wel een enorme vijver van miljoenen boeken, en bovendien wil niet elke auteur zich internationaal manifesteren. De uitgever moet zich richten op de service die ze de auteur kunnen bieden, en de auteur vragen wat die eigenlijk wil. Ook is er nu sprake van self-publishing, waardoor zonder tussenkomst van een uitgeverij soms geheel onbekende auteurs toch duizenden lezers vinden. Swinkels eindigt zijn presentatie met een interessante opmerking: “Boeken lezen wordt alleen maar leuker.”

Vraaggesprek
Na deze presentaties wordt het vraaggesprek geleid door Jos Vrolijk. Hij zegt dat Swinkels nogal wat prikkelende opmerkingen maakte en vraagt naar hoe het gebruik van consumentendata voor de statistieken geregeld is op het gebied van privacywetgeving. Swinkels legt uit dat er veel verschillende wetten zijn in verschillende landen, maar dat Kobo altijd aan de lezer aangeeft met wie de gegevens gedeeld worden. De lezer geeft daar toestemming voor, en er zijn geen derde partijen bij betrokken.
Vervolgens wordt er gesproken over auteurs die from scratch succesvol zijn. Volgens Swinkels kunnen  auteurs via social media veel actiever betrokken zijn bij het succesvol maken van een boek, maar kan de één zich beter als merk ontwikkelen dan de ander. Toch zegt hij ook: “Ik geloof in de kracht van het verhaal.”

Discussie sessie 4: Distributie

Daarna gaat het even over het gebruikersperspectief, hoe kan een gebruiker op meerdere apparaten lezen? Bulthuis legt uit dat je met een bronbestand in XML of HTML5 zoveel verschijningsvormen kunt bouwen dat die koppeling makkelijk te maken is. Kobo blijkt daarvoor aardig wat mensen in dienst te hebben, er werkt zo’n 300 man, waarvan 200 ‘hele technische jongens’. Swinkels voegt eraan toe dat Kobo waarschijnlijk zo succesvol is geworden door de koppeling met social media. Bulthuis beaamt dat de leeservaring van een e-book voor iedereen anders is, wat leidt tot vragen over leesgedrag: leest de jeugd op een andere manier en vergrijst daarom het publiek van het fysieke boek? Dat ligt eraan wat je precies een boek noemt, aldus Swinkels, maar de twintigjarigen van nu lezen waarschijnlijk veel meer dan vroeger. Mensen blijven wel lezen, maar ze zijn minder gehecht aan verschijningsvormen.

Dan is er nog even ruimte voor wat vragen uit de zaal. Er wordt bijvoorbeeld gevraagd naar de kwaliteit en opmaak van e-books. Volgens Swinkels was de kwaliteit van ePub heel slecht, maar zijn Europese uitgevers later begonnen en kwamen zij daardoor direct op een wat hoger niveau. Vooral in Europa is de lay-out een artistiek onderdeel van het boek en er wordt veel aandacht aan besteed. Toch leidt dit ook tot problemen, in verband met de verschillende apparaten, moet het wel een flexibel model zijn.
Ook is er nog wat aandacht voor de relatie tussen het fysieke boek en het e-book. Voor boekverkopers komen er andere rollen, legt Bulthuis uit. Het gaat om het leesgedrag dat de consument verlangt. Daarbij speelt ook de prijs een rol. E-books worden vaak als duur beschouwd in relatie tot het fysieke boek, een digitaal product leidt tot een ander gevoel van consumentenwaardering dan een fysiek boek. Een e-book mar nooit meer kosten dan 13 euro, voegt Swinkels daaraan toe, omdat je dan de klanten wegstuurt. Maar een nieuw boek mag natuurlijk wel wat duurder zijn dan een bestaand boek. Toch maken beide sprekers duidelijk dat zowel Kobo als het Centraal Boekhuis geen invloed hebben op de prijs. Vrolijk stelt dat 40% onder de fysieke prijs een werkbaar model is en na bevestiging van Swinkels haakt Bulthuis hierop in om nogmaals de aandacht te vestigen op het verhuren van boeken. Als markt moet er bedacht worden wat een maand toegang dan kost, of een uur leestijd. Dat zijn vragen die nu niet zomaar beantwoord kunnen worden. Uit de zaal komt nog de vraag hoe voorkomen kan worden dat de digitalisering van de boekenwereld tot net zulke problemen leidt als in de muziekwereld. De prijs van e-books moet omlaag, is Swinkels’ simpele antwoord.